De Sleutel Logo

VAAR MEE voor het GOEDE DOEL!
Ga naar het inschrijvingsformulier



VAAR MEE voor het GOEDE DOEL!
Ga naar het inschrijvingsformulier



Familie en vrienden

Op zoek naar tips voor iemand die dreigt in de problemen te raken? Welke tips geven we aan partners van gebruikers? Of zoek je info over zelfhulpgroepen? Hier bundelen we info op maat van de omgeving van de gebruiker. Lees hier ook hoe een behandeling bij ons verloopt.

vrijdag 25 november 2016 00:00

Vitamines voor groei: een interview met de auteurs

Het boek “Vitamines voor groei” zou eigenlijk in elke lerarenkamer op het boekenrek moeten staan, naast boeken als “autoriteit” van Verhaeghe of breinboeken van Dick Swaab… zo schreef onze recensent Johan Van de Walle. Een recensie over een uitgave houdt steeds een oordeel in. Soms voelen de auteurs zich minder goed begrepen. Enige nuancering kan dan op zijn plaats zijn. Omdat we ervan overtuigd waren dat het samenbrengen van ons beider inzichten ook voor de lezer een meerwaarde zou opleveren, gingen we in gesprek.

 “Vitamines voor Groei” is geen gewoon academisch boek. Hoe is het boek ontstaan en tot wie richten jullie zich?
Prof. Bart Soenens:
Het idee voor het boek is ontstaan in 2006. Het boek was aanvankelijk enkel bedoeld als cursusmateriaal voor de student.
Prof. Maarten Vansteenkiste: Het is bedoeld voor een gemengde doelgroep. We willen studenten, onderzoekers maar ook de professional, die met thema’s zoals motivatie, opvoeding en coaching bezig zijn, aanspreken. Een pedagogisch directeur, een lerarenopleider, of een zorgcoördinator kunnen bijvoorbeeld geïnteresseerd zijn. Maar het boek is nogal lijvig en misschien hoog gegrepen voor iemand die niet aansturend werkt. Het is minder bedoeld voor leerkrachten of ouders, al kregen we al veel positieve reacties van deze doelgroepen.
Soenens: Het heeft voor het schrijven van dit boek zeker geholpen dat we zelf kinderen hebben en zelf les geven. Het maakte het boek toegankelijker. Om opvoedingsonderzoek goed te vertalen naar de praktijk, is het een pluspunt als je uit eigen ervaring kan putten. De Zelfdeterminatietherorie wordt toegepast op diverse domeinen: opvoeding is één iets, maar je hebt ook de klinische context, de sportcontext, onderwijs, het werk, …
Vansteenkiste: We zijn trouwens bezig met afgeleiden van het boek, zoals bijvoorbeeld een praktijkboek voor jeugdcoaches in sport dat in de loop van 2017 zal verschijnen.

id maartenvansteenkiste bartsoenens   © ID/ Brecht Van Maele

Bart Soenens (38 en rechts op de foto) en Maarten Vansteenkiste (39) zijn respectievelijk hoofddocent en hoogleraar in de vakgroep Ontwikkelings- Persoonlijkheid en Sociale psychologie. Ze doen samen onderzoek op het grensgebied van de ontwikkelings- en motivatiepsychologie en helpen, samen met Deci en Ryan, bij het uitbouwen van de Zelfdeterminatie-theorie.


Waarom hadden jullie graag een repliek na onze recensie in het vorige magazine?

Soenens : Ik heb de algemene teneur zeer geapprecieerd. Bij sommige van de kritische bedenkingen kon ik me zeker iets voorstellen, zoals bijvoorbeeld het feit dat je ook rekening moet houden met de structurele context. Wat leerkrachten kunnen doen als ze in de context van de school of een beleid moeten opereren is belangrijk om mee te nemen.
Vansteenkiste: Maar we willen toch graag op een aantal passages wijzen die onze positie kunnen verhelderen. Er leek wat verwarring voort te komen uit het feit dat wij autonomie zouden gelijkschakelen met zelfstandigheid en zelfs individualiteit. Dit zou een lezer er dan toe brengen om te denken dat wij onvoldoende aandacht schenken aan verbondenheid en groepsprocessen.
Soenens:
Wij vinden het wel degelijk belangrijk dat socialisatiefiguren grenzen trekken en hun autoriteitspositie innemen en pleiten er dus niet voor dat kinderen over alles en in alle omstandigheden zouden mogen kiezen of steeds zelf over alles de regie zouden hebben. Wij vinden het ook bijzonder belangrijk dat kinderen leren om verantwoordelijkheidszin op te bouwen.
Vitamines voor groeiVansteenkiste: Wij definiëren autonomie als psychologisch vrijwillig functioneren, waarbij iemand zich vrijwillig kan schikken naar opgelegde normen of vrijwillig zelfstandig kan functioneren. Het proces internalisatie is dan ook erg cruciaal want het betekent dat jongeren leren om uit volle overtuiging - veeleer dan vanuit een knagend schuldgevoel of een dreigende externe sanctie - verantwoordelijkheid te nemen voor hun gedrag. Internalisatie biedt dus een betere garantie voor duurzame verantwoordelijkheid. Kinderen worden immers eigenaar van hun gedrag of de onderliggende normen en waarden. Socialisatiefiguren dienen hierbij de nodige grenzen uit te tekenen en aan te geven wat wenselijk en onwenselijk is. De manier waarop ze dit doen kan echter sterk variëren. Ze kunnen met name grenzen stellen en handhaven op een autonomieondersteunende wijze of op een meer dwingende wijze.
Soenens: Samenvattend hebben we toch wel het gevoel dat het boek niet vanuit onze visie rond autonomie werd gelezen. We pleiten niet voor een alles-kan-en-alles-mag houding bij ouders, wel voor opvoeding waarbij grenzen worden getrokken rekening houdend met het perspectief van het kind en zo veel mogelijkin samenspraak en overleg met het kind. Dergelijke autonomieondersteuning vergroot de kans op verantwoordelijkheidsgevoel bij kinderen.

Zo hadden we dit inderdaad niet gelezen. Wel vanuit de bouwsteen “Meegaan in de denkwijze van de kinderen”, waar er grenzen aan zijn volgens veel ouders en leerkrachten. Je kan jongeren niet over alles keuze bieden. …
Vansteenkiste
: We zijn het daar volmondig mee eens. Kinderen kunnen inderdaad niet om het even wat kiezen. Ze maken immers ook deel uit van groepen: hun gezin, de klas, de sportclub enz.. Maar je geeft je autonomie niet automatisch op omdat je omgeving voor jou keuzes maakt. Als mijn vrouw voor mij mijn hemd koopt, dan verlies ik mijn autonomie niet. Voorwaarde is wel dat ik me kan verzoenen met de door haar gemaakte keuze. Autonomie definiëren we dus niet als zelfstandigheid, maar als vrijwillig functioneren. Vergelijk het met een doktersbezoek. Na de consultatie zal ik op dat advies leunen (ik ben er afhankelijk van), maar ik geef niet per se mijn autonomie op. In het beste geval plooi ik vrijwillig terug op de dokter voor raad en bijstand. Als we autonomie als absolute vrijheid zouden definiëren, dan zijn de mogelijkheden voor autonomie in de reële wereld inderdaad zeer beperkt. Er zijn immers altijd grenzen aan wat je kan en mag doen. Dat is niet het punt dat wij maken. Tussen structuur en autonomie ondersteuning kan er een spanningsveld zijn, maar die twee kunnen ook hand in hand gaan. Opties of waarden kunnen meegegeven worden. Dus als ik tegen mijn zoon zeg: je hebt één frisdrank gekregen, je krijgt er geen tweede want dat is te veel suiker en dat is niet goed voor de tanden, dan kan hij zich vrijwillig schikken naar dit verbod op voorwaarde dat hij mijn uitleg aanvaardt. Hoewel hij zelf niet kiest, handelt hij vrijwillig omdat hij zich verzoent met mijn verzoek.

Drankmisbruik web

We merken wel dat leerkrachten zeggen: we gaan toch niet die kinderen alles zelf laten beslissen …
Soenens:
Maar dat zeggen we ook niet. Dat is een grote misvatting. We hebben een volledig hoofdstuk geschreven over verantwoordelijkheid opnemen. Je mag als leerkracht normen aangeven, grenzen introduceren. Maar de manier waarop dit gebeurt, zal echter bepalen of het kind die norm ook zal internaliseren, accepteren en dus of het kind slechts tijdelijk dan wel op duurzame wijze verantwoordelijkheid neemt voor zijn gedrag.
Vansteenkiste: Belangrijk is dat je met kinderen in dialoog gaat, dat je meegaat in het perspectief van het kind. En ook dat je zeer helder bent over waarom je iets niet wil, anders krijg je gegarandeerd een conflict. Verbieden kan wel, maar de manier waarop je in dialoog gaat, zal bepalen of het kind instemt met jouw agenda of “foert” zegt. Hoe ontvankelijker en nieuwsgieriger je bent naar de mening en gevoelens van het kind, hoe meer je kind het gevoel zal krijgen dat het mag zeggen wat het denkt.

In welke mate kunnen kinderen autonoom beslissen? Ze worden toch onbewust ook beïnvloed door de informatie die ze ingelepeld krijgen via diverse mediakanalen,…
Soenens:
Dat kan, maar dat zal je snel te weten komen, als je ruimte laat in het gesprek. Vanwaar komt die interesse van je kind? Tonen dat je nieuwsgierig bent is de absolute basis. Dat geldt voor alles, zelfs voor potentieel immorele gedachten en destructieve dingen (“Ik zou die leerkacht soms iets willen aandoen”). Ons idee is: alle gedachten en gevoelens zijn het bekijken waard. Hiermee keur je het gedrag niet goed, maar je toont wel onvoorwaardelijke aanvaarding van de persoon die deze gevoelens koestert of gedachten heeft.
Vansteenkiste: Het louter responsabiliseren van jongeren of het inwerken op externe factoren zal niet voldoende zijn om jongeren aan te moedigen tot vrijwillige verantwoordelijkheidszin. Je kan op deze manier wel iemand een geweten schoppen, maar opdat iemand zich uit volle overtuiging aan afspraken zou houden, zal een autonomieondersteunende aanpak vereist zijn.
Maar wat als je een school moet runnen, grenzen wil bewaken. Kan je dan elk akkefietje bepraten?
Soenens:
We pleiten voor een preventieve benadering. Waarom laat men het schoolreglement niet meeschrijven door leerlingen?
Vansteenkiste: Maak afspraken in het begin van het schooljaar, laat leerlingen het schoolreglement herschrijven in hun taal en zet een structuur op poten met duidelijke consequenties. Dan is er meteen een kader waarmee men instemt. Doe het participatief en leg uit dat dit niet voor alles kan. Autonomieondersteunend werken is ook goede duiding geven waarom iets vastligt.

ik steek mijn vinger op web

Jullie spreken over bouwstenen in de opvoeding. De bouwstenen rond autonomie zitten in de rugzak van de leerkracht/opvoeder die het toepast in de mate van het mogelijke, in de context waar het mogelijk is. Maar hoe verhouden de verschillende bouwstenen zich tot elkaar?,
Soenens:
We geven de basisfilosofie mee in het eerste hoofdstuk: de drie psychologische basisbehoeften van het kind - autonomie, verbondenheid en competentie - zijn samen vitamines voor groei. Het vergt inderdaad creativiteit om te zien welke bouwsteen je op welk ogenblik nodig hebt. Ook de timing is belangrijk, en het domein waarover je spreekt. De basis is verregaande empathie, meegaan in perspectief van andere mensen. De bouwsteen “keuze” kan een goede optie zijn als je in een domein zit dat voor het kind persoonlijk is en je vrede hebt met elke optie. Maar als dat niet het geval is en een keuze tussen moreel of immoreel gedrag aan de orde is, dan moet je andere bouwsteen nemen en bijvoorbeeld duidelijk uitleggen waarom iets niet kan.

Dat is een belangrijke nuance. Voor ons kwam dit Rousseau-achtig binnen: het kind is heilig, kan niets verkeerd doen ; het is de maatschappij die zorgt dat het fout loopt.
Soenens: Reeds van in het kleuteronderwijs zien we dat er gewerkt wordt met allerhande beloningsssystemen met stickers, met moet- en mag-werkjes, ter voorbereiding van de lagere school,… Vanaf dan schroeft men vaak de regels nog op. Zijn die systemen nodig omdat kinderen au fond niet te vertrouwen zijn? Ons lijkt het beter om meer vertrouwen te koesteren in de natuurlijke groeitendens van kinderen. In die zin heeft Rousseau gelijk: er zit daar spontaan veel intrinsieke motivatie, interesse, morele sensitiviteit. Het is goed om daar op te wijzen en daarmee rekening te houden.
Vansteenkiste: Gegeven dit groeipotentieel betekent dit dat we als ouders en leerkrachten best een voedende rol opnemen. We ondersteunen groei van onderuit in plaats van te trekken en te sleuren. In het onderwijs ligt de focus echter vaak op het “afflinken” van kinderen: al wie in het gareel blijft verdient onze aandacht en zij die het niet doen geven we kritiek of bestraffen we. Maar met een dwingende of schuldinducerende aanpak (“Je gedraagt je nog als een kleuter, stop ermee!”), ga je het internalisatieproces niet steunen. Het is efficiënter om bij problemen op een autonomieondersteunende wijze te verwijzen naar het afgesproken kader. Ik wil hierbij zeker de leerkrachten niet met de vinger wijzen. Ze staan onder grote druk. Ook zij hebben vitamines, die cruciaal zijn voor hun functioneren. Het is belangrijk om preventief via veranderingen (vb. consensus zoeken rond een afgeslankt reglement; inspraak geven m.b.t. werkgroepen) de draagkracht van de leerkracht te vergroten. Vele scholen willen instappen in een motivationeel veranderingstraject om de draagkracht van hun lerarenkorps te vergroten.

Over belonen gesproken, sommige zaken zoals de CM-beloningsmethodiek (Contingency Management) komen niet aan bod in het boek?
Vansteenkiste : Dat we dit niet opgenomen hebben, is niet vanuit vooringenomenheid. Het is niet omdat we één deel belichten, dat we niet openstaan voor ander deel van de literatuur. We zeggen duidelijk dat beloningen een informerende waarde kunnen hebben: ze informeren een kind of het progressie maakt of goed presteert in vergelijking met anderen en kunnen zo gelden als een fysiek zichtbare schouderklop. Het kind krijgt omwille van de beloning de idee: “ik kan het!”. Echter, beloningen kunnen ook een meer beoordelende en evaluerende waarde hebben. Ze dwingen iemand tot actie, wat de autonomie van het kind in het gedrang kan brengen. We hebben reeds over CM geschreven. We stellen vast dat er bij zo’n interventies verschillende zaken tegelijkertijd worden gedaan. Er wordt weliswaar een systeem van belonen geïntroduceerd maar vaak in combinatie met andere factoren (vb. gesprekken). Er zitten veel behoefte-ondersteunende componenten in. Maar hoe moeten die data dan worden geïnterpreteerd? Vaak wordt het positief effect toegewezen aan de beloning. Ik betwijfel echter of het de beloning is die de drijvende kracht is.
Soenens: Als wetenschapper hebben we dus nood aan studies waarbij het hanteren van de beloning op zich wordt gecontrasteerd met bijvoorbeeld een behoefteondersteunende stijl.
Vansteenkiste: De vraag is: waarom hebben we iets gedaan? Met het oog op beloning of vanuit overtuiging en interesse? Als je - vanuit ontwikkelingsperspectief - kinderen consistent beloont in de richting van prosociaal gedrag, gaan ze dat dan op het einde van de rit meer uit zichzelf beginnen doen? Ik weet niet of dat de beste opstap is naar autonomie en duurzame behulpzaamheid.
Bedankt voor dit verhelderende gesprek.

 Paul De Neve/Robrecht Keymeulen/Johan Van de Walle

(november 2016)

Ga hier naar de bijdrage "Van dwang naar eigen keuze: wat leert de zelfdeterminatietheorie ons over motivatie?"


Ga hier naar de recensie van Vitamines door groei



Online behandeling is een goed alternatief voor een gewone behandeling

Volg ons op Facebook

Inschrijven E-zine

Invalid Input

Agenda

September
  • 10
    10:00 Zee-zeildag 2017

    Op zondag 10 september kan u opnieuw deelnemen aan de Zee-zeildag ten voordele van De Sleutel.

    Lees meer

    Link naar website o.m. met reacties van deelnemers van vorige edities.

  • Volledige agenda