De Sleutel Logo

VAAR MEE voor het GOEDE DOEL!
Ga naar het inschrijvingsformulier



VAAR MEE voor het GOEDE DOEL!
Ga naar het inschrijvingsformulier



Met een joint in de hand naar de hel

Cannabis heeft dan wel de naam een onschuldige softdrug te zijn - zeker onder jongeren - toch verwoest het levens. Een ex-verslaafde en een moeder getuigden in De Standaard. Lees hierna het verhaal van Kristof (26): het leven zoals het is als cannabisverslaafde.

'Ik wilde compleet van de wereld zijn'

Nog voor zijn zoon van drie in bed ligt, heeft Kristof (*) al vijf joints gerookt.

'Ben je maar verslaafd aan cannabis?' Die vraag krijg ik hier vaak in het afkickcentrum. Al die gasten die zwaar aan de heroïne en de cocaïne zitten, begrijpen niet hoe cannabis je leven kan verwoesten. Maar bij mij was het bijna zover.'

Kristof is 26 en zwaar verslaafd. Sinds enige weken laat hij zich behandelen in De Sleutel in Gent. Kristofs verhaal begint twaalf jaar geleden. Een station in een grote stad, een groepje jongeren komt van school en steekt een joint op. 'Wil je eens trekken?' vragen ze. Dat wil de veertienjarige Kristof wel. De treinreis naar huis verloopt in een waas. Kristof zit te suffen en rijdt zijn halte voorbij. Met uren vertraging komt hij die dag thuis van school.

Maar hij heeft de smaak te pakken. Met vrienden thuis steekt Kristof vaker en vaker een joint op. Voor de fun. 'Het was gewoon plezant om dan samen naar een film te kijken. Je lacht je te pletter, je bekijkt alles van de vrolijke kant.' De fun wordt snel een dagelijkse routine. 's Ochtends voor school, 's middags tijdens de pauze: Kristof en zijn vrienden blowen erop los. Ze zijn zestien en zitten voortdurend stoned in de klas. De resultaten laten zich raden: Kristof moet zijn jaar overdoen.

Al Kristofs zakgeld gaat op aan wiet. Hij neemt een weekendbaantje om zijn verslaving te kunnen betalen. Soms pikt hij geld uit de portefeuille van zijn vader. Zijn ouders ruiken onraad. Zijn moeder moet niets weten van die drugs, maar zij is zowat de enige in de familie. Op familiefeesten wordt geregeld geblowd door nonkels en tantes. 'Zo'n pretsigaretje kan toch geen kwaad?' Kristof heeft niet het gevoel dat hij iets verkeerds doet. Hij experimenteert met zwaardere drugs - XTC, speed, coke - maar die boeien hem niet. Hij houdt het bij cannabis.

Op een dag is Kristofs moeder het zat. Ze ziet haar zoon wegzinken in lethargie, zijn dagen gaan in rook op. Ze haat de scherpe zeepgeur van de wiet, heeft schrik van haar zoon als hij weer eens agressief reageert wanneer hij 'zonder zit'. Ze neemt Kristof mee naar de politie, maar daar komt ze van een kale kermis thuis. 'Gebruik je máár cannabis?' vraagt de preventiewerker verbaasd. 'Dan heb je hier niets te zoeken.' Alweer krijgt Kristof de boodschap dat er eigenlijk geen vuiltje aan de lucht is.

Op zijn achttiende verjaardag - een lentedag - slaat Kristof de schoolpoort met een luide knal achter zich dicht. Hij zit dan in het vierde jaar hotel. Zonder diploma gaat hij in een restaurant werken. Kristof gaat op zichzelf wonen, weg van die lastige moeder die 'zaagt' als hij wil blowen. Enkele jaren later krijgt hij een zoontje. Met zijn vriendin, een occasionele gebruikster, spreekt Kristof af pas aan de wiet te gaan nadat het kind is gaan slapen. Daar houdt hij zich netjes aan. Een dagje zonder blowen kan hij dan nog verteren.

Dan loopt de relatie met zijn vriendin spaak. Kristof is 24 en zijn wereld stort in elkaar. Kristof blowt om te vergeten, hij wil 'compleet van de wereld zijn'. Hij gebruikt steeds meer en steeds sterker spul. Zijn sociale leven wordt nog schraler. TV kijken, met de playstation spelen, blowen met de vrienden: meer doet Kristof niet. Hij is altijd moe en de lichamelijke verslaving laat zich meer en meer voelen. De wiet ontregelt zijn slaapsysteem, zonder raakt Kristof niet meer in slaap. Met een joint in de hand gaat hij naar bed.

Om de twee weken komt Kristofs zoontje op bezoek. Een lichtpunt in een voor het overige beneveld bestaan. Kristof wil tot elke prijs een goeie vader zijn. Hij kookt voor zijn zoon en blowt pas als de jongen in zijn bedje ligt. Tot de zwaar verslaafde Kristof zich op een dag niet meer aan die zelfopgelegde regel kan houden.

Om twaalf uur 's middags moet hij al een eerste joint, ook al is de kleine op bezoek. Kristof rookt in de garage, hij wil niet dat de jongen er iets van merkt. Maar voor zijn zoon in dromenland is, heeft Kristof er al een stuk of vier, vijf opgestoken. De jonge vader geeft meer dan duizend euro per maand uit aan cannabis. Met vijf gram wiet - zo'n 20 tot 30 joints - komt hij twee dagen toe. Soms moet hij lenen van vrienden. Geld om leuke dingen met zijn zoon te doen, blijft er niet over. Hij maakt wel dat er eten voor de kleine in huis is, maar zichzelf verwaarloost hij compleet. Zijn moeder moet eten voor hem kopen, want Kristof blowt al zijn geld erdoor.

Op zijn werk wordt hij ontslagen, hij is te vaak te laat komen opdagen. Nachtenlang blijft Kristof wakker, pas tegen de ochtend valt hij in slaap. Als hij enkele uren later, rond een uur of elf, weer ontwaakt, rookt hij een joint om nog wat te kunnen dutten. Om daarna opnieuw aan het blowen te gaan.

Vandaag is Kristof al meer dan een maand clean. 'Maar als ze me morgen laten doen, duurt het geen drie dagen voor ik opnieuw ga blowen. Ik moet nog leren om neen te zeggen.' Dat zal hard nodig zijn, want na zijn therapie - die zeker vier maanden gaat duren - moet Kristof terug naar de wereld waar joints roken de normaalste zaak van de wereld is.

'Ik las vorige week in de krant dat één joint per dag geen probleem is. Ik weet beter. Het begint met eentje, maar het worden er snel twee, drie, vier - of andere drugs. Iedereen, echt iedereen die hier zit, is begonnen met cannabis. Tegen mijn jongere zus heb ik gezegd dat ik haar klop geef als ze het ooit durft te proberen. Als mijn zoon later ooit gaat gebruiken, hoop ik dat mijn verhaal hem zo schokt dat hij er nooit meer aan durft te denken. Ik za hem heel eerlijk vertellen wat mij is overkomen.'

met dank aan de auteur: Ilse Degryse

bron: De Standaard 11-13 april 2009

 

Via deze link ga je naar het verhaal van de moeder 'Ik geneerde me kapot' verschenen in De Standaard van 11-13 april 2009

Inschrijven E-zine

Invalid Input