De Sleutel Logo

LET'S GO PillLOW
Ga naar het inschrijvingsformulier



Verslaafd of niet?

Hoe merk je dat je afhankelijk geworden bent van drugs? Mislukken je pogingen om je gebruik te verminderen? Voel je je slecht als je niet gebruikt hebt? Bekijk onze FAQ of doe de test.

dinsdag 02 december 2014 09:55

Baas in eigen brein - Prof. dr Bernard Sabbe

 
Professor Bernard Sabbe heeft het in zijn referaat  “Baas in eigen brein?” over de vrije wil. Hij nuanceert enerzijds de kracht van die vrije wil. Anderzijds wijst hij erop dat het bestaan van die vrije wil verantwoordelijkheid schept. Het verplicht ons om keuzes te maken, ook al weten we hoe moeilijk het is om van perspectief te veranderen. Zijn gedachtengang voor u gereconstrueerd.

 

059 sabbe web

 

'Baas in eigen brein? Over vrije wil, het maken van keuzes en psychopathologie', Prof. dr Bernard Sabbe, diensthoofd universitaire dienst psychiatrie UZA-PZ Duffel; gewoon hoogleraar psychiatrie en medische psychologie UA en VUB; coördinator CAPRI, op de feestelijke zitting “Verslavingszorg uitgedaagd” van 14 november te Gent.

 

Prof Sabbe opende zijn betoog met een stukje toelichting bij de stille revolutie die we de laatste jaren aan het meemaken zijn. De grondvesten van zowel psychiatrie als geestelijke gezondheid zijn immers reeds een tijdje  flink aan het veranderen. Jonge mensen worden tegenwoordig veel meer meegezogen in de richting van de neurowetenschappen. De exponentiële toename aan kennis in de cognitieve neurowetenschappen zet ons sterk aan het denken over de grondslagen van verslaving.

Vier modellen van verslaving werden nog eens op een rijtje gezet: het morele model, dat verwijst naar het falen van de wil; het ziektemodel –inclusief paradox– dat tegelijk zegt het is een ziekte, men kan er niets aan doen, terwijl de enige manier om de ziekte te behandelen is abstinent blijven; het verlichtingsmodel dat stelt dat mensen wel verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van een verslaving, maar niet verantwoordelijk voor de oplossing; het compensatoire model dat juist omgekeerd zegt, dat mensen niet verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor de oorzaken van een verslaving, maar wel voor het gedrag dat men moet stellen om voor die oorzaken te compenseren.

De bijdrage werd verder geweven rond drie deelvragen en drie stellingen. Het zou blijven bij stellingen omdat de antwoorden op de deelvragen sowieso voorlopig en tentatief zijn.

1. Vrije wil bestaat (*)

Op basis van een aantal belangrijke filosofen en/of wetenschappers wordt een evolutie geschetst in opvattingen hierover. We maken kennis met Bargh die stelt dat enkel 0,5% van alle psychologische reacties vrije wil is, met Wegner voor wie vrije wil een illusie is. Anderen zeggen dat de hersenen een fysisch object zijn, aangestuurd door fysische oorzaken. De geest is terug te voeren tot het brein (Gazzaniga) of nog verder “we zijn ons brein”(Schwaab), vrije wil is niets meer dan een plezierige illusie. Samen met de ziel die zojuist overleden is (Wolfe) en na de dood van God in de 20ste  eeuw (Nietsche), is in de 21ste eeuw de vrije wil overleden.

Tegenover dergelijke theorieën en zienswijzen staat telkens onze alledaagse ervaring dat wij mensen wel degelijk iets kunnen willen, en dat we wanneer we echt iets willen (intentie) we ook overgaan tot actie.

Aan de hand van een experiment (Libet) werd aangetoond dat zich een soort voorbereiding voordoet in de hersenen alvorens de persoon zich de intentie bewust wordt om tot actie over te gaan. Via een EEG kon men het moment waarop de beslissing wordt genomen, onderscheiden van het zich afvragen of de beslissing zal genomen worden, de selectie van taken voor het uitvoeren van de actie en het selecteren van de actie zelf. Pas enkele milliseconden voor de actie zélf worden personen zich bewust van de intentie tot actie. Die bewustwording is beslissend om al dan niet tot handelen over te gaan. Daar situeren sommigen de vrije wil.

In de frontale gebieden van de hersenen onderscheidt men een motorisch gebied waar kernen liggen die helpen de beweging voor te bereiden. Daar kan een soort veto ontstaan. Belangrijkste kern daarbij is de zogenaamde preSMA (1). Wanneer deze uitvalt/wegvalt (bv. door letsel), gaat men een soort automatische actie uitvoeren en wordt de vrije wil uitgeschakeld (intentie komt niet meer, het veto verdwijnt). Men zou zich kunnen voorstellen dat bij een dergelijk letsel een beïnvloedingswaan kan ontstaan  (de waanidee dat men niet meer zelf de actie uitvoert, maar dat het iets is buiten ons dat tot de actie aanzet).

Het al dan niet erkennen van het bestaan van vrije wil raakt uiteraard zeer sterk aan ons bestaan, aan het fundament van ons mens-zijn. Vrijwel alle maatschappelijke normatieve aspecten vertrekken vanuit de aanvaarding van het bestaan van vrije wil, denk maar aan ons rechtssysteem (bv. discussie rond toerekeningsvatbaarheid), het onderwijs en de basisprincipes van opvoeding, ons “zijn” als sociaal wezen. Het bestaan van vrije wil gaat dus eigenlijk ook om het al dan niet aanvaarden van onze mogelijkheid tot (sociaal) leren en dus tot het dragen van verantwoordelijkheid voor ons handelen.

Als conclusie komen we tot een eerste tentatief antwoord op de uitgangsvraag: de stelling dat vrije wil bestaat (niet hetzelfde als vrijwillig gedrag). Er bestaan verschillende vormen van vrijheid.

2.  Vrije wil is niet hetzelfde als vrijwillig gedrag of keuzevrijheid

Veel van het gedrag dat wij stellen gebeurt automatisch en onbewust. Bij een plots hevig geluid gaan we bijvoorbeeld schrikken. Dat zijn onze reflexen, in dit geval het schrikreflex, waarbij een activatie van de amandelkernen in onze hersenen  optreedt. Toch zijn we in staat die reflexen te overstijgen. De waarneming van automatisch onbewust gedrag heeft geleid tot het behaviorisme, dat stelt dat alle gedrag is aangeleerd. Koppelingen tussen stimuli en reactie worden als het ware ingebrand in ons brein. Datzelfde behaviorisme laat evenwel geen ruimte voor de geest of voor gedachten of welke vorm van mentale activiteit ook. Volgens sommige onderzoekers vormt het  activeren van bepaalde gebieden in de hersenen een betere voorspeller voor wat mensen gaan doen dan wat mensen daarover zeggen.

Datzelfde stimulus-reactie-mechanisme staat bovendien in functie van iets positiefs. Zo zal in een doolhof een rat die eerst geleerd heeft om naar links te lopen voor het verkrijgen van een beloning, niet automatisch naar links lopen bij een nieuwe uitgangspositie. Ze blijft op de beloning afgaan. Met andere woorden, alles wat we doen wordt opgebouwd op basis van aangeleerd gedrag dat iets waardevols oplevert, iets dat beloont.

Zo komen we op het domein van hoe wij mensen leren. Leren gebeurt door herhaling, het geheugen, het imiteren, en ook onbewust. Bij leren door imiteren komen de zogenaamde spiegelneuronen op de voorgrond. Deze stellen ons in staat intenties van anderen te leren kennen. Dit illustreerde Sabbe door de manier waarop een kind via het kijken naar de blik van de moeder de aandacht leert trekken.  Aanvankelijk valt de blik van moeder en kind gewoon samen.  Vervolgens merken we dat  het kind vanaf 18 maanden dankzij het maken van een  (triadische) actie, aan de moeder duidelijk maakt wat het wil. Het zijn de spiegelneuronen die deze intentionele actie aansturen.

De macht van de gewoonte kan evenwel ook doorbroken worden. Daarvoor is selectieve aandacht nodig. Selectieve aandacht  selecteert gedrag dat meerwaarde geeft en tot beloning leidt. Voor bepaalde zaken lukt dat zelfs in de imaginaire omgeving. Het is op die manier dat we in bepaalde omstandigheden in staat zijn gedachten te lezen. We leren doordat we iets verwachten dat meerwaarde geeft en we geven selectieve aandacht met het oog op nog meer toegevoegde waarde. Onze vrije wil ontstaat door het versterken van de selectieve aandacht voor bepaalde zelf gekozen aangeleerde gedragspatronen.

055 prof sabbeDe kernvraag blijft dan nog waarom we daar bewustzijn bij nodig hebben? Waarom doen de hersenen dat niet allemaal automatisch en onbewust? Als we die vraag vandaag aan de neurowetenschappers voorleggen, is het antwoord : “we weten het niet”.

 

 

 

Er zijn vier argumenten om bewustzijn positief te waarderen.

  • Bewustzijn is nodig om informatie langdurig en diepgaand te verwerken. Het stelt in staat informatie te globaliseren en geeft veelzijdigheid aan de omgeving waarin we leven.
  • Hoe meer bewuste activiteit, hoe meer onbewuste effecten. Aldus zorgt het onbewuste wel voor de oplossing, maar pas nadat er voldoende bewuste activiteit aan is voorafgegaan.
  • Bewustzijn is vaak nodig om ‘conflicten’ op te lossen. Het speelt een heel belangrijke rol bij het leren uit fouten. Bewustzijn van een fout komt vaak pas op het ogenblik dat men de actie al uitvoert.
  • Bewustzijn is nodig om ons dingen te kunnen voorstellen, voor imaginatie.

Op basis van het zich voorstellen dat men ‘iets’ doet, kunnen dezelfde motorische neuronen geactiveerd worden die nodig zijn om dat ‘iets’ effectief te doen. Op basis van dat principe wordt bijvoorbeeld revalidatie bij een hersenbloeding aangepakt. We zien dit ook bij hoogspringers: voor zij springen, bereiden zij imaginair de sprong stapje voor stapje voor in hun hoofd.

Een eerste route naar vrije wil is dus selectieve aandacht. Een tweede route naar vrije wil is de voorstelling, de imaginatie. Vrije wil bestaat, maar het is niet hetzelfde als ongebondenheid. We zijn door, in en mét ons brein. Vrije wil ontstaat uit de hersenen en combineert datgene wat binnen je mogelijkheden ligt met een toegevoegde waarde vanuit lichamelijke en sociale behoeften plus culturele waarden. Evenwel, als vrije wil bestaat, schept dat eveneens verantwoordelijkheid, op basis van het samenbrengen van kennis en vrije wil en suggereert daarmee het maken van keuzes.

3. Het maken van keuzes

Ter illustratie wordt vertrokken van de keuze van mensen om 10 maaltijdcheques te gebruiken in een Chinees of Italiaans restaurant. Mensen hebben de vrijheid deze te besteden waar ze willen. Bij hun keuze speelt vooreerst voorkeur voor een bepaald soort eten een rol. Maar mensen weten ook dat naarmate men meer van hetzelfde zal eten, het genot zal afnemen. Daarom zullen we zien dat er mensen zijn die dag per dag zullen kiezen,  anderen gaan kiezen in reeksen  en gaan daarbij de realisatie van hun verlangen naar het eten van hun voorkeur uitstellen. Uit experimenten blijkt dat mensen die dag per dag kiezen vaker het eten van hun voorkeur kiezen. Tegelijk neemt het plezier in dat eten met 60% af. Mensen die kiezen in reeksen gaan slechts 4 keer op tien hun keuzevoorkeur eten, maar het plezier in dat eten blijkt 20% groter dan bij mensen die dag per dag kiezen. Keuzes zijn dus dynamisch, ze worden bepaald door de verwachte uitkomst, er bestaan verschillende strategieën om te kiezen én individuen maken in de eigen ogen altijd de beste keuze.

We kunnen hier wel een en ander uit besluiten in relatie tot verslaving, met name dat vrijwillig gedrag niet noodzakelijk leidt tot het beste resultaat, dat vrijwillig gedrag hand in hand gaat met overconsumptie (teveel eten van hetzelfde, met bijhorende nadelen) en dat globaal kiezen initieel grotere psychologische en cognitieve inspanningen vraagt. Immers, de voordelen komen pas later. Het tegemoetkomen aan de eigen “goesting” wordt uitgesteld. Dus, als we verslaving zien als chronische overconsumptie, dan verschilt dat eigenlijk niet echt wezenlijk van normale consumptie. Het probleem is alleen dat, naarmate men meer en meer neigt naar overconsumptie, het steeds moeilijker wordt om van ‘dag per dag’, naar ‘globaal’ kiezen te veranderen. Aldus komen mensen in het ziektemodel terecht.

Verslaving zien als een keuzeziekte verwijst naar de moeilijkheid om van perspectief te veranderen. Druggebruikers die ‘dag per dag’ kiezen zullen over een periode van 30 dagen het dagelijks gebruik van drugs verkiezen boven het niet-gebruiken. Ook bij hen zal over een periode van 30 dagen de satisfactie aanzienlijk afnemen. ‘Globale’ gebruikers zullen aanvankelijk 30 dagen niet gebruiken, maar het duurt 13 dagen vooraleer dezelfde graad van satisfactie wordt bereikt als bij voorgaande groep op hun slechtste drugsdag. Verslaving kunnen we beschouwen als een mismatch tussen hoe keuzes gemaakt worden en de eigenschappen van drugs. Globale keuzes worden bemoeilijkt door misleidende bias (2) : de kosten zijn direct en de voordelen komen pas later. De cognitieve vervormingen zijn niet pathologisch: ze zijn het directe gevolg van processen die het maken van keuzes bepalen en ze zijn inherent aan de processen die ten grondslag liggen aan de aard van vrijwillig gedrag.

Anders dan bij andere psychiatrische aandoeningen heeft verslaving ook een bright side. Enkel mensen zijn in staat om te leren uit zichzelf. Dieren kunnen alleen veranderen van gedrag door externe cues. Mensen kunnen dat door cognitieve capaciteiten, abstract denken en imaginatie, wat het overstijgen van een perceptuele breuklijn vraagt. Men moet kunnen afstappen van de directe perceptie om abstract te kunnen denken over te realiseren gedrag. Het maken van keuzes kan switchen en -typisch bij verslaving- externe omstandigheden kunnen een globaal keuzeperspectief inleiden. Dat kan bijvoorbeeld niet bij depressie. Verslaving laat grote veranderingen toe, uitgelokt door bijvoorbeeld het simpelweg zich engageren in vrijwillig gedrag, sociaal contact, het volgen van voorzichtigheidsregels. Bij verslaving blijven de voordelen van meer abstracte opties en zelfcontrole bestaan én mensen kunnen ook nog altijd reflecteren over de eigen keuzestrategieën en nieuwe beslissingen nemen.

Rest tenslotte nog de vraag wat dit allemaal voor gevolg heeft voor het brain-mind gegeven. Er wordt kort stilgestaan bij zeven modellen om het brein en de geest met elkaar in contact te brengen. Het voorbije betoog over vrije wil en vrijwillig gedrag leidt tot een grotere waarschijnlijkheid van die modellen waar vrije wil samen kan worden gedacht met het determinisme van vandaag (bijvoorbeeld het monistisch fysicalisme en het emergentisme).

Veerle Raes (november 2014)

 

(1) preSMA: in de hersenen onderscheidt men de motorische cortex, dit is het gebied verantwoordelijk voor de uitvoering van een beweging. Meer frontaal situeert zich de supplementaire motor area (SMA) en daarvóór ligt een kern (de preSMA) die de beweging voorbereidt. preSMA’ staat dus voor de kern in de hersenen die vóór (pre) de Supplementaire Motor Area ligt.

(2) Bias: een afwijking ten opzichte van de verwachte waarde

(*) In deze tekst en voordracht werd grotendeels gebruik gemaakt van de gedachtegang over vrije wil ontwikkeld door Herman Kolk in “Vrije wil is geen illusie. Hoe de hersenen ons vrijheid verschaffen”, Amsterdam, Bert Bakker, 2012

 

Tekst op basis van het referaat "Baas in eigen brein? Over vrije wil, het maken van keuzes en psychopathologie", door Prof. dr Bernard Sabbe, diensthoofd universitaire dienst psychiatrie UZA-PZ Duffel; gewoon hoogleraar psychiatrie en medische psychologie UA en VUB; coördinator CAPRI (uitgesproken tijdens de feestelijke zitting van 14 november te Gent "Verslavingszorg uitgedaagd!")

 

Meer nieuws over 40 jaar De Sleutel      40 jaar logo zonder slagzin

 

 

 

 

Actief sporten beschermt tegen herval

Volg ons op Facebook

Inschrijven E-zine

Invalid Input

Agenda

Mei
  • 20
    09:00 Let’s Go PillLow! Hindernissenparcours Xtra Time Gent

    Op zaterdag 20 mei organiseren we het 1ste Let's go PillLow  - Hindernissenparcours,  ten voordele van Xtra Time, de omnisportwerking van De Sleutel.

    Lees meer



September
  • 10
    10:00 Zee-zeildag 2017

    Op zondag 10 september kan u opnieuw deelnemen aan de Zee-zeildag ten voordele van De Sleutel.

    Lees meer

    Link naar website o.m. met reacties van deelnemers van vorige edities.

  • Volledige agenda