maandag 17 mei 2021 14:20

Met de lancering van HOOS start Weerwerk een nieuw circulair verhaal

Bij Weerwerk leefde al langer de droom om een eigen product te maken. Het wou als maatwerkbedrijf aan de slag gaan met de reststroom van materiaal die normaal wordt weggegooid en verbrand. Een circulair verhaal schrijven door materialen op te pikken - zoals bache - en om te vormen tot nieuwe producten. Maar kan je met die productie een business uitbouwen die voldoende levensvatbaar is?

Hoe het begon

Een ateliermedewerker met ervaring uit zijn thuisland, een bevriende ontwerpster van tassen die zich aanbiedt om samen een collectie uit te bouwen, en veel goesting ook bij de medewerkers zelf om creatief aan de slag te gaan. Het bleef echter wachten op centen: subsidieaanvragen om dit innovatief project te lanceren werden eerst niet goedgekeurd, uiteindelijk wel. En toen kwam Johan Bonner op de proppen. Een goede match.
Johan Bonner: “Het idee voor die bachetassen was nieuw voor Weerwerk, maar niet voor de wereld. Maar als er een goed idee op tafel ligt, kan ik een business uitbouwen. Naar een levensvatbaar project bouwen is mijn expertise. Toen in april vorig jaar de wereld als gevolg van corona in crisis ging, ben ik mij gaan richten op de sociale economie. Dat was een bewuste reflex. Ik was toe aan een nieuwe uitdaging. Dankzij mijn werk rond kleeftextiel bij Squid maakte ik kennis met het maatwerkbedrijf Nevelland (nu Mirto, nvdr). En ik was zeer aangenaam verrast. Ik dacht onterecht aan lage kwaliteit, ver van de economische context. Vandaar dat ik niet getwijfeld heb om te solliciteren op de vacature voor projectmanager bij Weerwerk.”

 bache johan en stijn web

Johan Bonner (links op de foto) en ateliercoördinator Stijn poseren fier met enkele modellen

Waarom deze ambitie om zelf een product te maken?

“Circulair wordt het nieuwe normaal. We moeten zorgvuldig omgaan met grondstoffen en materiaal maximaal hergebruiken. Weerwerk neemt hiermee haar sociale verantwoordelijkheid. Dat is logisch: duurzaam handelen zit in de kern van onze missie. We willen daar als bedrijf naar handelen en ons steentje bijdragen om de klimaatdoelstellingen te halen”, zo stelt Pieter De Gryse die Groep Weerwerk coördineert. “Maar het zorgt er ook voor dat onze medewerkers en de omkadering trots kunnen zijn op wat we doen. En dat mag ook. Weerwerk levert kwalitatief mooi werk. En dat kunnen we dankzij onze tassen in de kijker zetten”.

De coördinator van het atelier Stijn (rechts op de foto) formuleert het nog anders: “De meeste opdrachten die wij in het atelier uitvoeren, resulteren voor onze medewerkers van het atelier in onzichtbare producten voor onzichtbare klanten. Nu gaan ze een tas maken, die ze kunnen meenemen naar huis, die ze kunnen laten zien of aan iemand cadeau geven, ze kunnen aan hun zoon zeggen: "Daar heb ik toe bijgedragen". Die fierheid is een grote meerwaarde.”

 

Jullie collectie krijgt de naam HOOS?
Johan Bonner:
Klopt. We zochten een korte, krachtige naam, die ook visueel mogelijkheden biedt. HOOS is een woordbeeld, maar verwijst ook naar een natuurfenomeen dat materiaal verzet. Wat wij doen is ook materiaal verplaatsen van de ene naar de andere plaats. Dat moet onze tweede natuur worden.
Hoe geraakte je ervan overtuigd dat dit circulaire verhaal levensvatbaar is voor Weerwerk?
Johan:
Enerzijds omdat er meer dan voldoende materiaal beschikbaar is, namelijk bache die vandaag nog te vaak vernietigd wordt. Bovendien is heel veel van dat materiaal echt uniek en wordt het veelal amper een paar dagen gebruikt. Denk bijvoorbeeld aan evenementen als de Ronde van Vlaanderen, beursevents, festivals, … Eigenlijk is die bache sterk genoeg om maandenlang buiten te hangen. Anderzijds zien we een stijgende behoefte bij bedrijven om iets te doen om de sociale economie te ondersteunen. We krijgen regelmatig de vraag van bedrijven of Weerwerk iets met hun afvalstroom kan doen, om de circulaire cirkel rond te maken. Concreet denk ik aan cinéma Sphinx dat zware tijden kende met corona. We zijn naar hen toegestapt en vandaag is hun grote stock aan filmposters een inkomstenstroom voor hen geworden. Ze speelden al met het idee, maar wisten niet dat dit kon. Nu maken we unieke tassen met hun posters.

 

bache atelierVandaag werken er in het naaiatelier in Roeselare 4 à 5 mensen. Op weekbasis maken ze gemiddeld 35 tassen uit gerecycleerd materiaal.

 

Uitbouw naaiatelier in samenwerking met Carole Hipken

Sylvie Wybo (coördinator Roeselare): Vandaag werken er in het atelier 4 à 5 mensen. Op weekbasis maken ze gemiddeld 35 aantal tassen uit gerecycleerd materiaal. Een aantal onder hen is bezig met de voorbereiding van snijwerk. Een ander deel met de afwerking. In Roeselare is er al langer een goed draaiend naaiatelier. Tijdens de eerste lockdown toonden de medewerkers met de productie van mondmaskers dat ze ook grotere volumes aankunnen. Er leefde bij de medewerkers ook wel goesting om zelf iets creatiever aan het stikken te slaan. In juli 2020 startte binnen Weerwerk een klein team rond deze nieuwe productielijn. Ontwerpster Carole Hipken organiseerde een opleiding om de specifieke werkwijze aan te leren nodig voor het verwerken van reclamezeilen met dit eerder taai en dik materiaal. Eenmaal de afspraken rond waren rond samenwerking en auteursrecht, ging de bal aan het rollen.

Het is ook mooi dat we met deze nieuwe productielijn konden inspelen op de expertise van één van onze medewerkers. Zakaria kwam 6 jaar geleden aan in ons land. Hij vluchtte voor de Taliban. Vandaag vormen we mede dankzij zijn ervaring uit zijn thuisland een sterk team in het naaien van dit soort hard textiel.

 

Jullie mikken niet alleen op cultuur?
Johan
: We hebben verschillende deelmarkten voor ogen: inderdaad cultuur en musea omdat we daar mensen bereiken die steeds op zoek zijn naar nieuwe producten. Bij ons is elke tas uniek. En zo kom ik op het grote belang van ons circulaire verhaal. Al heel wat bedrijven denken samen in diezelfde richting: we moeten met zijn allen minder producten aankopen en materiaalstromen veel langer gebruiken. Bekijk het als een oorlog tegen de goedkope wegwerpproducten die uit het Oosten komen. De internationale handel kampt als gevolg van corona steeds vaker met bevoorradingsproblemen van goederen uit o.a. China. We moeten af van die afhankelijkheid. En de circulaire economie en upcycle toepassingen zijn een heel goed antwoord om een deel van die duurzaamheidsbehoefte in te vullen. Maar verder mikken we ook op bedrijven die elk jaar op zoek gaan naar een leuke verrassing voor hun medewerkers (eindejaar, secretaressedag, sinterklaas,…) of op zoek zijn naar VIP-pakketten voor hun klanten. Ook daar proberen we de circulaire boodschap binnen te krijgen.

Voor de verkoop richt Weerwerk zich niet rechtstreeks tot de consument?
Johan:
Niet in eerste instantie. We mikken voor het grootste deel van onze omzet op BtoB (bedrijven, overheden en groepsaankopen), waar we een veel lagere cost of sale hebben. Bij voorkeur vertrekken we van de eigen reststroom die ze hebben die we tot op een zeker niveau kunnen personaliseren tot een tas of accessoire.

Er zijn reeds andere spelers die tassen hergebruiken. Hoe heb je dit aangepakt en hoe maak je het verschil?
Johan:
We zochten een niche in de markt en kozen voor een beperkte collectie unieke tassen: een schoudertas, een shopper, een stevige waterdichte fietstas, een pennenzak, … Gaandeweg vulden we dit aan met kleine accessoires zoals een sleutelhanger. We blijven immers investeren in die ontwikkeling en zoeken ook naar producten die deels industrieel in grotere volumes vervaardigd kunnen worden en met een deel handenarbeid kunnen worden afgewerkt. Wie zou er als herinnering geen gadget willen kopen gemaakt van promomateriaal van een Tomorrowland-festival? Op die manier onderscheiden we ons, breiden we het assortiment uit met leuke gimmicks en hergebruiken we onze overschotten.
Vooraf zijn we uitgebreid in gesprek gegaan met een aantal ateliers. Het zou dom zijn om dezelfde beginnersfouten te maken als onze concurrenten in het verleden. Op die manier zijn we veel dingen te weten gekomen: wat werkt en wat niet, kloppen onze assumpties, hoe organiseer je je atelier, wat voor machine heb je nodig. Dankzij die contacten konden we trouwens een speciale naaimachine voor zware bache tweedehands aankopen, waardoor we sneller van start konden gaan. Ik wil het iedereen aanraden: kijk niet naar concurrenten met een vijandige blik. Je kan veel meer leren als je kort uitlegt wat je van plan bent. Onze concullega’s zijn eigenlijk partner in een groter duurzaam verhaal. In de toekomst moet de sociale economie evolueren naar netwerken van partnerbedrijven die naar de reguliere economie op grote schaal diensten kunnen verlenen. Vandaag zitten maatwerkbedrijven te veel vast in microdienstverlening. Een groot stuk van de markt bereiken we niet. Ketens als H&M in de mode-industrie slaan straks – omdat ze voelen dat het moet- de richting van circulariteit in. Als zij een deel van hun assortiment circulair wil maken, dan is er vandaag geen speler voorhanden die een oplossing heeft. Als er een netwerk is kunnen we vanuit één stem naar die bedrijven toestappen. De maatwerkbedrijven kunnen die hoge volumes leveren. Daar liggen veel tewerkstellingskansen. Een ander inzicht uit de verkennende gesprekken waar we mee aan de slag zin gegaan, situeert zich superlokaal. Als maatwerkbedrijf moeten we nog beter elk in onze eigen achtertuin bekijken welke reststromen en welke behoeftes er zijn,… Ook daar liggen groeimogelijkheden rond verkoop en aanvoer van materiaal.

Was corona een drempel bij de opstart?
Johan:
We zitten een beetje achter op schema. Corona was inderdaad een spelbreker. Ook al konden we dankzij de productie van mondmaskers op grotere schaal werken. Dat was interessant om de skills van de mensen beter te kunnen inschatten. Maar de cultuursector ligt stil. De markt van de evenementensector grotendeels aangetast. Lokale overheden zijn voorzichtig. Bedrijven in het algemeen zitten in overlevingsmodus. Anderzijds kan ons aanbod helpen om medewerkers mee te krijgen in dit verhaal. Kleine gadgets kunnen hierbij helpen.

Naast BtoB mikken we ook op verkoop rechtstreeks aan de consument. Het is beter om op twee benen te staan. Ook al weten we dat we in de kleinhandel en via een webshop met veel minder marge moeten werken. Bovendien is het in deze coronatijden moeilijk te voorspellen hoe de retail-handel zal evolueren. Ik weet uit ervaring dat het niet evident is om een winstgevende webshop uit te bouwen. Je zit met kosten logistiek, klantencontact,… We willen met HOOS een (klein) merk bouwen voor mensen die op het einde van het jaar een circulair cadeautje willen geven. Onze balie openzetten om langs te komen, ook al hebben we een resem unieke tassen, is niet haalbaar. We zien onze webshop eerder als een efficiënte manier om vrienden en kennissen te bedienen. Ik ben nieuwsgierig hoe dit gaat draaien.

Leerproces

Johan: De realiteit is dat we als maatwerkbedrijf ook voordeel kunnen halen uit de uitbouw met de achterkant van zo’n webshop. Velen verdienen met die logistiek hun boterham. Als we dit voor onszelf kunnen, dan kan dit ook worden uitgebreid als dienstverlening naar derden. Bovendien heeft een deel van ons personeel een affiniteit met dat digitale verhaal. Op die manier is het een goede aanvulling op de handenarbeid die we vooral aanbieden. In de opstartfase organiseerden we productieproefdagen. Een model maken en aantallen op het vereiste kwaliteitsniveau krijgen, vraagt immers tijd. De proefmodellen nodig om onze mensen te trainen bieden we voor een prikje aan de eigen medewerkers. Op die manier maken we er ambassadeurs van.

Wat zijn de plannen en uitdagingen voor de toekomst?

Johan: Het opbouwen van de merkbekendheid voor HOOS is de grootste uitdaging, maar we willen ook werk maken van de uitbreiding van ons gamma met producten. Ik denk bijvoorbeeld aan specifieke sporttassen voor een bepaalde sport. Ik vind dat we ook onderzoek moeten doen rond het verduurzamen van tassen aan de hand van servitisatie. Stel je voor dat je de tas niet meer koopt, maar huurt en ze kan omruilen als je een andere wenst. Een grote uitdaging voor ons atelier is nu de implementatie van de webshop. Dat is een totaal nieuwe activiteit. We bouwen een fotostudio, nemen foto’s van onze producten. Dat is een investering die op termijn kan renderen. Het is ook een extra takenpakket. En dat brengt wel wat spanning met zich mee. Een andere horde is het op tijd volumes klaarkrijgen, naar deadlines werken. Een vaderdagcadeau moet tijdig opgeleverd worden. En die productie moet in balans zijn met de zorg voor onze mensen. En tot slot willen we ook de fierheid op ons nieuw merk bij de medewerkers aanwakkeren. Als onze medewerkers met eindejaar ons laatste nieuwe HOOS-product cadeau willen geven dan zal ik tevreden zijn. En mochten meer maatwerkbedrijven onze sprong kunnen maken, dan kan kunnen we ook het landschap wijzigen. De circulaire economie kan een hefboom zijn voor de sector, niet alleen om vooroordelen weg te werken maar ook om veerkrachtiger te worden en minder afhankelijk. We moeten durven evolueren naar dienstverlening en entrepreneurial spirit.

 

Paul de Neve (juni 2021)

 

Aanverwante info
website HOOS

 

(foto's: © Francesca Van Daele)

 

bache johan

Johan Bonner is zelfstandig product and business developer. Hij studeerde Productontwikkeling (Hogeschool Antwerpen) en specialiseerde zich aan de Vlerick-school. Startte loopbaan bij Samsonite, was 9 jaar actief bij ontwerpbureau Pars Pro Toto. Hij werkt sinds 5 jaar zelfstandig voor Squid. Voor dat bedrijf bouwde hij, startend van het idee van een staaltje kleeftextiel, een hele business uit. Zijn interesse voor de maatwerkeconomie ontstaat dankzij een samenwerking met het toenmalige Nevelland (na fusie met Revam uit Eeklo gefusioneerd tot Mirto).

Latest from Paul De Neve

back to top