maandag 12 juli 2021 10:51

Drugpreventie in klasverband: do or don’t?

Scholen zijn sinds enkele jaren bewuster bezig met gezondheid. Dat blijkt uit een recent gepubliceerde peiling naar het preventief gezondheidsbeleid in het onderwijs. Maar hoe zit het nu met drugpreventie in klasverband? Is ons werk plots in tegenstrijd met Vlaamse richtlijnen?

De publicatie waarover sprake, m.n. de indicatorenbevraging naar het preventief gezondheidsbeleid in onze basisscholen, kreeg net voor de vakantiestop heel wat aandacht in de media, in het bijzonder wat betreft het luik lesgeven over illegale drugs (1). De boodschap van de publicatie was dat je best niet teveel aandacht aan illegale drugs in de klas besteedt, omdat dit net de interesse kan opwekken. 73% van de basisscholen en 81% van de secundaire scholen in Vlaanderen zou lesgeven over illegale drugs, stelt het rapport. Er ontstond wat commotie in de pers gevolgd door misinterpretaties: VAD zou ertegen zijn dat er in klasverband over illegale drugs gepraat wordt. Daarop reageerde Vlaams minister van Welzijn en Gezondheid Wouter Beke dat er ondanks het nieuwe advies beter wél aandacht blijft voor drugpreventie op school (2). De preventiedienst van De Sleutel heeft een lange traditie omtrent praten over (illegale) drugs in de klas (lees: het secundair onderwijs). Is ons werk dan in tegenstrijd met Vlaamse richtlijnen? Nee. Onze stelling is: wees niet bang van een klassikale aanpak als het thema tot de leefwereld van de groep behoort. De discussie is niet zwart-wit.

Verslavingspreventie in de klas is niet nieuw

Laten we starten met de essentie van het opiniestuk dat VAD schreef (01/06/2021) naar aanleiding van de verwarring die ontstond: “klassikale lessen rond drugs kunnen deel uitmaken van een preventieve aanpak, maar effectieve preventie omvat veel meer dan eens een les geven rond drugs”. Dit brengt alvast de nodige nuance in het debat.

Met de Vlaamse leerlijn verslavingspreventie in het onderwijs (3) biedt VAD een handige kapstok waarrond je best werkt als je les wil geven over alcohol, tabak, gokken, illegale drugs of gamen. Over illegale drugs bijvoorbeeld begin je best niet in het lager onderwijs en starten met drugeducatie rond alcohol na de scharnierleeftijd waarop het gebruik de hoogte ingaat zijn allebei voorbeelden van onjuist getimede preventie. Weten wat je op welke leeftijd best (niet) aan bod brengt is dus een eerste belangrijke stap. Weten hoe je je boodschap verpakt en overbrengt is ook cruciaal. Het gebruiken van voor de leeftijd herkenbare voorbeelden, het interactief en participatief werken, het kiezen van werkvormen die algemene levensvaardigheden versterken … allemaal voorbeelden van effectieve strategieën die door EMCDDA, het Europees monitoringscentrum voor drugs en verslaving, al jaren als gouden standaarden binnen het preventiewerk gelden.

Verslavingspreventie in de klas is niet nieuw. In Europa is schoolgebaseerde preventie de meest voorkomende en populaire vorm van universele preventie (4). De school is immers een gemakkelijke manier om een groot deel van kinderen en jongeren te bereiken. Er zijn in Vlaanderen talloze (drug)preventiemethodieken voor handen, veelal universeel en bijgevolg gericht op jongeren zonder bijkomend risicoprofiel. Soms rijzen er ook wat vragen, onder impuls van maatschappelijke tendensen. Bijvoorbeeld recent rond het gebruik van lachgas tijdens lockdownfeestjes. In het artikel (23/02/2021) Lachgas. Een nuchtere kijk op de aanpak van een terugkerend fenomeen (5) stelt VAD: “Betekent het dan dat je niet mag praten over lachgasgebruik of waarschuwen voor risico’s? Jawel, maar op een heel selectieve manier, en enkel wanneer je zeker weet dat het gebruik van lachgas aanwezig is in de leefwereld van de jongeren/jongvolwassenen die je voor je hebt.” Goed weten welke groep je voor je hebt en wat hun leefwereld is, is dus eveneens van belang.

klas

Proportioneel universalisme

Het idee van proportioneel universalisme, waarbij universele, selectieve en geïndiceerde drugpreventie aangeboden wordt op basis van de aanwezige nood, geeft aanleiding tot een evenwichtige preventiepraktijk. Afhankelijk van het profiel van de jongeren in kwestie zijn er diverse interventies noodzakelijk. Een klas of leefgroep is in de praktijk immers niet altijd mooi homogeen samengesteld. In éénzelfde groep kunnen er kinderen of jongeren zitten die nood hebben aan een gedifferentieerde preventieboodschap en -strategie. Sommigen hebben een verhoogd risicoprofiel maar experimenteren (nog) niet met drugs, terwijl anderen uit de hand lopend gebruik ontwikkelen zonder bijkomende risicofactoren en nog een andere groep in een gebruikspatroon zit dat reeds uit de hand is gelopen. Een complementaire aanpak is dus in de praktijk vaak erg wenselijk, zeker in alternatieve onderwijsstelsels zoals bijvoorbeeld het deeltijds onderwijs. Eerdere leerlingenbevragingen van VAD wezen uit dat het gebruik binnen het deeltijds onderwijs algemeen genomen hoger ligt dan in het ‘regulier’ onderwijs. Ook uit verschillende internationale studies blijkt het gebruik binnen ‘niet reguliere onderwijssettings’ hoger(6). De vraag hier is echter niet wat (inhoud), hoe (vorm) en bij wie (context), maar of het klassikaal lesgeven überhaupt een goede strategie is om aan verslavingspreventie te doen, in het algemeen.

Onze kernboodschap

Preventieve interventies heel gericht aanpassen aan de context is cruciaal in het creëren van effectieve jeugdinterventies(7). Bepaalde acties, methoden of interventies kunnen erg effectief zijn, maar niet haalbaar in de specifieke context. Wat het meest effectieve is, is vaak ook niet de vraag. We stellen vast dat solitaire initiatieven zoals projectdagen of losse lesmomenten rond drugs op de gemiddelde Vlaamse school nog steeds een gangbare praktijk is. Dit is echter weinig effectief. Vaak is de aanleiding voor aandacht rond de drugthematiek probleemgedrag of verhoogde bezorgdheid bij enkele leerlingen. Bepaald probleemgedrag bij één of enkele leerlingen kan beter individueel ingevuld worden.

De heersende realiteit in het Vlaamse onderwijs is dus een overvloed aan kleine, kortdurende, eenmalige activiteiten en interventies zonder een stabiele en wetenschappelijk onderbouwde structuur. We kunnen nog veel leren van Nederland. Daar is Helder op School (8) hét nationaal overkoepelend preventieprogramma in het onderwijs.

Onze kernboodschap? Wees niet bang van een klassikale aanpak als het thema tot de leefwereld van de groep behoort. Gebruik daarbij evidence based preventiemethodieken. De leerlijn van VAD is hierbij een handige gids. Wees je goed bewust van het feit dat een eenmalige actie of les slechts een beperkt effect heeft. Preventie zal effectiever zijn als je ook inzet op de elementen vervat binnen een drugbeleid op school: afspraken en regels rond drugs, de reactie van de school op incidenten of problemen, zorg voor leerlingen die het nodig hebben en een veilige en gezonde omgeving waar een gezonde keuze de gemakkelijkste is. Ga ook best eens na of er kwetsbare jongeren in de klas zitten waar je beter één-op-één aanpak kan realiseren. Al dan niet in combinatie met universele preventieprogramma’s voor de rest van de klas, zoals Unplugged (9). Daarin zijn verschillende preventietechnieken geïntegreerd, zoals het stimuleren van algemene levensvaardigheden en het werken rond normatieve overtuigingen. Vraag aan de gemiddelde 14 jarige scholier hoeveel % van zijn peers wekelijks blowen en vaak zullen ze het hoger inschatten dan het werkelijk is. We ervaren al lang dat jongeren het gebruik van hun leeftijdsgenoten overschatten. De normatieve feedback die daarop volgt, het bijsturen of bevestigen van hun inschatting, is een manier om preventief te werken met jongeren omtrent middelengebruik. VAD ontwikkelde daaromtrent in 2017 de online tool ‘Iedereen drinkt, iedereen blowt’ (10).

We weten dat je richten op jongeren met een verhoogd risicoprofiel (selectieve preventie) effectiever is dan universele preventie, maar het is niet omdat universele preventie minder effectief is dat het zinloos is. De groep waarvoor universele preventie een zinvolle preventiestrategie is, is overigens veel groter. Het is ook niet omdat iets effectief is dat het steeds haalbaar is in de context waar het geïmplementeerd moet worden. We stellen bijvoorbeeld vast dat ons materiaal voor de eerste graad secundair onderwijs, Unplugged 1, dat in principe 12 lessen van 50 minuten omvat, voor de meeste leerkrachten teveel contactmomenten vereist. Als gevolg plukken of clusteren sommigen lessen naar believen, wat de integriteit van de methodiek niet ten goede komt. Het blijft voor ons belangrijk om ons aanbod te toetsen aan de praktijk, niet alleen qua effectiviteit maar vooral omtrent kwaliteitsvolle implementatie. Niet alleen de kennis van de leerkracht omtrent de drugthematiek is immers belangrijk. Sterker nog, de kwaliteit van de relatie tussen leerkracht en zijn de leerlingen is vaak meer doorslaggevend voor de doeleinden van drugpreventie. Als de relatie tussen een leerkracht en zijn klas sterk is, dan is er ook meer ruimte en mandaat voor het bespreekbaar maken van de thematiek. We zijn ver voorbij de periode van klassikaal informeren als ultieme strategie, wat vaak een enge en traditionele kijk op drugpreventiewerk is. Het beter begrijpen van inzetten op factoren die de implementatie ten goede komen staat bij ons nu veel meer op de voorgrond.

Conclusie

Met de eerder onheldere communicatie in de pers zal het misschien moeilijker worden om mensen te overtuigen van een klassikale aanpak via universele preventie. Vaak worden immers de nuances in het verhaal snel vergeten. Dat is jammer.

We scharen ons achter de opinie van VAD. Educatie of lessen over drugs op klasniveau zijn slechts een klein onderdeel van een veel breder geheel. Dit mag echter niet ten koste gaan van universele preventie. Het blijft zinvol in te zetten op het trainen van voor verslavingspreventie relevante levensvaardigheden, zoals emotieregulatie, stresshantering, zelfcontrole, … Daar is onze preventiedienst ook voor erkend door de Vlaamse overheid.

Giovanni Laleman (juli 2021)

(1) https://www.gezondleven.be/projecten/indicatorenbevraging/onderwijs

(2) https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2021/05/31/ondanks-nieuw-advies-minister-beke-vindt-dat-er-wel-aandacht-mo/ 

(3) https://www.vad.be/catalogus/detail/leerlijn-verslavingspreventie-in-het-onderwijs 

(4) https://www.emcdda.europa.eu/html.cfm/index1578EN.html 

(5) https://www.vad.be/artikels/detail/lachgas-een-nuchtere-kijk-op-de-aanpak-van-een-terugkerend-fenomeen

(6) Take it Personal! Resultaten van een eerste casestudie naar de uitvoerbaarheid en werkzaamheid bij leerlingen van het praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs. (Trimbos, 2020)

(7) Geertje Leflot (2021) Implementatiegids voor (preventieve) innovaties in het onderwijs (ongepubliceerd)

(8) https://www.trimbos.nl/aanbod/helder-op-school

(9) Unplugged is drugpreventiemateriaal voor het secundair onderwijs, ontwikkeld door De Sleutel. www.unplugged123.be

(10) http://idib.vad.be

 

 

[1] Take it Personal! Resultaten van een eerste casestudie naar de uitvoerbaarheid en werkzaamheid bij leerlingen van het praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs. (Trimbos, 2020)

[1] Geertje Leflot (2021) Implementatiegids voor (preventieve) innovaties in het onderwijs (ongepubliceerd)

[1] https://www.trimbos.nl/aanbod/helder-op-school

[1] Unplugged is drugpreventiemateriaal voor het secundair onderwijs, ontwikkeld door De Sleutel. www.unplugged123.be

Latest from Paul De Neve

back to top