De cliënten die aankloppen bij De Sleutel zijn heel divers. Als we kijken naar het opleidingsniveau van de cliënten onderscheiden we een ruim spectrum: van universitairen en mensen met een opleiding in BuSO, tot mensen die niet verder raakten dan 1ste of 2de middelbaar. Het behaalde opleidingsniveau is slechts één indicator van het functioneren.

Kenmerkend is dat we mensen over de vloer krijgen die elk op hun eigen manier leren. Dan hebben we het hier over het verwerven van kennis en vaardigheden, levenservaring, aanleren van nieuw gedrag, enz. Opvallend is dat – ongeacht het opleidingsniveau – er vaak een zeer grote mate van streetwise-zijn en adaptief vermogen is ontwikkeld doorheen hun gebruikersgeschiedenis. Het behalen van een diploma of bepaald opleidingsniveau zegt vaak veel over het al of niet hebben van een ondersteunend netwerk, van de beginleeftijd van het gebruik, van de ernst van het gebruik, …

Als hulpverlener komt het er dan ook op neer om de manier van leren samen te zoeken. Wat is helpend? Wat is ondersteunend? Wat spreekt aan, …wat geeft hun de moed om opnieuw andere opties en mogelijkheden uit te proberen dan het gebruik. In het hulpverlenerstraject is het soms een zoeken naar de gepaste zorg, gepaste methodieken.

Het uitfilteren van intelligentieniveaus kan hierin indicatie geven. Daarnaast is het ook belangrijk om een zicht te krijgen op het sociaal emotioneel niveau van functioneren en hier gepast en zorgzaam mee om te gaan.

Bij het werken met jongeren die anders leren, slaat het inzetten op verbale methodieken minder goed aan

Voor mensen die “anders leren” kan het intellectueel functioneren binnen de range van normaal begaafd liggen, maar zijn er toch een aantal aanpassingen nodig. Denk aan cliënten met ADHD-kenmerken, waarbij het niet lukt om de aandacht lang bij een gesprek te houden. Denk aan cliënten met ASS-kenmerken, waarbij het belangrijk is hoe informatie gegeven wordt of de hoeveelheid prikkels in de omgeving doorslaggevend zijn. Ook cliënten met een psychische kwetsbaarheid hebben speciale noden. Soms is het nodig om het tempo aan te passen, na te gaan welke thema’s of situaties extra belastend zijn, welke begeleidingsstijl emotionele onrust opwekt, …

Vertrekkend vanuit de herstelvisie betekent dit dat we werken op basis van de basispremisse van gelijkwaardigheid, en onze cliënt aan het roer zetten. Het is een zoekend afstemmen met de cliënt wat de mogelijkheden en beperkingen zijn, om de cliënt in zijn kracht te zetten. Samen zoeken, naar de juiste taal en methodieken. Het hulpverlenerstraject is niet gebaat bij een over- of onderschatting, overvragen, …    

J. Vandernagel[1] is gespecialiseerd in onderzoek en zorg voor mensen met een lichte verstandelijke beperking (LVB) met middelenproblematiek. Binnen Tactus leidt ze het Centrum Verslaving & Licht Verstandelijke Beperking, waarbinnen zorg en behandeling, onderzoek, onderwijs en methodiekontwikkeling worden uitgevoerd.

Ze geeft in haar boek “LVB en verslaving” een lijst van tips mee specifiek bedoeld voor mensen met een licht verstandelijke beperking in behandeling voor verslaving. De tips (zie kader) lijken zinvol voor meerdere cliënten los van de omschreven doelgroep. Vaak merken we bij cliënten met een verslavingsprobleem bij aanvang van een behandeltraject dat het functioneel herstel[2] beperkt is. Daardoor is een aangepaste aanpak aangewezen.

Jaap van der Stel is ruim vijftien jaar werkzaam geweest op het terrein van de preventie in de geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg. Hij is pleitbezorger voor de 4 dimensies van herstel, klinisch, functioneel, maatschappelijk en persoonlijk herstel. Hij vestigt de aandacht erop dat herstel meer is dan het klinisch herstel (verminderen van symptomen). Om tot persoonlijk herstel te komen is er een samenspel tussen deze dimensies.

In het artikel “functioneel herstel en zelfregulatie” pleit hij voor extra aandacht voor het herstel van psychische functies die als gevolg van de aandoening zijn verminderd of aangetast, of niet goed zijn ontwikkeld. De psychische functies die zeker herstel nodig hebben als er sprake is van een stoornis in het gebruik van middelen zijn de hogere executieve functies zoals zelfbeheersing, plannen kunnen maken, zichzelf kunnen motiveren, de zelfspraak, enz. De executieve functies liggen aan de basis van de zelfregulatie.

Zolang deze functies nog onvoldoende hersteld zijn, kunnen een of meerder tips uit de lijst van J. Vandernaegel het hulpverleningstraject erg faciliteren. Zoals steeds is het een goed afstemmen tussen hulpverlener en cliënt om de gepaste vorm te vinden.

Els Vanneste (december 2022)


 “De Sleutel biedt zorg op maat aan mensen die problemen ervaren als gevolg van het problematisch gebruik van illegale drugs. Alle roesmiddelen die door de wet verboden of strikt gereglementeerd zijn, waaronder de nieuwe psycho-actieve stoffen krijgen onze aandacht. Wij begeleiden mensen van zodra zij beginnende klachten ervaren die kunnen leiden tot afhankelijkheid. Ook mensen in de onmiddellijke omgeving van de gebruiker kunnen bij ons terecht.” (*)


(*) Identiteitsverklaring van De Sleutel

[1] Handboek LVB en verslaving, 2017, J. Vandernagel, M. Kiewik & R. Didden, Boom Uitgeverij Amsterdam

[2] Tijdschrift voor psychiatrie, editie 57, nov 2015. Functioneel herstel en zelfregulatie: opgaven voor cliënten én psychiaters, J.C. Van der Stel.

Aanverwante info

Bekijk hiernaast enkele communicatietips bruikbaar bij anders lerenden

Lees hier : Middelengebruik bij mensen met een licht verstandelijke beperking

“Bij de start van een hulpverleningstraject gaan we binnen De Sleutel aan de slag met de Tevredenheid met het Leven (of TVL * ) om van daaruit doelen en krachten te bepalen. Deze vragenlijst is beschikbaar in verschillende versies: in woorden met een 10-puntenschaal, in woorden met smileys en in kaartjes, waarbij je de verschillende levensdomeinen fysiek rangschikt in verschillende kolommen.  De hulpverlener maakt op basis van het contact en de beschikbare informatie een inschatting of hier eerder met de klassieke vragenlijst gewerkt kan worden, dan wel samen iets doen beter aansluit bij de levenssfeer van de cliënt. Het IQ is hierin niet doorslaggevend om te bepalen welke methodiek we inzetten.” Elke (Ambulant centrum Brugge)


Communicatietips

  • Benader de cliënt op basis van gelijkwaardigheid, maar realiseer u dat u diegene bent die zich aan (de mogelijkheden en beperkingen van) de cliënt moet aanpassen. 
  • Beperk het aantal boodschappen dat je in een gesprek wilt bespreken of meegeven.
  • Maak samen een samenvatting van het gesprek, noteer de gemaakte afspraken en geef een print mee.
  • Hou er rekening mee dat het voor de cliënt een drempel is om toe te geven dat hij een vraag niet begrepen heeft. Geef bij de start van het gesprek mee dat hulpverleners soms moeilijke of onduidelijke vragen stellen. Als je merkt dat de cliënt de vraag niet begrepen heeft, leg de verantwoordelijkheid dan bij jou. Bijvoorbeeld: “Dat was dus zo’n moeilijke vraag. Sorry daarvoor. Ik probeer opnieuw.”
  • Geef niet alleen verbaal uitleg, maar ondersteun deze met het laten zien van afbeeldingen, tonen van voorwerpen of het voordoen van handelingen. 

We merken bij het werken met jongeren dat vooral inzetten op verbale methodieken niet aanslaat. De jongere dwaalt af, maakt de koppeling met soms negatieve schoolse ervaringen, … Het inzetten op variatie, visualisatie en actie is vaak gepaster.” Siem (Ambulant centrum Brugge)

“Binnen DOC kunnen we een aantal aanpassingen in het programma doen, zodanig dat iemand die intellectueel lager scoort hierin kan functioneren. Als meerdere kenmerken van LVB aanwezig zijn bij een cliënt -zoals weinig impulscontrole, inzicht en beperkt adaptief vermogen – ligt het moeilijker om in een groepsprogramma te functioneren dat eigenlijk niet voor deze doelgroep is aangepast. In het team zoeken we naar zorg op maat, rekening houdend met de groep. Soms dienen we zo’n traject vroegtijdig stop te zetten en soms kan een gestructureerd programma als het onze net wel goed werken. Of dit werkt is erg individueel bepaald en hangt af van vele factoren. We hechten belang aan het bepalen van de inclusiecriteria, zodat een opname voor een cliënt geen faalervaring hoeft te worden” Elien (Detox & Oriëntatiecentrum) 

* TVL: tevredenheid met het leven, vragenlijst vanuit de CRA methodiek