Verwarrend heeft men het bij psychedelica vaak over stoffen uit verschillende productgroepen. Enerzijds zijn er de ‘klassieke’ psychedelica, waaronder psilocybine (paddo’s, truffels), mescaline (bepaalde cactussen), LSD en DMT (o.a. aanwezig in ayahuasca). Anderzijds worden er ook andere stoffen onder die noemer begrepen zoals MDMA (XTC, een empathogeen), ketamine (een dissociatief) en zelfs ibogaïne (een opioïd-agonist). En hoewel al deze stoffen inderdaad leiden tot veranderingen in waarneming en bewustzijn, zijn er toch belangrijke verschillen in werkingsmechanisme en veiligheid. Zo is ketamine bijvoorbeeld verslavend en toxisch, in tegenstelling tot de klassieke psychedelica.

Studies die de schadelijkheid van middelen vergelijken, klasseren de klassieke psychedelica steeds onderaan de lijst. Ze zijn immers niet toxisch, blijken geen verslavingspotentieel te hebben en bij dagelijks gebruik verliezen ze zeer snel hun effect.

Een belangrijk risico is dat klassieke psychedelica onze dagdagelijkse denkpatronen op losse schroeven kunnen zetten. Het gevoel van een vast ‘ik’ te hebben verdwijnt en dat kan leiden tot de vrees om ‘gek’ te worden of te sterven. Dit soort ervaringen kunnen achteraf gezien erg transformerend zijn, maar op het moment zelf kunnen ze ook ontwrichtend zijn, in het bijzonder bij mensen met een psychotische kwetsbaarheid. Dus net zoals ook het helend effect van deze middelen afhankelijk is van de aard van de ervaring, schuilt hierin ook hun kwetsbaarheid. Dit alles maakt dat een goede intentie, omkadering en begeleiding onontbeerlijk zijn voor verantwoord gebruik ervan. Naast (voorbijgaande) angst kunnen tijdens de ervaring ook hoofdpijn, misselijkheid, duizeligheid, bloeddrukstijging en mentale verwarring voorkomen. En bij sommige mensen kunnen bepaalde waarnemingen of belevingen uit de ervaring zelfs na lange tijd kortstondig terugkomen, al is dit eerder zeldzaam.

Psychedelica zijn dus zeker niet geschikt voor iedereen en zelfs tegenaangewezen bij een voorgeschiedenis van psychose, een eerstegraads familielid met gekende psychose, belangrijke hart- en vaatziekten, een voorgeschiedenis van een suïcidepoging of manie, zwangerschap of de inname van bepaalde andere geneesmiddelen.

Los van het middel kan daarbij ook de manier van gebruiken bepaalde gevaren inhouden. Binnen een ongereguleerde setting kan er immers onduidelijkheid bestaan over de dosis die men inneemt waardoor men ongewild een overweldigende ervaring ondergaat. Ook kan de omkadering en begeleiding onvoldoende bekwaam zijn om om te gaan met eventuele intense ervaringen en uitingen. En jammer genoeg kan er ook misbruik gemaakt worden van de persoon onder invloed die op dat moment zeer beïnvloedbaar en emotioneel kwetsbaar is.

Aanverwante info:

Expert aan het woord: interview met dr. Frederick Van Der Sypt