Psychedelica als medicijn: droom of werkelijkheid?
Al geruime tijd staan psychedelica opnieuw in de belangstelling. Vanuit het wetenschappelijk onderzoek komen er steeds meer berichten dat ze kunnen ingezet worden bij depressie, trauma, stervensbegeleiding en afhankelijkheid. Ook lezen we in de media getuigenissen van mensen die deze middelen om uiteenlopende redenen nemen en er soms betekenisvolle, soms beangstigende ervaringen op nahouden. Hoe moeten we deze heropleving van interesse voor psychedelica begrijpen en wat is de betekenis ervan voor onze doelgroep?
Op deze en andere vragen geeft dr. Frederick Van Der Sypt, als arts verbonden aan ons Detox & Oriëntatiecentrum te Wondelgem en ambulant centrum te Gent, een antwoord.
Over welke stoffen gaat het precies?
Het is nuttig om dit vooraf helder te krijgen, want verwarrend genoeg gaat de aandacht van het hedendaags ‘psychedelisch’ onderzoek uit naar verschillende stoffen uit verschillende productgroepen. Enerzijds zijn er de ‘klassieke’ psychedelica, waaronder psilocybine (paddo’s, truffels), mescaline (bepaalde cactussen), LSD en DMT (o.a. aanwezig in ayahuasca). Anderzijds worden er ook andere stoffen onder die noemer begrepen zoals MDMA (XTC, een empathogeen), ketamine (een dissociatief) en zelfs ibogaïne (een opioïd-agonist). En hoewel al deze stoffen inderdaad leiden tot veranderingen in waarneming en bewustzijn, zijn er toch belangrijke verschillen in werkingsmechanisme en veiligheid. Zo is ketamine bijvoorbeeld verslavend en toxisch, in tegenstelling tot de klassieke psychedelica. Beter zou het dan ook zijn om de verschillende productgroepen afzonderlijk te beschrijven en de term psychedelica enkel te behouden voor de klassieke middelen.
Waarom spreken we nu over een “renaissance” van de psychedelica?
De klassieke psychedelica, met uitzondering van LSD dat in 1943 werd gesynthetiseerd, behoren tot de langst gebruikte psychoactieve middelen. Hun geschiedenis gaat vele duizenden jaren terug en overspant vele culturen. Ze stonden steeds in hoog aanzien en meestal werden ze gezien als sacramenten, toegepast binnen een geritualiseerd, spiritueel kader.
In de jaren ’50 van de vorige eeuw werden ze geïntroduceerd in de westerse wereld. Aanvankelijk binnen beperkte wetenschappelijke kring, maar hun uitzonderlijke eigenschappen leidden er al snel toe dat sommigen ze als wondermiddel zagen en ze als kruisvaarders in de maatschappij verspreidden, met heel wat ongereguleerd gebruik als gevolg. Nadat ze daarna ook werden geassocieerd met de toenmalige Amerikaanse tegencultuur werden ze in de late jaren ’60 verbannen. Niet alleen uit de dagelijkse maatschappij, maar ook uit het wetenschappelijk onderzoek. Na vele decennia radiostilte werd er sinds de eeuwwisseling opnieuw met mondjesmaat onderzoek opgestart dat op basis van gunstige resultaten in een steeds grotere versnelling is geraakt. Deze heropleving van interesse werd vervolgens doorgegeven aan een breed publiek, o.a. met boeken zoals ‘Verruim je geest’ (1), waarin de journalist Michael Pollan de geschiedenis van psychedelica en ook zijn eigen ervaringen ermee beschrijft. Maar ook hoopvolle boodschappen vanuit de wetenschap zorgden voor media-aandacht. Zo erkende de Amerikaanse FDA in 2017 op basis van beloftevolle pilootonderzoeken de psychedelische therapie met psilocybine of MDMA als ‘breakthrough therapy’ voor o.a. depressie, stervensbegeleiding, verslaving en posttraumatische stressstoornis. Door die status kon het onderzoek naar deze middelen nog vrijer en sneller plaatsvinden. Dit alles leidde ertoe dat er nu inderdaad sprake is van een “psychedelische renaissance”, die voortbouwt op de vroegere ervaringen met deze middelen halverwege vorige eeuw.
Wat weten we over hun werkingsmechanisme?
Hoe psychedelica precies hun effect sorteren is complex en zeker niet alle vragen zijn al beantwoord. Er gaat veel onderzoek naar hun effect op het ‘default mode network’, de toestand waarin ons brein verkeert als we denken over anderen, onszelf, het verleden of de toekomst en wanneer we dagdromen. Het lijkt alsof psychedelica onze automatische gedachtestroom tijdelijk kunnen ontkoppelen en het zo mogelijk maken dat er nieuwe inzichten, associaties en patronen worden gevormd. Ze maken ons brein met andere woorden plastischer. Wat daarbij zo bijzonder is, is dat de aard van de ervaring van doorslaggevend belang is voor het therapeutisch effect, en niet enkel de inname van het middel op zich. Zo blijkt dat de gewenste veranderingen ingrijpender en duurzamer zijn, naarmate de sessie meer kenmerken vertoont van een mystieke ervaring. En daarmee tonen deze middelen niet alleen hun potentieel aan in het herstel van gezondheid, maar slaan ze ook een brug naar het ruimer domein van menselijke zingeving. Zo rekenen twee op de drie gezonde proefpersonen hun ervaring met psilocybine tot één van de persoonlijk en spiritueel meest betekenisvolle ervaringen van hun leven. En net zoals één intens negatieve levenservaring een langdurig syndroom van post-traumatische stress kan uitlokken, zo kan ook een éénmalige diepgaande en betekenisvolle ervaring met psychedelica de start betekenen van een hernieuwde, positieve kijk op zichzelf en het leven. Het komt er dus op aan deze ervaring met het middel zodanig voor te bereiden en te kaderen, dat de kans op het doormaken van een dergelijk transformerend proces wordt gemaximaliseerd. Maar ook indien mensen minder diepgaande ervaringen hebben, of zelfs ronduit confronterende, worden deze achteraf nog vaak als helpend beschreven. Alleszins is het zo dat er nog veel onderzoek dient te gebeuren naar hoe deze middelen precies op ons bewustzijn inwerken. En ook daarvoor blijken ze unieke en nuttige instrumenten. Sommigen vergelijken het belang van de psychedelica voor de psychologie en het bewustzijnsonderzoek met dat van de microscoop voor de biologie.
Welke risico’s zijn er verbonden aan hun gebruik?
Geen rozen zonder doornen, en dat geldt zeker ook voor de klassieke psychedelica. De potentiële gevaren van deze middelen verschillen echter sterk van die van andere roesmiddelen. Studies die de schadelijkheid van middelen vergelijken, klasseren de klassieke psychedelica steeds onderaan de lijst. Ze zijn immers niet toxisch, hebben geen verslavingspotentieel en bij dagelijks gebruik verliezen ze zeer snel hun effect. Het zijn dan ook middelen die we in onze verslavingszorg nooit registreren als primair aanmeldingsproduct. De spreekwoordelijke doornen zitten elders. Zoals daarnet gezegd kunnen psychedelica onze dagdagelijkse denkpatronen op losse schroeven zetten. Het gevoel van een vast ‘ik’ te hebben verdwijnt en dat kan soms leiden tot de vrees om ‘gek’ te worden of te sterven. Dit soort ervaringen kunnen achteraf gezien erg transformerend zijn, maar op het moment zelf kunnen ze ook ontwrichtend zijn, in het bijzonder bij mensen met een psychotische kwetsbaarheid. Dus net zoals ook het helend effect van deze middelen afhankelijk is van de aard van de ervaring, schuilt hierin ook hun kwetsbaarheid. Dit alles maakt dat een goede intentie, omkadering en begeleiding onontbeerlijk zijn voor verantwoord gebruik ervan. Naast (voorbijgaande) angst kunnen tijdens de ervaring ook hoofdpijn, misselijkheid, duizeligheid, bloeddrukstijging en mentale verwarring voorkomen. En bij sommige mensen kunnen bepaalde waarnemingen of belevingen uit de ervaring zelfs na lange tijd kortstondig terugkomen, al is dit eerder zeldzaam.
Psychedelica zijn dus zeker niet geschikt voor iedereen en zelfs tegenaangewezen bij een voorgeschiedenis van psychose, een eerstegraads familielid met gekende psychose, belangrijke hart- en vaatziekten, een voorgeschiedenis van een suïcidepoging of manie, zwangerschap of de inname van bepaalde andere geneesmiddelen.
Los van het middel kan daarbij ook de manier van gebruiken bepaalde gevaren inhouden. Binnen een ongereguleerde setting kan er immers onduidelijkheid bestaan over de dosis die men inneemt waardoor men ongewild een overweldigende ervaring ondergaat. Ook kan de omkadering en begeleiding onvoldoende bekwaam zijn om om te gaan met eventuele intense ervaringen en uitingen. En jammer genoeg kan er ook misbruik gemaakt worden van de persoon onder invloed die op dat moment zeer beïnvloedbaar en emotioneel kwetsbaar is.

Hoe worden deze klassieke psychedelica gebruikt binnen het moderne onderzoek?
De manier waarop ze meestal worden aangewend is volgens het Psychedelic Assisted Psychotherapy-model. Dit houdt in dat cliënten, na een screeningsgesprek, één of meerdere voorbereidingsgesprekken hebben met een gespecialiseerde therapeut of team van therapeuten. Tijdens die gesprekken wordt informatie gegeven over het gebruikte middel, wordt de intentie voor de sessie vormgegeven en worden specifieke gevoeligheden en hulpbronnen besproken. Vervolgens ondergaat de cliënt één of meerdere sessies onder invloed van het middel, steeds onder begeleiding van een gespecialiseerde therapeut of team. Typisch verlopen deze sessies liggend op een comfortabele bank met muziek over de oren en een verduisterend masker. Op die manier ervaart de cliënt een voornamelijk muziekgestuurde innerlijke reis. Na de sessie(s) wordt veel tijd en aandacht gegeven aan het integreren van de inzichten die de cliënt heeft opgedaan tijdens de ervaring. En daarop volgt dan vaak verdere therapeutische follow-up. Ook andere therapiemodellen zijn mogelijk, maar steeds onder dezelfde basisvoorwaarden van een goede screening, de aanwezigheid van een ervaren begeleider tijdens de sessie en een goede opvang nadien.
“De media creëren grote verwachtingen terwijl bewijskracht en gebruikskader nog volop in ontwikkeling zijn”

Ook mensen zonder psychische stoornis kiezen ervoor om deze middelen te nemen. Hoe verklaren we dit gebruik?
De klassieke psychedelica zijn al duizenden jaren een instrument om het bewustzijn van de gebruiker te wijzigen op een manier die enkel in spirituele termen kan worden uitgedrukt. Omdat gebruikers deze mystieke gevoelens van universele verbondenheid, oplossing van het ego en oceanische grenzeloosheid interpreteren als een ontmoeting met onze diepste realiteit, worden ze ook wel entheogenen genoemd (‘het goddelijke opwekkend in zichzelf’). Sinds hun introductie in de westerse wereld zijn er steeds mensen geweest die ze hebben gebruikt om contact te maken met deze diepere, betekenisvolle bewustzijnstoestanden. Niet met de intentie om te genezen van een stoornis, maar in functie van zingeving en persoonlijke groei.
Het potentieel van psychedelica voor onze maatschappij hoeft op termijn ook niet beperkt te blijven tot een strikt medisch gebruikskader. Mits nauwgezette regulering kunnen ze waarschijnlijk ook op andere manieren een waardevolle bijdrage leveren. Dat leert ons althans de geschiedenis.
Een andere manier om psychedelica te gebruiken is door er regelmatig kleine hoeveelheden van in te nemen. Wat weten we hiervan?
Deze praktijk staat bekend als ‘microdosing’ en typisch wordt daarbij één tiende van een volle dosis van een klassiek psychedelicum ingenomen volgens een vast schema. Mensen hopen er hun angst of depressie mee te verbeteren of menen er aandachtiger en creatiever door te worden. Deze vorm van gebruik is erg kwetsbaar voor verwachtingseffecten en de outcome is bijgevolg niet gemakkelijk te objectiveren. Recente studies konden tot op heden enkel constateren dat er weinig reële voordelen uit microdosing voortkomen. Daarenboven ontstaan er bezorgdheden over lichamelijke bijwerkingen ten gevolge van de frequente blootstelling aan de middelen.
Hebben psychedelica een plaats in de verslavingszorg?
Een interessante anekdote in dit kader is dat Bill Wilson, mede-oprichter van de AA, steeds beweerde dat LSD voor hem cruciaal is geweest voor zijn herstel. In 1956 onderging hij onder invloed van dit psychedelicum een ervaring die, zoals hierboven beschreven, leidde tot een duurzame en fundamenteel hernieuwde, positieve kijk op zichzelf en de wereld. Maar ook vele anderen gaven in de jaren ‘60 aan dat de klassieke psychedelica hen hadden geholpen bij het doorbreken van hun afhankelijkheidspatronen. Heel wat studies hiernaar werden toen door het verbod afgebroken, maar sinds de eeuwwisseling zijn deze terug volgens de huidige wetenschappelijke normen hernomen. Heel recent kwam in juni een overzichtsartikel (2) uit dat de huidige stand van zaken samenvat betreffende de toepassing van psychedelica bij middelgerelateerde stoornissen. De auteurs onderzochten daarbij zowel de historische als de moderne studies. Daaruit bleek dat zowel de klassieke (LSD, psilocybine, mescaline, DMT) als niet-klassieke psychedelica (MDMA, ketamine, ibogaïne) hun therapeutisch potentieel bij afhankelijkheid bevestigen. De focus van de studies lag op alcohol en tabak, wat begrijpelijk is gezien hun hoofdaandeel in middelgerelateerde persoonlijke en maatschappelijke schade. Omdat we tot op heden slechts over beperkte therapeutische mogelijkheden beschikken voor deze maatschappelijk impactvolle aandoeningen, verwachten de auteurs dat psychedelica nog dit decennium breed zullen gereguleerd worden als aanvulling in de verslavingszorg.
Dit betekent natuurlijk niet dat deze middelen als een vorm van basisbehandeling zullen worden ingezet. Integendeel, zoals hierboven al aangehaald zijn psychedelica zeker niet voor iedereen. En wetende dat een groot deel van onze cliënten een kwetsbaarheid bezit op het vlak van stemming of psychosegevoeligheid, zullen we enkel met de grootste omzichtigheid een indicatie voor psychedelische therapie kunnen stellen. Maar omgekeerd mogen we ook het transformerend potentieel van deze middelen niet laten liggen bij cliënten die wel een geschikt profiel hebben.
Wat brengt de toekomst voor psychedelica?
Ze mogen rekenen op een toename van wetenschappelijke en breed-maatschappelijke aandacht. Maar de media creëert grote verwachtingen terwijl op dit moment de bewijskracht en het gebruikskader van deze middelen nog volop in ontwikkeling zijn. Het lijkt er ondertussen wel op dat de psychedelica hun potentieel voldoende hebben aangetoond om één van de vele instrumenten in het psychotherapeutisch arsenaal te worden. Recent besloot Australië, na de Amerikaanse staten Oregon en Colorado, om psilocybine en MDMA te reguleren voor therapeutisch gebruik. Vermoedelijk zullen op korte termijn vele andere landen dit voorbeeld volgen. Zoals echter voor alle middelen geldt, zijn psychedelica niet per se helend of schadelijk. Dit wordt immers vooral bepaald door wie ze gebruikt, met welk doel en binnen welke context. Het valt dan ook te hopen dat er zich in afwachting van een regulerend kader geen zaken voordien die, zoals in de jaren ’60, de toepassing van deze middelen in het onderzoek en de zorg opnieuw ondermijnen. Het zal nog enige tijd vragen om hun therapeutisch potentieel scherp te krijgen. Toch is het een evolutie die we van nabij opvolgen. Nog nooit waren er zoveel wetenschappelijke en sociale organisaties actief om het transformerend potentieel van de psychedelica een geschikte plek te geven. Dichtbij hebben we Stichting Open (3) die vanuit Nederland toonaangevend is in het opvolgen en stimuleren van het wetenschappelijk onderzoek naar psychedelica. In België neemt de Psychedelic Society Belgium (4) hier het voortouw in. Zij organiseren bijvoorbeeld in oktober dit jaar een symposium rond het gebruik van psychedelica binnen palliatieve zorg.
Besluitend kunnen we dus zeggen dat de terugkeer van psychedelica in de zorg geen droom is, maar dat het wel nog heel wat onderzoek en afweging zal vragen vooraleer hun meerwaarde voor onze cliënten werkelijkheid wordt.
(augustus 2023)

(1) https://michaelpollan.com/books/how-to-change-your-mind/
(2)https://www.frontiersin.org/articles/10.3389/fpsyt.2023.1183740/full

© Károly Effenberger
dr. Frederick Van Der Sypt: “Psychedelica zijn gevaarlijk o.m. bij voorgeschiedenis van psychose, suïcidepoging of manie, zwangerschap of in combinatie met andere geneesmiddelen”