De puberteit is vaak een moeilijke periode. Jongeren willen hun eigen ding doen, aanvaarden het ouderlijk advies niet meer alles blindelings, sommigen sluiten zich  af van hun ouders… Zijn de veranderingen toe te schrijven aan de levensfase, aanpassingsproblemen of is er reden om je zorgen te maken? Wat als je je zoon of dochter betrapt hebt, maar deze probeert het probleem te minimaliseren? Wat kan je doen, waar kan je terecht?

Onze centra bieden voor beide soorten vragen een passend aanbod. In de ambulante centra is er een programma gericht op jongeren en context. In het RKJ is er een residentieel aanbod voor jongeren, in nauwe samenwerking met de familie.

We gaan in gesprek met Hilde Vandewoestyne, afdelingshoofd van het ambulant centrum De Sleutel in Brugge (ACB) en met Pascale Leclercq van het kortdurend residentieel jongerenprogramma (RKJ) in Eeklo.

Is een ouder welkom als er enkel sprake is van vermoedens?

In elk ambulant centrum van De Sleutel kunnen ouders terecht met of zonder de jongere. Ook telefonisch kan er al heel wat gebeuren.

In ACB is er elke voormiddag iemand van het Drugsexpertiseteam (DET) telefonisch beschikbaar[1]. Je kan er terecht met elke vraag. Een ouder, de jongere zelf of een hulpverlener wordt beluisterd en op weg geholpen.

De vragen kunnen heel divers zijn, zegt Hilde. “Soms belt een ouder compleet overstuur, onmiddellijk na het ontdekken van drugs in de kamer van zoon of dochter, met de vraag wat moet ik nu doen. Soms zijn er ouders die al langer een vermoeden hadden, maar hoopten dat het vanzelf zou overgaan, maar nu toch bezorgd zijn. Soms merken we dat het drugprobleem nog in de experimentele fase zit, soms is het probleem al heel ernstig.” In de telefonische gesprekken wordt er geluisterd en tips gegeven. “Waar we erg op inzetten is het gesprek op gang brengen over het (vermoedelijke) druggebruik. Het is belangrijk dat de ouder er niet alleen mee zit. We bevragen steeds of de huisarts al op de hoogte is. We geloven sterk in het maken van netwerken rond de jongere en de familie. We geven tips aan de ouders hoe ze het gesprek met de jongere zelf kunnen

Een ouder of naastbetrokkene kan terecht voor een aantal gesprekken zonder dat de jongere zelf in begeleiding is in het centrum. “Soms hebben ouders die gesprekken nodig om de moed op te vatten hierover in gesprek te gaan. In de gesprekken zoeken we samen naar hoe je de bezorgdheid kan verwoorden, herstel van zelfzorg, omgaan met onmacht, herstel van vertrouwen, evenwicht tussen controleren, begrenzen en zorg bieden.”

Welk soort vragen krijgen we zoal?
Een moeder belt op voor haar 16-jarige zoon. Ze heeft iets ontdekt in zijn kamer en vermoedt dat het om cannabis gaat.  

Een vader belt op omdat zijn dochter hervallen is in druggebruik. Hij vermoedt dat er ook meer aan de hand is. De dochter wil er niet over praten en wil geen gesprek hier of bij een andere hulpverlener. Beide ouders zijn ten einde raad.  


De zus van een 20-jarig meisje belt om advies te vragen voor haar zus. Zus zit in de problemen, gebruikt allerlei drugs via een vriendje van haar. Wat kan zij doen om haar zus te helpen?  

Een vader belt op voor zijn 14-jarige zoon waarvan hij weet dat hij cannabis rookt, dit zal en dit moet nu direct stoppen.  


Een medewerker van Buurtsport belt op. Er is een bezorgdheid rond een 17-jarige die ketamine gebruikt. De jongere wil geholpen worden, maar ziet het niet zitten om in De Sleutel op gesprek te komen. Wat kan hij als welzijnswerker doen om de jongere tot bij ons te krijgen. “Mag ik mee komen op het 1ste gesprek?”

















Bij het RKJ (Residentieel Kortdurend Jongeren programma) te Eeklo krijgt men niet vaak te maken met ouders die contact opnemen bij vermoeden van gebruik. “Wij zijn een gespecialiseerd residentieel centrum. Mensen komen hier eerder terecht als ze doorverwezen zijn door andere centra en wanneer er dus duidelijk sprake is van gebruik en de geïnstalleerde hulp als onvoldoende ervaren wordt”, aldus Pascale.

Mijn kind gebruikt, maar is niet gemotiveerd om er iets aan te doenis een vaak gehoorde verzuchting. Sommige ouders durven niet confronterend zijn of draaien rond de pot. Andere ouders gaan stellig verbieden. Het is raadzaam om in gesprek te gaan over het gebruik én te kaderen van waaruit je deze vraag stelt. Een jongere voelt zich snel gecontroleerd, beknot en wil liever niet met moeilijkheden bezig zijn. Soms praat een jongere dan makkelijker met een hulpverlener. “Samen de reden tot ongerustheid en de ernst van het probleem uitklaren kan dan in een gesprek. Dat kan ook beperkt blijven tot 1 gesprek.”

In het ambulant centrum krijgt de jongere een gesprek met een hulpverlener van het jongeren team. “In het algemeen is er iemand uit de omgeving betrokken. Elke situatie kan anders zijn. Er wordt afgesproken hoeveel van de gesprekstijd gezamenlijk is en welke info onderling uitgewisseld wordt. Er wordt met hen samen afgesproken wie er mag gecontacteerd worden als de jongere herhaaldelijk niet komt opdagen voor een gesprek.” zegt Hilde.

Als een jongere in het experimenteren blijft hangen, dan merken we vaak een verschuiving van recreatief gebruik naar gebruik als een oplossing voor iets. We kijken naar het gebruik als een signaal, een teken. Vaak wordt met gebruik iets gezegd dat niet meer in woorden omgezet wordt.

Soms wil de jongere niet op gesprek komen, is die nog niet bereid om de stap te zetten naar hulpverlening. “Dan is het ondersteunen van de ouders het enige wat we kunnen doen, hen bijstaan in de onmacht en blijven aanmoedigen tot dialoog. Soms is het wachten tot de jongere nog eens botst, en misschien is dan het goede moment om te starten.”

In het jongerenteam begeleiden we jongeren tot 25j vertelt Hilde. “Het komt voor dat iemand van 24j niet direct open staat om ouders in het traject te betrekken. Dat kan, en we zetten in op open communicatie. We ondersteunen dan de jong volwassene om het gesprek aan te gaan met zijn context en de cliënt weet dat een gezamenlijk gesprek in het centrum zeker kan.”

Hilde is kinder- en jongerenpsycholoog.  Ze heeft vele jaren met jongeren gewerkt. “Het is belangrijk om jongeren de kans te geven om geholpen te kunnen worden. En in het geval van jongeren, maar ook bij volwassenen is het zo belangrijk om de context mee te hebben”, vertelt Hilde gedreven. “Momenteel kunnen we de context niet intensief genoeg ondersteunen als de jongere niet meer in begeleiding is. Dit heeft te maken met de beperkingen die onze conventie ons oplegt. Dit voelen we als een hiaat in onze hulpverlening. We merken dat de context vaak nog ondersteuning nodig heeft ook al is het traject met de jongere positief afgerond, en zeker als de jongere afgehaakt is. Hierrond zijn we zoekende.”

Vanuit ACB wordt ingezet op samenwerking met andere diensten. Zo kan er binnen de DET-samenwerking aangemeld worden bij het vroeginterventieaanbod waar ouders en jongere een reeks van 5 psycho-educatieve sessies kunnen volgen over verslaving en ontwenning. Er is ook een intensieve samenwerking met het crisisaanbod Kompas aan Huis. We zijn mee partner binnen het netwerkgerichte, outreachende aanbod van Covias. Dankzij participatie in aan de jongerenprojecten “’k zien van tel” en “West4Youth” (in de Westhoek) is er een medewerker van De Sleutel aanwezig om de mogelijke druggerelateerde elementen op te pikken en het team en de jongeren hierin te ondersteunen en te begeleiden.

De begeleiders van het jongerenteam zetten in op bereikbaarheid en beschikbaarheid. Elke medewerker heeft een gsm waarop hij/zij zowel via sms als sociale media bereikbaar is en de jongere tussendoor kan ondersteunen.

Op gesprek? Klik hier voor meer info over ons ambulante aanbod


[1] In Brugge zitten aan de telefoon verschillende hulpverleners van het samenwerkingsverband Drugsexpertieseteam Noord West Vlaanderen waar het ambulant centrum van De Sleutel in Brugge aan participeert. Medewerkers van het jongerenteam van De Sleutel, expertise rond justitie werking, het laagdrempelig project “’k zien van tel”, vroeginterventie, CGG Noord-West Vlaanderen, MSOC Oostende, … Op deze manier delen we onze expertise en komt iemand snel op de juiste plaats terecht met een vraag.

Indien er sprake is van een  verstoring van het leven door gebruik, waarbij het dagelijkse functioneren verstoord is of tot stilstaand komt, kan een opname aangewezen zijn. Pascale:  “Vaak hebben zowel de jongere als de ouders al van alles geprobeerd”. Een eerste stap in het RKJ is de organisatie van een kennismakingsgesprek zowel met de jongere, de context als eventuele doorverwijzers. Samen met een medewerker, een ervaringsdeskundige en eventueel een bewoner maken ze dan kennis met de werking van het residentieel programma.”  Het is de bedoeling om de drempel naar de hulpverlening te verlagen en hen verder te ondersteunen in hun denkproces. Vandaar de mogelijkheid om in gesprek te gaan met een jongere die zelf het programma volgde. “Dit biedt kansen zowel voor de jongere om zich begrepen te voelen, als hoop dat het mogelijk is om de cirkel te doorbreken. Ouders zijn vaak ook erg nieuwsgierig hoe zo’n traject eruit ziet. Soms is naar ons centrum komen een te grote stap, en dan bieden we een gesprek aan huis aan (als de afstand dit toelaat).”

Er wordt in gesprek afgestemd op wat er precies aan de hand is en wat een gepast traject kan zijn.  Ook na een opname wordt er verdere begeleiding voorzien, vult Pascale aan. Aansluitend bij een kort crisisopname volgt één gesprek bij het gezin thuis. Na een gewone opname in het RKJ worden jongeren in de nazorg nog een tijdlang outreachend begeleid. “We activeren en versterken het netwerk rond de jongere, zodat de vaardigheden die de jongere en de context hebben geleerd tijdens het programma kunnen geconsolideerd worden”, zo stelt Pascale .

Mijn kind gebruikt, maar is niet gemotiveerd om er iets aan te doen … We merken vaak dat er druk komt vanuit verschillende kanten om over te gaan tot een opname: het gezin, signalen van school, de consulent van de jeugdrechtbank, … “Niet elke jongere ziet het zitten om in opname te komen. Soms start de jongere vooral omdat de ouders het willen. We merken vaak doorheen het programma dat de jongeren het steeds meer voor zichzelf opneemt. Dat de jongere opnieuw de weg vindt naar wat hij of zij zelf wil (de eigen dromen) en dan opnieuw het leven in handen neemt.”

Klik hier voor meer info over het opname aanbod RKJ.

Nuttige info:

https://www.vad.be/preventie-en-hulpverlening/ouders

https://www.vad.be/catalogus/detail/zelfhulpboekje-voor-ouders-van-gebruikende-kinderen