Druggebruik maakt deel uit van leefstijl jongeren

Het recente grensoverschrijdende onderzoek rond middelengebruik uitgevoerd door De Sleutel heeft een duidelijke brug geslagen naar het preventiewerk. ‘De gegevens van het onderzoeksrapport zijn een goede basis voor preventie. Niet alleen voor professionele preventiewerkers, maar ook voor ouders, vrienden, jeugdleiders, trainers en leerkrachten. Onze lijst met aanbevelingen is niet volledig. Sommige zijn ook niet nieuw. Maar ze wegen wel omdat ze gebaseerd zijn op bewijzen. De aanbevelingen staan ook niet elk op zichzelf. Alleen een gecombineerde en simultane aanpak werkt. Toch hoef je niet met alles tegelijk te beginnen’, aldus Peer van der Kreeft, hoofd van de afdeling Preventie van De Sleutel.

$$L

Het onderzoek van De Sleutel stelt vast dat de beginleeftijd voor roken en alcohol voor een grote groep jongeren 13 jaar of jonger is. 10% rookte al op zijn 11de jaar. Er is ook een duidelijke samenhang tussen gebruik van één middel en een ander. ‘Het blijft dan ook een belangrijke doelstelling om de beginleeftijd zo veel mogelijk uit te stellen. Dat heeft een effect op het algemene druggebruik onder de bevolking. Dus moeten schoolgebonden preventieactiviteiten in de lagere school geïntegreerd worden, congruent met de programma’s in de middelbare school,’ aldus Peer van der Kreeft.

Het onderzoek wijst ook uit dat alcopops zoals breezers evenveel door 2de graders als 3de graders worden gedronken. ‘Daarom oordelen wij dat specifieke informatie over de samenstelling van deze dranken nodig is voor jongeren van 14 tot 16 jaar en hun ouders. Ook informatie over de functie van het suikergehalte in deze drankjes is nuttig. Suiker heeft immers een gewenningsbevorderende functie in combinatie met alcohol. In combinatie met zo’n specifiek informatieproject heeft strengere controle op de beschikbaarheid van deze drankjes voor min 16-jarigen, bijvoorbeeld op jongerenfuiven, meer kans op slagen’, zo verduidelijkt Peer van der Kreeft.

De motieven om drugs gebruiken die uit het onderzoek blijken zijn vooral :’omdat het lekker is’, ‘uit nieuwsgierigheid’ en ‘omdat het bij het uitgaan hoort’. Bij roken is uit verveling een uitschieter en 30% gebruikt cannabis om problemen te voorkomen. De motivatie omdat mijn vrienden het ook doen of om bij de groep te horen wordt veel minder aangevinkt door de scholieren.

$$L

‘Dit betekent dat het gebruik van drugs, ook cannabis, voor jongeren onderdeel is van een leefstijl. Het heeft dan ook weinig zin om te proberen cannabisgebruik voor middelbare scholieren als marginaal te betitelen’; aldus van der Kreeft die er op wijst dat preventie zich dus niet enkel moet richten op druggebruik zelf. Ook de manier van uitgaan, de vrije tijdsbesteding, de omgang met vrienden zijn aangrijpingspunten voor preventie.
Opmerkelijk is ook het duidelijk verband tussen gebruik en afkeuring door vrienden. ‘Hier heeft het onderzoek een heel duidelijk verband aangetoond. Voor alle producten, uitgezonderd slaap- en kalmeermiddelen, is afkeuring door vrienden een beschermende factor. Een standpunt innemen over drugs kan dus bijdragen tot minder druggebruik bij een ander. Daarvoor moet je wel de kans krijgen dat te verwoorden. Je mag als ouder of leerkracht dan ook niet te snel denken dat gesprekken over drugs toch niets uithalen’, zo stelt Van der Kreeft.

Verder is er een duidelijk verband met de afkeuring en gebruik door ouders. Afkeuring is een beschermende factor en gebruik door de ouders vormt een risicofactor voor gebruik. Het gaat dan vooral over legale drugs. De socio-culturele sector, maar ook de bedrijven die een beleid willen voeren omtrent roken, alcohol of andere drugs, kunnen hier volgens De Sleutel een relevante rol spelen. ‘Afkeuring van druggebruik wordt door ouders soms ondergewaardeerd omdat ze het effect ervan betwijfelen. Voorlichters kunnen ouders het verschil duidelijk maken tussen perceptie van afkeuring en het opgeheven vingertje als versteende uitdrukking. Soms zegt een blik of een zijdelingse verwijzing meer dan een expliciete preek’, aldus Peer van der Kreeft.

Tevens bevestigt dit resultaat de voorbeeldfunctie van ouders. Zeker voor wat betreft gebruik van alcohol en slaap- of kalmeermiddelen mag dit in lokale campagnes wel in de kijker worden gesteld. Dat zijn bij uitstek producten die vader of moeder in een heel gewoon geworden patroon gebruiken, zonder over een voorbeeldfunctie na te denken.

De sterke samenhang van de aanbodzijde met het gebruik van alle producten, ook andere illegale drugs dan cannabis, maakt ook hiervan een belangrijke risicofactor. ‘De school moet in haar drugbeleid daarom maatregelen en protocols opnemen die met drugbezit en distributie te maken hebben’, zo stelt van der Kreeft.

Een goede risico-inschatting vormt dan weer een beschermende factor ‘Wie de risico’s van gebruik met andere woorden hoog inschat, gebruikt minder legale drugs, minder cannabis en veel minder andere illegale drugs. Goede preventie heeft daarom nood aan een component voorlichting. Maar voorlichting over effecten en risico’s is niet enkel voorbehouden aan het onderwijs. Elke overheid bewijst haar bewoners een grote dienst door ook op het internet een leesbare en vooral correcte weergave te doen van de feiten over drugs’, zo stelt Van der Kreeft.

$$L

Opmerkelijk is ook dat assertiviteit in de klas een risicofactor is voor gebruik van cannabis. Dit gedrag werd getoetst aan de vragen als ‘Ik vind het vervelend om voor de klas te komen’,’Als ik namens mijn klas iets moet zeggen tegen de leerkracht, dan durf ik dat best’. Dit verband is er niet voor andere illegale drugs. Voor preventie op school impliceert dit dat je ook aan deze groep jongeren, als je ze kunt samenbrengen, selectieve preventie kunt aanbieden. Ook buiten school biedt dit een belangrijk element voor sensibilisatie omtrent druggebruik bij tieners.

Het onderzoek leert tot slot ook dat jongens meer risico lopen op dronkenschap of frequent cannabisgebruik, meisjes op gebruik van kalmeer- en slaapmiddelen. ‘Dit is dan ook een reden om dat gender-aspect nader te onderzoeken, maar ook om voor lessen over drugpreventie de klas af en toe op te splitsen in een jongens- en een meisjesgroep’, zo stelt nog Peer van der Kreeft.