Beroep: mensen kansen geven en laten groeien

Als 20-jarige afgestudeerde had Lies een graduaatsdiploma orthopedagogie op zak. Toen al had ze interesse om met drugsverslaafden te werken, maar ze voelde zich er nog niet klaar voor. Na een job op een kinderpsychiatrische afdeling in een Kortrijks ziekenhuis, had ze meer bagage om de stap te wagen.
Toch was ze nog maar 22 toen ze bij De Sleutel solliciteerde en meteen mocht beginnen.

$$L

Lies: “Die job in de psychiatrie was voor mij heel leerrijk, ik heb veel problematieken leren kennen die ik hier soms terugzie. Het werken met adolescenten was boeiend maar op den duur ook zwaar. Het uitzichtloze van sommige situaties woog soms wel op me. Iemand met schizofrenie geneest immers nooit echt. Ik was dan ook blij dat ik zo’n 5 jaar geleden bij De Sleutel kon beginnen.”

“Ons centrum is bekend bij het publiek en bij de andere hulpverleners. Velen komen op eigen houtje naar hier, omdat ze beseffen dat het zo niet verder kan. Anderen komen op aandringen van hun ouders of hun lief, omdat ze te horen krijgen dat ze niet meer bij hen binnen mogen als ze niets aan hun probleem doen. Sommigen laten zich ook opnemen in het kader van een alternatieve strafuitvoering. Vooraf peilen we bij iedereen grondig naar de motivatie.”

$$R

Meeleven met de groep

“Iedereen werkt in een roulement, om de 3 maanden veranderen we van groep. Daardoor en ook door de dagelijkse omstandigheden zien onze dagen er nooit hetzelfde uit.
Het komt er op neer dat wij een dag ‘meeleven’ met de groep. De bewoners staan zelf in voor alle huishoudelijke klussen zoals poetsen, wassen en koken. De groepsverantwoordelijke wordt als eerste gewekt en gaat dan de anderen wekken. Dan volgen de ochtendrituelen en het ontbijt. In de voormiddag is er telkens groepsgesprek waarin de dagplanning overlopen wordt. Op dat moment kan iedereen ook iets kwijt over zichzelf en zijn gevoelens of problemen. Verder zijn er ’s voor- en ’s namiddags vaste activiteiten voorzien. Dat kan een creatief moment zijn of sport of een voordracht door een arts. Ook houden we relaxatie- en meditatiesessies. ’s Middags is er een broodmaaltijd en ’s avonds een warme maaltijd, door de bewoners klaargemaakt.
In de oriëntatiegroep kan men ook advies vragen omtrent verdere stappen. Vele mensen beseffen immers dat enkel lichamelijk ontwennen van de drugs onvoldoende is. Er zijn problemen op vele vlakken, ze hebben een laag zelfbeeld of problemen in hun relaties of werksituatie door drugs te gebruiken. De collega’s van indicatiestelling zoeken dan samen met de cliënt naar de beste behandeling na hun verblijf in het Crisisinterventiecentrum.”

$$R

Planning

“Mensen met een verslaving missen vaak elke structuur in hun leven en verwaarlozen zichzelf bovendien op elk gebied. Daarom werken we in de basisgroep vooral rond hygiëne en dagplanning. In de oriëntatiegroep wordt op bepaalde zaken nog dieper ingegaan. We gaan meer op zoek naar het waarom van iemand zijn gedrag.
We hameren op die structuur omdat zo iedereen leert om te gaan met verantwoordelijkheid voor zichzelf en voor de groep. Structuur volgen schept duidelijkheid en veiligheid. Wanneer iedereen dit respecteert kan alles op een goede manier verlopen.
Een voorbeeld is het systeem van de verantwoordelijke. In de basisgroep moeten alle vragen die de groepsleden hebben, via hem gesteld worden aan de staf. In de oriëntatiegroep is dit nog sterker uitgebouwd. Daar is de ‘manus’ de groepsverantwoordelijke die een aantal verantwoordelijken leidt. Er is iemand verantwoordelijk voor de keuken, het onderhoud, de tuin, ontspanning… De andere groepsleden zijn dan de ‘bemannningsleden’ die bij een vraag of een probleem de structuur moeten volgen.”

Impulsen

“Deze manier van werken vraagt veel van de bewoners. Ze zijn het immers niet gewoon om volgens een bepaalde dagindeling te leven en om alles te plannen. In hun bestaan als verslaafde stonden impulsen en onmiddellijke behoeftebevrediging centraal. Om te leren die behoeften uit te stellen zijn er bijvoorbeeld ook strikte afspraken rond telefoneren. Elk heeft recht op 3 telefoongesprekken per week die een dag op voorhand moeten aangevraagd worden. Hetzelfde geldt voor andere verzoeken. Als iemand een dokter wil spreken of iets uit zijn persoonlijke spullen wil halen, moet hij een verzoek in een brievenbus steken en de volgende dag krijgt hij antwoord.”

Gele kaart

“Er gelden een aantal huisregels die we strikt bewaken, ze gaan over het volgen van de dagplanning, over roken, medische richtlijnen, het huis verlaten, enzovoort. Wie herhaaldelijk botst met de huisregels kan een gele kaart krijgen, een waarschuwing. Bij een volgende overtreding kan het een rode kaart worden en moet men vertrekken. Maar wie op een positieve manier aan zijn aandachtspunt werkt, kan zijn gele kaart wel wegwerken. De mensen krijgen bij ons dus zeker veel kansen.
Bij fysieke agressie tegen zichzelf, een ander of materiaal volgt onmiddellijke uitsluiting. Ook het binnenbrengen van alcohol, drugs of niet toegestane medicatie leidt tot vertrek.
Dit komt allemaal misschien streng over, maar die afspraken zijn nodig voor de werking zoals wij erin geloven, en we moeten consequent zijn.”

Frustrerend

“Frustrerend is het om te merken dat onze bewoners het gewoon zijn om anderen iets wijs te maken of om simpelweg te bedriegen. Die houding van liegen en manipuleren hadden ze misschien nodig in hun bestaan als verslaafde, maar hier proberen we hen dat af te leren.
Na al die jaren vind ik het nog steeds moeilijk om dat bijna dagelijks vast te stellen. Ik merk dan bijvoorbeeld dat iemand die van mij een ‘neen’ kreeg, toch probeert om een ‘ja’ via iemand anders te krijgen. Dan dacht je dat je iemand aan het helpen was, dat die vooruitgang boekte, terwijl hij je gewoon bedot. Dat kan me wel eens boos maken.
Maar ondanks dat doe ik doe mijn job heel graag. Soms lijkt het alsof ik niet echt hoef te werken, we leven gewoon een dag mee in het centrum. Het blijft heel tof werk. Wij worden nu ook gestimuleerd om ons geregeld bij te scholen en vormingen te volgen, wat het extra boeiend maakt. Zo volgen geregeld een medische opleiding, ook agressietraining stond al op het programma.”

Mannenwereld?

“Het kan mentaal inderdaad wel zwaar zijn, maar je leert ook harder te worden. Je kunt je gewoon niet het lot van iedereen aantrekken. Afstand bewaren is noodzakelijk, sommige bewoners leven zo dicht bij jou, het zouden je eigen broers of vrienden kunnen zijn. Te veel empathie is uit den boze. Omgekeerd praat ik ook niet over mezelf of mijn privéleven.
Als ik met iets blijf zitten, probeer ik dat meteen hier met een collega te bespreken. Zo hoef ik het niet ‘mee naar huis te nemen’.
In mijn beginperiode was het wel niet evident om als 22-jarige vrouw in een groep van mannen tussen 25 en 30 jaar te staan. Het lijkt wel een mannenwereld, ja. In theorie is het gemengd, maar ons publiek is voornamelijk mannelijk.”

Rechtuit

“Groepswerk is mijn sterke kant. Ik stap echt op de groep af en benader die als groep. Groepswerk is trouwens een belangrijk kenmerk van onze aanpak. Alles wordt in groep gedaan, eten, slapen, sporten,… We streven ernaar dat de verschillende groepsleden met elkaar bezig zijn, bezorgd zijn, elkaar aanspreken op negatief gedrag. Zo kunnen ze iets leren van elkaar en samen groeien. Als iemand bijvoorbeeld ’s morgens ongeschoren verschijnt, zal hij van de andere groepsleden te horen krijgen dat hij zich eerst moet gaan scheren. Of als iemand te laat komt op een activiteit, spreken we heel de groep hierover aan. Ik ben ook heel rechtuit tegenover iedereen. Als iets me dwarszit of kwaad maakt, dan laat ik dat echt wel zien. Soms is men dan boos om je mening, maar men apprecieert het wel. Je moet wel zeker van jezelf en van je gevoelens zijn om dit te kunnen, dat lukte niet van bij het begin. Eerlijke communicatie vind ik belangrijk, ook in een relatie of een gezin. We merken dat in veel gezinnen te weinig wordt gepraat…
Creatief bezig zijn ligt me ook goed. Als er in die richting iets verwacht wordt, komen de collega’s naar me toe, met de vraag ‘zeg, Lies, zou jij dat niet…?’ Ik vind het boeiend om niet alleen via een gesprek te werken, maar de mensen ook te laten tekenen of schilderen.
Moeilijker voor mij is dan weer voldoende geduld opbrengen, ik wil graag dat het vooruitgaat, en met deze groep mensen is dat niet vanzelfsprekend.”

Verwachtingen

“Als je start, ben je natuurlijk idealistisch en heb je hoge verwachtingen. Je wilt meteen iedereen helpen, maar ziet al snel in dat dit te hoog gegrepen is. Mijn verwachtingen liggen intussen wel wat lager, daarom kan ik er ook in blijven geloven. Kleine verbeteringen zijn zeker mogelijk, al zijn wij er vooral om een prikkel te geven, een aanzet om aan iets anders te beginnen. Ik kan al tevreden zijn als iemand let op zijn hygiëne, een medebewoner aanspreekt op zijn gedrag, iets brengt over zichzelf. Nog mooier is het als een cliënt inzicht krijgt in zijn probleem en daarna stappen zet om het aan te pakken. Daarnaast is het belangrijk de cliënt een plaats aan te reiken waarvan hij weet dat hij er terecht kan. Wanneer je ziet dat iemand terugkomt, krijg je ook een signaal ‘het is hier zo slecht nog niet’.

Het gebeurt me ook dat ik later iemand terugzie die me vertelt dat hij zich herinnert wat ik zei of deed. Dat blijft blijkbaar toch hangen en dat is fijn om te horen.”

bron: Van Harte, met dank aan de auteur Liesbeth De Baere