Gouverneur en Deputé bezoeken het Crisisinterventiecentrum De Sleutel

De werking van het CIC voorgesteld : “Mijn parcours”

$$L1 $$R2
Hierna krijgt u het levensverhaal vertelt door onze klinisch coördinator naar aanleiding van het bezoek van de gouverneur van Oost-Vlaanderen aan het CIC te Wondelgem. Het CIC werd uitgekozen in het kader van een reeks bezoeken georganiseerd door de Broeders van Liefde.

“MIJN PARCOURS”

Hallo mijn naam is W.P., ik ben 25 jaar en dit is mijn 3-de opname in het CIC. Ik zit in de oriëntatiegroep en ik wil hierna een behandelprogramma volgen. Ik zal in wat volgt, kort mijn gebruikers carrière en mijn traject vertellen om te komen tot waar ik nu sta.

Ik gebruik reeds een aantal jaren heroïne, cocaïne en dat in combinatie met alcohol en medicatie en cannabis. Door mijn gebruik ben ik ondertussen mijn werk, vriendin en kindje kwijt. De relatie met mijn ouders is ook niet meer wat het moet zijn. Ik heb een hele hoop schulden en daar bovenop ben ik nu ook nog in aanraking gekomen met justitie die mij nu ook onder druk zet, met proefzorg of zoiets. Los daarvan was ik al bezig met een opname maar ik moest een week wachten en ondertussen ben ik opgepakt. Ik ben uiteindelijk blij in het CIC te zijn en ik hoop hier straks een advies of doorverwijzing te krijgen.

In de periode voor mijn eerste opname gebruikte ik af en toe op een feestje of bij gelegenheid maar zeker niet dagelijks. Ik had werk, een vriendin en een kindje. Alles liep gesmeerd, allez ge kent dat wel.

Mijn eerste opname was in 2003. Ik kreeg op 16 juli, ik vergeet het nooit, te horen dat mijn vriendin een ander had… Man, was dàt een klap in mijn gezicht! Ze was mijn àlles, samen met S. onze dochter van 2.

Ik wist welk effect mijn drugs hadden en ik ben erin gevlucht omdat ik niet wist hoe anders met die tegenslag om te gaan. Na een paar maanden heb ik mij via een vriend laten opnemen in het CIC. Ik ben na 4 dagen vertrokken samen met een paar anderen. We hadden zin om te gebruiken. Ik dacht dat het CIC niets voor mij was. Al die regels, afspraken, in een groep met elf mensen leven, enz. Ge moet hier zelf eten klaar maken en de ruimtes onderhouden…

Twee jaar later (2005) en wat miserie verder, ben ik opnieuw naar het CIC gekomen. Deze keer wou ik toch wat langer blijven, want het ging echt niet goed buiten. Ik was ondertussen ook al opgenomen geweest in twee centra waar ik veel meer vrijheid had. Ik mocht er naar buiten, er was minder structuur. Kort gezegd : de weg van de minste weerstand (dat zeg ik nu natuurlijk). Dit bracht echter bij mij weinig zoden aan de dijk. Dus dan maar terug naar het CIC. En jawel, tot mijn eigen verbazing slaagde ik er in om zes weken te blijven.
Ik ben dan zelfs positief afgerond na mijn lichamelijke ontwenning. Ik was op mijn positieven kunnen komen. Een keer zes weken geen dope in mijn leven, een raar gevoel. Ik voelde mij met de dag sterker worden. Mijn dag- en nachtritme, mijn alertheid en mijn conditie waren weer op peil. Ik kon ook voor het eerst praten over het verlies van mijn vriendin en mijn dochtertje. Ik heb alles wat meer plaats kunnen geven waarna ik, in samenspraak met de begeleiding, besloot om af te ronden. Ik wou met een cleane blik alles buiten aanpakken zij het wel met de steun van mijn ambulante begeleider van het dagcentrum, waarmee ik wekelijks een gesprek had.

En geloof het of niet maar ik heb me 1,5 jaar goed gehouden. Ik had weer werk, een nieuwe vriendin en ik kon mijn dochter af en toe eens zien.

Maar (inderdaad anders zou ik hier nu niet zitten gebeurde er weer iets) na een half jaar samen te zijn met mijn vriendin is ze weg gegaan. Nu was ik de oorzaak Ik was zo jaloers! niét te schatten. Na wat ik had meegemaakt wist ik dat het niet leefbaar was met mij. Dus had ik weer een reden om mij slecht te voelen en vooral om mij te laten glijden. En na een paar maanden was alles wat ik had opgebouwd, naar de vaantjes. Maar dan ook echt wel naar de vaantjes, ik werd zelfs uit mijn studio gezet. Maar ‘het beest’ zoals ze drugs af en toe noemen als het geen ‘feest’ meer is, knabbelde de grondvesten onder mijn leven weg. Ik leefde al een paar maanden afwisselend bij vrienden, in centra voor daklozen, op straat enz,…zelfs bij mijn ouders kon ik niet meer terecht, alle vertrouwen was weg.
Ik wist echt niet meer uit welk hout pijlen maken.

En bijgevolg zijn we bij mij huidige opname beland. Ik heb me in het CIC laten opnemen want ik wist dat ik daar kon op terugvallen, dat ik er steeds welkom was. Die zes weken in 2005 waren één van de mooiste periodes van de laatste jaren. Maar toch met beschaamde kaken stond ik daar weer maar ik was er even welkom als de andere keren.

$$3$$4$$5$$1$$2

Bij aanvang van deze opname wou ik enkel met rust gelaten worden, niet méér of niet minder. Ze moesten mij allemaal gerust laten. Ik koos dan ook voor de module schadebeperking in de Bed Bad Brood groep en zag een verblijf langer dan 7 dagen niet zitten.

Ze moesten op dat moment niet afkomen met : ‘zou het niet beter zijn dit of dat’, of ‘zou je niet wat langer blijven’. ‘Ik vond het OK dat ze mij dan ook die rust gegund hebben.
Na 5 dagen wou ik zelf eigenlijk wel mijn ei kwijt en tegen de zevende dag koos ik er opnieuw voor om te ontwennen en terug naar de basisgroep te gaan zoals in 2005. Waar kon ik overigens naar toe, er was enkel nog miserie voor mij buiten.

En voilà. Voor ik het goed en wel besefte zat ik weer in een groepswerking met 12 mensen die van overal kwamen. Sommigen om te stabiliseren met hun medicatie, anderen om enkel af te bouwen, nog anderen voor advies en ook een aantal die niet goed wisten waarom ze hier waren. Kortom een bont gezelschap letterlijk en figuurlijk komend uit alle uithoeken van Vlaanderen.
In de ochtendvergadering kwam naast het praktisch organiseren van de dag (geen sinecure) al snel aan het licht dat er massa’s gelijkenissen waren tussen ons vanwaar we ook kwamen. Gelijkenissen in onze levensloop, in de manier van omgaan met problemen. Deze zaken konden daar aan bod komen Daarom leven we ook in groep: om van elkaar te leren. Soms – herinner je mijn eerste opname – kan het zijn dat we elkaar meetrekken naar beneden. Het is wel zo dat de begeleiding tijdig weet in te grijpen. Met de zaken die gevoeliger lagen en die ik niet in groep wou brengen, kon ik terecht bij mijn begeleidend staflid. Dat was dezelfde als tijdens mijn eerste opname (gelukkig). We konden onmiddellijk samen de draad oppakken vanaf mijn vorige opname. Mijn begeleidend staflid is zowat mijn buddy hier in huis.

Toen ik een paar dagen in basis zat, kregen we een medisch seminar of iets les-achtigs. Het ging over de medische gevolgen van langdurig gebruik: gevaar bij spuiten, hepatitis en andere besmettelijke ziektes. Ik moet je zeggen dat we stil aan het luisteren waren. En ja, je zag bij velen de ogen en mond openvallen. Een paar dagen later kregen we uitleg rond allemaal sociale papieren en lap weer zo intens en het ging zelfs nog niet over gevoelens.

Als ik er nu zo zit over na te denken… in basis ben je eigenlijk wel constant bezig. Wat ik in basis en nu ook in oriëntatie super vind, is het feit dat we zeer veel sporten. Voor mij (en van anderen heb ik dit ook al gehoord) is het heel belangrijk bezig te zijn. Ik haat lege momenten waarin er niets te doen is, dan beginnen we te piekeren en voor ik het weet zit ik in een negatief denken en ja voila de goesting in gebruik is niet ver meer. Over al die zaken kon ik babbelen met de groepswerker en mijn begeleidend staflid. Ik moet zeggen dat al die zaken die ik net zat op te noemen ervoor doen zorgen dat je motivatie om verder te doen alleen maar toeneemt, zonder dat je het altijd beseft.

En voor je het weet (beetje overdreven) ben je 2 à 3 weken verder en lichamelijk ontwend. Op dat moment kwam mijn begeleidend staflid naar me toe om een keuzegesprek te voeren. Ik stond ongeveer even ver als mijn langere opname in het verleden. Wat zou ik nu gaan doen? We hadden het er al een paar keer over gehad doch niet echt te gronde wat waren de opties? Ik kon nog even blijven in basis en dan afronden om mij verder ambulant te laten begeleiden of ik kon overgaan naar de oriëntatiegroep alwaar ik de zaken waarmee ik begonnen was in basis verder te exploreren en om op die manier te komen tot een gepaste behandeling voor mijn problemen. Dit kon gaan van ambulante begeleiding (maar als gefundeerd advies), over dagwerking, behandeling binnen een psychiatrische setting, een therapeutisch programma voor dubbeldiagnose of een klassiek programma. Ik was eigenlijk wel benieuwd wat het ging worden en ik hoopte stiekem dat mijn advies ook effectief ambulant zou worden. Ik kreeg de opdracht mijn levensverhaal te schrijven een beetje als symbolische act om te tonen dat ik naar oriëntatie wou en zo geschiede.

Na twee dagen werd ik voorgesteld in oriëntatie samen met 2 andere mensen die ook al een tijdje in basis verbleven. Alles werd op slag een stuk intenser. Daar waar ik in basis nog kon kiezen om niet mee te doen, was het nu zo dat alles verplicht was om mee te doen. Ook inhoudelijk werd er langer stilgestaan bij wat iedereen vertelde. Binnen oriëntatie zijn er twee extra stafleden die verantwoordelijk zijn voor het bepalen van het advies of indicatiestelling. Met deze mensen moesten ik zowel in groep als individueel samen zitten om alle verschillende facetten van mijn leven heel specifiek te bekijken. Ik moest ook een aantal testen invullen en bij de psychiater komen. Ondertussen bleef ik ook gesprekken hebben met mijn begeleidend staflid en moest er nog in groep geleefd worden.

Ook deze groepsmomenten waren veel diepgaander dan in basis. Belangrijke zaken waren het aanspreken van anderen op zaken die niet mogen of kunnen volgens de regels en ook heel belangrijk me laten aanspreken als ik zoiets doe. Er wordt ook veel meer betrokkenheid verwacht naar je groepsleden toe. Als je ziet dat het niet goed gaat met iemand, is het je taak daar iets mee te doen. Nog een groot verschil met basis is het leven en werken binnen een hiërarchische structuur. Ik vond het heel leerrijk om de verantwoordelijke van een groep van 12 mensen te zijn met een keukenploeg en een onderhoudsploeg onder mij. Iedere ploeg had ook nog eens zijn verantwoordelijke. Geen makkie maar hierdoor merkte ik dat ik niet zo sterk ben in het doorgegeven van orders en anderzijds ook niet graag orders aanvaard je kan het al raden zo’n manier van werken zorgt voor spanningen tussen de verschillende groepsleden maar daar kunnen we dan ook voldoende lang bij stilstaan.

Ik zit momenteel 2 weken in oriëntatie en de hoop op een ambulant advies heeft ondertussen plaats gemaakt voor een nuchter kijken naar wat ik echt nodig heb. In alle ernst denk ik dat, als ze alle info van observaties, testen gesprekken met indicatiestelling, begeleidend staflid en psychiater gaan samenleggen op de klinische vergadering, daar een residentieel advies zal uit voortvloeien. Mijn medebewoners hebben mij ook al zoiets gezegd en er zijn er met een gelijkaardig verhaal als dat van mij die ook een residentiele behandeling gaan volgen. Ik merk dat ik steeds meer heb aan de gesprekken met de medebewoners. Als ik het even niet meer zie zitten of ik krijg geen bezoek dan trekken ze mij er meestal weer bovenop en komt de motivatie terug. Ik kan ook nog altijd terugvallen op de begeleiding. Ik begin stilaan te snappen wat de kracht is van een zelfhulpprogramma. Ik laat jullie nog weten wat mijn advies zal zijn.