10 jaar Therapeutische Gemeenschap voor Dubbel Diagnose

Werken met diversiteit inzake pathologie is de uitdaging

Een terugblik op de geschiedenis van de TG voor Dubbel Diagnose leert dat de voorbije 10 jaar nogal turbulent verlopen zijn. Dit had zowel met centen als met de doelgroep te maken. Deze TG voor Dubbel Diagnose in Gent werd in 1994 als particulier project opgenomen binnen De Sleutel. In die tijd was het programma hoofdzakelijk gericht op harm-reduction, stabilisatie voor cliënten met verslavingsproblematiek én psychiatrische problematiek.

Griet Coghe : ‘Vanuit een sterk geëngageerd idealisme werd toen een opvang gecreëerd waarbij geopteerd werd voor een individuele aanpak. Het team volgde de cliënten van zeer nabij op. Voor veel cliënten was het een periode om weer op adem te komen. Maar eigenlijk werd er te weinig houvast geboden om terug aan te sluiten in de maatschappij.
Toen ik in 1997 afdelingshoofd werd, hebben we ervoor gekozen om het roer om te gooien. In de lijn van onze visie zijn we met onze doelgroep gaan streven naar verandering, zijn we voor de cliënt beginnen werken richting maximaal haalbare reïntegratie.
Voor de problematiek van de dubbel diagnose, waren nog geen specifieke methodieken ontwikkeld. Puur kopiëren van het concept van de hiërarchische gestructureerde Therapeutische Gemeenschap kon niet, het was dus een pioniersopdracht. Te meer daar we binnen onze populatie ook nog eens heel diverse pathologieën behandelen. Hierbij hebben we het over depressies, psychosen, angststoornissen, borderline, en zo meer. In de loop van die 10 jaar moest meermaals het bewonersprofiel geherdefinieerd en verfijnd worden’.

Griet Coghe : ‘Al doende hebben we geleerd en beter afgebakend. Tegelijk verfijnden we onze screening. Die screening is belangrijk voor een goede indicatie, voor de veiligheid van de groep en van het individu. We zijn geëvolueerd en hebben veel geleerd uit de confrontatie met de cliënt. Vroeger probeerden we zo goed mogelijk om te gaan met problemen verband houdend met die dubbeldiagnose, bijvoorbeeld met een acute psychotische opstoot. Vandaag anticiperen we daarop. We werken individuele trajecten uit. Terwijl we dit vroeger zelf in huis trachten aan te pakken, werken we vandaag ook samen met externen. Als de druk van het groepsprogramma bijvoorbeeld te groot wordt, bouwen we een time out in, een rustperiode waarbinnen de cliënt binnen een psychiatrische setting kan stabiliseren’.

Waar wijkt het concept van jullie TG vandaag af van het concept van de TG in Merelbeke?

Griet Coghe: ‘We moeten onze cliënten meer ruimte en rust bieden. We leggen veel nadruk op de huiselijkheid in de gemeenschap. Veel cliënten kampen met hechtingsproblemen, we moeten er dus extra zorg voor dragen dat ze zich hier thuis voelen. Verder laat het programma toe dat een bewoner sneller een beroep kan doen op de staf. Het is een continu afwegen of bepaalde zaken beter worden opgevolgd door middel van het zelfhulpconcept – via de groep – of eerder om individuele ondersteuning vragen – via de staf worden opgevolgd – bijvoorbeeld bij decompensatie. De cliënt aangeduid als bewonersverantwoordelijke zal bij ons vaker moeten overleggen met de staf om bepaalde risico’s beter te kunnen inschatten. In onze TG kan een bewoner ook zelf beslissen om even uit de groep te stappen en in huis apart te gaan zitten, bijvoorbeeld als de druk te groot wordt. Daarvoor is een ‘stille ruimte’ voorzien. De therapeutische methodieken eigen aan een T G worden aangevuld met individuele psychotherapie, invoeging van rustblokken en ontladingsschema’s voor wie nodig.’

Jullie TG heeft ondanks die complexere problematiek lange tijd de laagste stafbezetting gehad van de Belgische TG’’s. Hoe komt dat?

Griet Coghe ‘Van meet af aan is de erkenning daterend van 1994 bepalend geweest voor onze werking. We hebben één van de zwakste conventies in de sector overgeërfd, maar moesten toch werken met die heel specifieke doelgroep die een intensieve zorg vraagt. Eigenlijk was het gevolg dat we lange tijd moesten draaien met een omkadering die maar half zo groot is als die met een psychiatrische setting met een vergelijkbare problematiek.
Het was dus niet evident om op een kwalitatieve manier te werken, te meer daar de behandeling zeer tijdsintensief is : zeer individueel en specialistisch. Gelukkig kunnen we bogen op een relatief stabiel team en slagen we erin de kennis en knowhow in huis te houden. Toch is de werk- en belevingslast vaak hoog om met zo’n beperkt team te dragen. Onze doelgroep en onze methodiek grijpen in op ieders persoon die hier werkt. We moeten erover waken niemand te overbevragen. Het is altijd een spanningsveld geweest: voldoende ondersteuning bieden, het team 24 uur laten draaien. De laatste jaren is er een kentering gekomen. We kregen veel tegemoetkoming vanuit het netwerk, we konden onze intrek nemen in onze gerenoveerde setting op de campus Guislain en ook het RIZIV is de conventievoorwaarden aan het verbeteren om ons meer ruimte te geven. Recent kregen we de toezegging voor een beperkte uitbreiding.’

Hoe belangrijk schat je de verandering van infrastructuur in na de verhuis uit Sint Kruis Winkel in 2005?

Griet Coghe : ‘Achteraf bekeken, veel hoger dan we dachten. We komen van een afgelegen, donker en bijna vervallen gebouw. Hier in Gent kunnen we de cliënten dankzij de nieuwe infrastructuur het nodige respect bieden. Ook voor het team is dit een absolute meerwaarde.’

Dient het beeld niet te worden bijgesteld van de TG die functioneert als bijna volledig afgesloten gemeenschap ?

Griet Coghe : ‘Het concept ontstond eind jaren vijftig in Amerika. Zoals het therapeutisch denken en de maatschappelijke bewegingen zijn geëvolueerd, zijn ook de TG’s geëvolueerd in hun behandelmodel. De gehanteerde principes zoals leefgemeenschap, zelfhulp in groepen, veiligheid en basiswaarden blijven de basis vormen voor het model maar evolutie is duidelijk merkbaar in o.m. de individuele ondersteuning, samenwerkingsverbanden en het explicieter werken naar de maximaal haalbare integratie in de samenleving. Voor de cliënt en samenleving is dit ook merkbaar in activiteiten die naar buiten zijn gericht. Zo hadden we de voorbije jaren onze Ronde Van Vlaanderen waarbij de cliënten het volledige traject fietsen in vijf dagen. Er wordt regelmatig deelgenomen aan culturele activiteiten zoals een optreden van Kommil Fo, een TV-opname van Debby en Nancy, een klassiek concert, etc…
Vorig jaar zijn we gestart met creatieve therapie vanwaaruit een project is opgestart, nl. de tentoonstelling ‘Bloed, zweet en tranen’. De werken van de cliënten worden tentoongesteld buiten de TG en laten de cliënten toe op een heel persoonlijke manier naar buiten te treden.’

Wat als een cliënt opnieuw begint te gebruiken?

Griet Coghe: ‘Na 10 jaar ervaren we dat cliënten die te maken krijgen met terugval (opnieuw gebruik), heel dikwijls terug aansluiten. Dat is het geval zowel tijdens het TG-programma, tijdens nazorg, of zelfs nadien. Daarnaast merken we dat mensen die vroegtijdig afhaken zich vaak weten te stabiliseren en te handhaven vanuit de verworvenheden van het programma, meestal mits hulp van vb. ambulante hulpverleningscentra’.

Hoe belangrijk is de nazorg rekening houdende met de psychiatrische problematiek van de cliënten?

Griet Coghe : ‘Het is voor een cliënt bij ons erg moeilijk om na zo’n langdurig residentieel programma terug in de maatschappij te stappen zonder verdere begeleiding. Nazorg is essentieel. Deze kan als gevolg van onze beperkte RIZIV-conventie niet door ons zelf worden opgezet. Sinds 2004 werken we samen met de vzw Beschut Wonen ‘Zagan’, dat ons een huis biedt voor cliënten die hun programma bij ons hebben afgerond’.

Zagan staat dus bij positieve afronding van het TG-programma verder in voor de woonbegeleiding en de coördinatie van de verschillende leefgebieden, zoals werk, wonen, vrije tijd, enz?

Griet Coghe: ‘Klopt. Onze cliënten worden er integraal begeleid met als doel hun eigen weg te vinden aangepast aan hun individuele mogelijkheden en beperkingen. Bij de opstart was dat niet evident gezien de specifieke doelgroep en methodiek. Maar we slaagden er in om samen met hen en met onze vele verwijzers en partners een complex netwerk uit te bouwen. Wie bij ons afrondt, krijgt verdere individuele therapie via ons dagcentrum, we voorzien een arbeidstrajectbegeleiding in samenwerking met de Sociale Werkplaats. Ook plannen we een regelmatige psychiatrische consultatie. De nazorg zorgt voor een geleidelijke afbouw van de nauwgezette behandeling en begeleiding en laat de cliënt evolueren naar een maximale reïntegratie. Voor de ene cliënt kan dit betekenen zelfstandig wonen en werken binnen de reguliere sector, voor een andere cliënt kan dit leiden naar beschut wonen en een langdurige arbeidstrajectbegeleiding gecombineerd met ambulante psychotherapeutische ondersteuning’.