Jongeren en drugs: (g)een probleem? Een gesprek met dr Van Duyse

Dr. Van Duyse: ‘De meest gebruikte drug bij jongeren is cannabis. Onderzoek leert dat 17% van de 15 à 16-jarige scholieren in België de afgelopen 30 dagen cannabis gebruikt hebben. Maar weet dat jongeren vaak overschatten  hoeveel mensen cannabis gebruiken. Daardoor beginnen ze er zelf ook eerder aan. Eigenlijk doet de jongere wat hij veronderstelt dat er van hem verwacht wordt. Voornamelijk de normerende invloeden vanwege vrienden spelen een doorslaggevende rol en verklaren voor een groot deel het cannabisgebruik bij jongeren. Deze normovertuiging is een aangrijpingspunt in preventiecampagnes over cannabis. Ook de perceptie van de jongeren dat cannabis een onschuldige drug is en dat het gemakkelijk te verkrijgen is, verklaren  deze koppositie.  Uit de  diverse studies rond problematisch middelengebruik onthoud ik verder dat de helft van de jongeren die middelen misbruikt er op termijn ook in slaagt  het gebruik te stoppen of onder controle te krijgen. Dat is echt  kenmerkend voor adolescenten’.

TABEL   Middelengebruik in België bij jongeren

 

ESPAD(2003) – België

Euregio (2005)

 

 

LT*

LY

LM

LT

LY

LM

Sigaretten roken

61

 

32

58,3

42,9

31,9

Alcoholische dranken

91

86

73

94,3

90,7

81,1

Dronkenschap

59

47

27

64,2

51,5

30,3

Binge drinken (=5 of meer bij één gelegenheid)

 

 

50

 

 

57,5

Slaap- of kalmeringsmiddelen (zonder voorschrift)

9

 

 

21,1

11,9

4,9

Anabole steroïden

1

 

 

0,4

0,0

0,0

Snuifmiddelen

7

4

2

7,0

2,1

0,5

Alcohol en cannabis tegelijk

21

 

 

19,4

10,9

5,1

Minstens één illegaal middel

33

 

 

33,1

23,9

13,9

Cannabis

32

27

17

32,4

23,4

13,4

Amfetamines

2

1

1

5,6

2,4

1,0

LSD of andere hallucinogenen

3

2

1

2,8

0,9

0,4

Crack

2

1

1

1,4

0,2

0,0

Cocaïne

3

1

1

4,9

2,1

0,7

Heroïne

1

1

0

1,7

0,5

0,2

XTC

4

3

1

6,9

3,1

1,4

Paddo’s

5

3

1

5,6

2,2

0,7

GHB

0

0

0

2,1

1,0

0,5

* LT = lifetime of ooit-gebruik / LY = last year of gebruik tijdens het laatste jaar / LM = last month of gebruik tijdens de laatste maand

Waarin verschilt de behandeling van een verslavingsproblemen bij jongeren en volwassenen en hoe pakt men dit concreet aan?

Dr. Van Duyse: ‘Het is het belangrijk om  in te grijpen zo vroeg mogelijk in  het beginstadium van de verslaving. De problemen zijn dan immers nog niet zo ernstig en de behandeling hoeft niet altijd zo intensief te zijn. Jongeren hebben nog een grote groeidrang en zijn vaak erg idealistisch. Dat  kan hun motivatie en behandelingstrouw enorm versterken. Dat alleen al geeft een betere prognose op zich. Heel wat verslavingsproblemen van volwassenen zijn trouwens begonnen in de adolescentiefase. Hoe vroeger het probleem dus kan worden gedetecteerd en hoe vroeger  het wordt behandeld, des te beter men kan voorkomen dat dit escaleert. Ook weten we dat verslaving bij jongeren veel meer dan andere aandoeningen geassocieerd moet worden met heel wat andere problemen zoals, zelfmoordpogingen, verkeersongevallen, automutilatie, overlijden, crimineel en delinquent gedrag, school en werkverzuim, werkloosheid, … .

Motivatie

‘De allereerste stap in het behandeltraject van jongeren met drugsproblemen is het opbouwen van inzicht en motivatie. Jongeren met drugsproblemen moeten in de eerste plaats inzien dat ze een probleem hebben en dat ze hulp behoeven, zo stelt dr Van Duyse.

Jongeren staan vaak onder erg hoge druk en de motivatie is erg broos, ook bij vrijwillige behandeling. ‘Zij stappen in therapie omwille van hun ouders of na herhaaldelijke problemen op school. Pas wanneer de motivatie voldoende sterk is, kan het eigenlijke behandelwerk beginnen’, aldus dr. Van Duyse.

Dit gebeurt met technieken waarvan we weten dat ze aanslaan bij jongeren en dat ze passen bij hun ontwikkelingsfase. ‘Ik denk bijvoorbeeld aan het herinneren aan afspraken door middel van email of sms, het zorgen voor een uitnodigende omgeving, aantrekkelijk werkmateriaal,…. Ook het flexibel omgaan met afspraken’, aldus dr. Van Duyse.

Omdat de doorverwijzing vaak op vraag van ouders of school gebeurt, is het tevens belangrijk dat zij de drugsproblemen bij hun kinderen goed kunnen inschatten. Onderzoek toont aan dat ouders geneigd zijn om zowel alcohol als drugsproblemen bij hun kinderen te onderschatten.

‘Het praten over drugs is voor vele ouders onbekend terrein, een hele uitdaging. Ze weten er vaak niet veel over en praten er dan ook niet gemakkelijk over. Ouders denken vaak dat hun kinderen geen rekening houden met hun mening, wat niet klopt. Kinderen houden wel degelijk rekening met wat hun ouders zeggen. Ze durven soms geen grenzen aan te geven of gebruik te verbieden, maar kinderen zijn slim en kunnen best wel hiermee om. Het is goed als ouders wat meer zichzelf durven te zijn en voor hun eigen mening opkomen, ook in verband met drugs. Ook moeten ouders weten waar hun kinderen terecht kunnen voor behandeling en is het belangrijk dat zij achter de behandeling staan’, zo verduidelijkt dr. Van Duyse.

Een ontwikkelingspsychologisch perspectief

Is wat we voorzien in onze drughulpverlening voor volwassenen  bruikbaar bij jongeren

Dr. Van Duyse: ‘Eigenlijk niet. Een drugbehandelprogramma voor jongeren heeft nood aan een uitgesproken pedagogische context. Daarin is het werken rond ontwikkelingsvaardigheden een belangrijke pijler. In de puberteit en de adolescentie ondergaat de jongere heel wat veranderingen op vlak van fysieke en cognitieve ontwikkeling, de relaties met de ouders en hun peers, uitdagingen op school en professionele opleidingen, veranderingen in hun zelfbeeld en identiteit. Een behandelprogramma moet met deze veranderingen rekening houden,  de bijkomende problemen zo goed mogelijk begeleiden en tegelijkertijd negotiëren naar een gezonde levensstijl waarin druggebruik geweerd wordt.

Dr. Van Duyse wijst erop dat de ontwikkelingsvaardigheden waardoor jongeren verantwoordelijkheid leren nemen,  bijzondere aandacht moeten krijgen omdat deze bij verslaafde jongeren vaak onvoldoende ontwikkeld zijn. ‘De  jongere moet leren opdrachten uitvoeren en taken leren volhouden. Deze jongeren hebben absoluut ook nood aan begrenzing’, zo stelt dr. Van Duyse.

Doelstellingen

De literatuur bevestigt duidelijk dat behandeling van drugsproblemen bij jongeren beter is dan geen behandeling. Maar sommigen slagen er  in om zelfs zonder therapeutische interventie, uit hun gebruik te stappen.

‘Niet meer gebruiken of clean worden is in elk geval de primaire doelstelling bij de behandeling van drugsverslaafden. Een levenslange abstinentie is voor jongeren niet steeds noodzakelijk. Verminderen van drug of alcoholgebruik bij jongeren kan een eerste succes zijn’, zo zegt dr Van Duyse.

De behandeling moet ook focussen op andere probleemgebieden zoals schoolcarrière, psychische stress, reïntegratie in de familie, en de zogenaamde co-morbiditeit (of het tegelijkertijd voorkomen van twee of meer psychische problemen). ‘Deze co-morbiditeit is in uitgesproken mate aanwezig. 75% van de jongeren zouden een bijkomende psychiatrische problematiek hebben, voornamelijk gedragsstoornissen, ADHD en stemmingsstoornissen’, aldus dr. Van Duyse die erop wijst dat er meer aandacht moet worden besteed aan een voldoende omkadering om die bijkomende problemen zoals psychiatrische co-morbiditeit en zware problematische opvoedingssituaties goed op te kunnen vangen.

Hoe kan men de behandeling van minderjarigen nog effectiever maken?

Dr. Van Duyse: ‘Het beperkte wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd bij jongeren, toont geen grote voordelen aan van specifieke werkmethodieken. Het zijn eerder aspecifieke componenten die het resultaat verbeteren. Daarbij denk ik aan de verandering van peer groep, de deelname aan vrijetijdsactiviteiten, positieve verwachtingen ten aanzien van het behandelresultaat, de toegenomen betrokkenheid en controle van de ouders, ondersteuning van hulpverleners en leeftijdsgenoten. Technieken die hierop focussen zoals hervalpreventie, zelfmanagement, training van sociale vaardigheden, familietherapie en langdurige nazorg zijn belangrijke componenten in een goed behandelprogramma’.

Voor volwassen verslaafden is er een uitgebreid hulpverleningsaanbod. De zorg voor drugsverslaafde jongeren staat in Vlaanderen nog in de kinderschoenen?

Dr. Van Duyse: ‘Er zijn inderdaad slechts enkele voorzieningen waar jongeren terecht kunnen. De opvangmogelijkheden zijn vandaag nog te beperkt en er bestaan ook  leemtes zoals bijvoorbeeld crisisopvang. Het is dan ook een opdracht voor de overheid, de gezondheidsinstellingen met hun directies en de specialisten (kinder)psychiaters om deze leemtes in te vullen en een volwaardig traject voor jongeren met verslavingsproblemen uit te bouwen.

(januari 2009)