De Sleutel steunt idee rond herstelrecht bij drugdealers maar wijst op randvoorwaarden

Het idee om drugdealers in contact te brengen met gebruikers (zie Het Nieuwsblad 01-07-09 ‘Confrontatie met junkies moet dealers bekeren’) wordt nu gelanceerd. Dat is nieuw en kan een mooie vorm van herstelrecht zijn.

De vraag of deze maatregel efficiënt zal zijn in de strijd tegen drugs verwijst naar de vraag: wat is een dealer? Iemand die occasioneel dealt om te voorzien in zijn eigen gebruik of dealt binnen een internationaal georganiseerd gegeven waarbij het enige doel is om zonder scrupules rijk te worden.

Dealers hebben zeker al gebruikers in erbarmelijke omstandigheden gezien, ze kennen de miserie die ze aanrichten. Daarvoor hoeven we het niet te doen. We zullen ze zo niet ‘bekeren’.

Binnen de hulpverlening doen wij er echter alles aan om een veilige en gestructureerde setting te creëren voor onze cliënten. In die zin weren we dealers omdat die de veiligheid precies in het gedrang brengen.

Herstelgericht denken is een heel goede zaak maar binnen de drughulpverlening roept dit de vraag op van de randvoorwaarden: hoe gaan we dat organiseren? Hoe definiëren we die groep van dealers, maar ook van gebruikers, wie zet je bij wie? Wie volgt dat op (als er een wiel afdraait)? Hoe wordt een misstap gesanctioneerd?

Daarenboven zijn er nog de volgende vragen:

1. Waar komt dat idee van het confronteren van drugdealers met  ebruikers plots vandaan en wat is de link met het huidige drugbeleid (uitgestippeld binnen de Federale Beleidsnota Drugs 2001).

2. Is het een prioriteit om daar nu mee bezig te zijn? Er staan immers een aantal zaken voor op de agenda:

   – uitbreiding proefzorg;

   – uitbouw drugbehandelingskamer;

   – verankering Gerechtelijke Alternatieve Maatregelen met Volksgezondheid.

3.  Wordt een dergelijke maatregel binnen de hulpverlening of binnen het strafuitvoeringsbeleid geïmplementeerd? Het antwoord op deze vraag maakt een wereld van verschil uit.

 Conclusie: meer vragen dan antwoorden dus.

(juli 2009)