Vroegdetectie, vroeginterventie en kortdurende interventies: Wat?

Vroegdetectie gaat over het herkennen van signalen die kunnen wijzen op een beginnend of een bestaand verslavingsprobleem. De cliënt heeft zich niet aangemeld in de hulpverlening voor deze mogelijke verslaving, maar hij heeft een andere klacht, op somatisch, psychisch of sociaal gebied. Vroegdetectie is belangrijk omdat in een vroeg stadium problemen gemakkelijker kunnen verholpen worden.

Wanneer de signalen die wijzen op riskant gebruik herkend worden door het sociale netwerk kan vroeginterventie uitgevoerd worden. Het gaat hier dan meestal om de groep van jongere gebruikers. De inhoud van de vroeginterventie heeft dikwijls een psycho-educatief karakter. Er wordt informatie gegeven over effecten en risico’s van gebruik op de verschillende levensterreinen. Via deze informatie wordt getracht om een reflectie bij de jongere te stimuleren omtrent het eigen gebruikspatroon en omtrent de motieven om te gebruiken. Dat kan via een groepsdiscussie, maar er kan uiteraard ook individueel gewerkt worden. Ook tips om te stoppen of om het gebruik alleszins te verminderen worden uitgewisseld. Voorwaarde om vroeginterventie te kunnen uitvoeren is dat de jongere bereid is om te praten en dat hij zich aan de groepsnormen kan houden indien de interventie in een cursus wordt gebracht. Van de hulpverlener wordt verwacht dat hij in staat is om via het aangebrachte materiaal de jongere aan het denken te brengen betreffende zijn persoonlijke situatie. Met andere woorden: de hulpverlener moet de verschillende interventies voor de motivatie-ontwikkeling goed onder de knie hebben.

Kortdurende interventies lijken hier wel op, maar hoeven zich niet specifiek te richten op jongeren. Het zijn directievere interventies, uiteraard beperkt in aantal en in tijd en die het oplossen van een concreet en duidelijk te omschrijven probleem beogen. Vooral dit laatste is een verschil met vroeginterventie. Bij kortdurende interventie heeft de cliënt een duidelijk te verwoorden probleembesef, bij vroeginterventie zal het doel dikwijls zijn om dergelijk probleembesef te bekomen. Als we de veranderingscirkel van Prochaska en DiClemente hanteren als een verhelderend kader, dan kunnen we vroeginterventie onderbrengen bij de motivatiefasen en kortdurende interventie bij de actiefase. De kortdurende interventie is een taakgerichte vorm van therapie, zeer gestructureerd, uitsluitend gefocust op het oplossen van de klacht waarvoor de cliënt hulp zoekt. Bij elke sessie wordt expliciet nagegaan in welke mate ze een bijdrage heeft geleverd aan het bereiken van het therapiedoel. Men verwacht het uiteindelijke doel in 5 tot 10 sessies te kunnen bereiken. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat kortdurende interventies zeer effectief zijn. Maar we mogen hierbij niet vergeten dat het gaat over een duidelijk omschreven probleem, over duidelijke SMART geformuleerde doelen en om situaties waarbij er tussen cliënt en hulpverlener een consensus is over de wijze waarop het doel kan bereikt worden. De realisatie van deze voorwaarden zal in vele gevallen heel wat therapeutisch werk vragen!

Vroegdetectie, vroeginterventie en kortdurende interventie zijn dus duidelijk van elkaar te onderscheiden therapeutische activiteiten. Maar ze kunnen wel op elkaar aansluiten! Het is denkbaar dat vroegdetectie leidt tot een verwijzing naar een programma voor vroeginterventie. En het is denkbaar dat het resultaat van deze interventie bij sommige personen tot een duidelijker probleembesef en een verstandige keuze zal leiden. Daarna engageren ze zich misschien om via enkele weloverwogen therapeutische contacten hun doel te realiseren.

Robrecht Keymeulen, september 2009