Vroeginterventieproject maakt Brugse jongeren bewust van hun risicogedrag

Heather: Zelf ben ik in het project zowel groeps- als familiewerkster.  Al van bij het begin stelde ik een grote discrepantie vast tussen het werk met jongeren en ouders wat betreft motivatie. Ouders zijn zeer gemotiveerd, heel erg vragende partij. Ze staan zeer open voor de hulpverlening. De jongeren daarentegen zijn niet of beperkt gemotiveerd, ze zien nog geen probleem maar tegelijk voelen ze veel druk om hun probleem aan te pakken. Bij sommigen zijn het soms tegelijk de ouders, de school en de jeugdrechter die zeggen dat er iets moet gebeuren. Het is niet evident om hen gemotiveerd te krijgen. We zijn echter geen afkickprogramma. Ons doel is de jongeren leren zicht krijgen op hun risicogedrag. Maar vaak durven ze nog niet open over hun druggebruik praten.

 

ppgvip5_018Via opdrachten met paarden confronteren we jongeren met hun eigen sociale vaardigheden

 

 

 

 

Hoe pakken jullie dat dan aan?

Heather: We merken dat er een muur is waar we doorheen moeten. Ze moeten niet 100 % clean zijn. Wel vragen we om er open en eerlijk over te praten. Tijdens groepsactiviteiten met de jongeren let ik erop dat ik steeds de bril van de familie, de context op heb. Zo kan ik bepaalde zaken later ook beter terugkoppelen. Elke dinsdag- en vrijdagochtend doen we met de jongeren een groepsgesprek rond  hun gebruik. Wanneer doen ze dat? Welke gevoelens gaan daarmee gepaard? Gebeurt dat als er ruzie is thuis, als ze verdrietig zijn, om problemen even te vergeten,…  Eenmaal we dat bespreekbaar kunnen maken, kunnen de jongeren hun eigen patroon van gebruik leren ontdekken.

Tom : We maken dat gebruik op verschillende manieren bespreekbaar. Dat kan zijn via dagboeken waarin we de jongeren laten bijhouden wanneer en met wie ze gebruikten. Zo leren we hen erover spreken. Tegelijk laat het ons toe feedback te geven en hen ook inzicht te proberen verschaffen. We doen dit vaak aan de hand van non-verbale oefeningen bijvoorbeeld met paarden.

vipardennen_077 Dankzij onze non-verbale aanpak zijn jongeren vlugger bereid om positief mee te werken

 

Heather: De praktijk leert dat de jongeren de ernst van hun gebruik vaak verdoezelen. Soms schatten we daardoor hun gebruik of een andere problematiek minder zwaar in. Dit zorgt ervoor dat we sommige jongeren tijdens het traject kunnen doorverwijzen naar een meer gepaste hulpverlening. Ook dit maakt deel uit van vroeginterventie.

Tom: We bekijken voor elke jongere hoe risicovol de situatie is. Zo zit een jongere die zelf nauwelijks gebruikt maar wiens ouders  zwaar verslaafd zijn, hier perfect op zijn plaats. Evengoed kunnen jongeren hier terecht die zelf nog niet beseffen hoe serieus hun drugprobleem is.  Dankzij onze actieve, grotendeels non-verbale aanpak zien we relatief snel dat een jongere te laag gescreend werd. Een goede screening is belangrijk omdat we op die manier het juiste cliëntprofiel kunnen koppelen aan het juiste programma.

Heather: Ons aanbod rond sociale vaardigheden is bij de jongeren in heel goede aarde gevallen. Het is niet alleen praten.

Hoe motiveer je kansenzoekende jongeren voor sociale vaardigheidsoefeningen?

Eén van de hoofddoelen van VIP  is de weerbaarheid van de jongeren vergroten door hen persoonlijke en sociale vaardigheden bij te brengen waardoor ze kritisch leren zijn, leren nadenken over waarden, waardoor ze ook meer veerkracht hebben om problemen op te lossen.  Maar hoe doe je dit op een manier waar de jongeren voor open staan?

ppgVIP_061Tom Vanhoutte is reeds 10 jaar actief als preventiewerker. Vanuit zijn interesse voor de methodiek van het ervaringsleren volgde hij diverse opleidingen zoals Outward Bound en Eagala – een opleiding die hem gaandeweg overtuigde van de kracht van non-verbale techniek, gebaseerd op Equine Assisted Psychotherapy (1).

 

 

 

 

Zeilen, grondoefeningen met een paard, survivalactiviteiten, touwenparcours. Het zijn activiteiten die je niet meteen verwacht?

Tom : We hebben door dat aanbod een actieve manier gevonden, waardoor de jongeren veel vlugger positief willen meewerken. We werken via een compleet andere context, bv een teambuilding in de Ardennen. Het is een weinig schoolse methodiek gebaseerd op ervaringsleren. Daarbij is het de kunst van de begeleiders om die avontuurlijke activiteiten om te zetten naar de ervaring uit het dagdagelijkse leven. Doordat het veel intensiever is, werkt het ook beter. We confronteren hen bijvoorbeeld via paarden met hun eigen handelen en slagen er op die manier veel sneller in hen een aha erlebnis te doen krijgen. We doen dit  vaak op een non-verbale manier. Hetzelfde op een bord uitleggen zou met deze doelgroep niet of veel trager werken.

 

 

ppgvip3_027Een paard spiegelt de eigen gevoelens en het gedrag van de jongeren.

 

 

 

 

 

toekomstperspectiefDe VIP-Jongeren leren zicht krijgen op hun gebruik en bepalen hun toekomstperspectief

 

 

 

 

 

 

Het werken met paarden is bijvoorbeeld een veilige manier om te experimenteren met non-verbale sociale vaardigheden. Concreet doe we dat via metaforen. We laten de jongere met een paard bepaalde grondoefeningen doen. Als zoiets niet meteen lukt, is dat behoorlijk frustrerend. Ruzie maken met een paard is echter moeilijk.

Bij de bespreking achteraf zeggen we dan dat het paard eigenlijk symbool staat voor bijvoorbeeld de schooldirecteur, de ouder, de context of het eigen gebruik. Het sterke is ook dat het gedrag van de jongere als het ware  gespiegeld wordt naar het paard: we kunnen bijvoorbeeld tonen dat  het eigen stressgedrag de oorzaak is van de onrust van het paard en het niet lukken van de grondoefening.

Met paarden kan je ook perfect werken rond het thema veiligheid en daarna feedback geven met linken naar het programma en concrete voorbeelden van hun gedrag.

Survival

Tom:  Onze jongeren zien een tweedaagse naar de Ardennen vooraf eigenlijk meestal niet zitten. Ze zitten nog in een te eng denkpatroon gevangen waardoor ze een vrije tijdsinvulling vaak koppelen aan gebruik. Twee dagen niet gebruiken is dan inderdaad een probleem.  Zo’n activiteit biedt ons de mogelijkheid om andere dingen te doen, waardoor ze inzien dat ze die vrije tijd ook anders kunnen invullen. Achteraf zijn ze bijna altijd heel positief. We moeten hen zelfs wapenen voor wat komt na het WOW-moment. Voorkomen dat ze na die euforie terugvallen in zwaar gebruik. Zo leren we hen meer met beide benen in de realiteit staan. We doen hen zicht krijgen op hun eigen gebruik.

 

Via ervaringsleren trachten we jongeren vertrouwen te geven wat hen helpt in het bevorderen van een positief zelfbeeld. Tijdens teambuildingsactiviteiten is het de kunst om avontuurlijke activiteiten te koppelen aan ervaringen uit het dagdagelijkse leven van de jongeren

vipardennen_118vipardennen_037 vipardennen_132

 

 

  

Wat is de meerwaarde van de VIP- methodiek?

Heather : Dat we er meestal in slagen hen eerlijk te laten zijn over hun gebruik. We veroordelen hen niet, ze hoeven geen gevolgen te vrezen. We geven de boodschap dat het positief is dat ze die eerlijkheid eindelijk kunnen opbrengen.

Tom: In een schoolse context of in een instelling zouden ze over hun gebruik vaak niet zo eerlijk durven zijn. Dat ze dat bij wel ons kunnen is voor hen al een forse stap vooruit. We maken ze bewust van dat risicogedrag. We leren ze niet alleen zicht krijgen op hun eigen gebruik, ze kunnen het voortaan ook zelf in kaart brengen. Het doel van vroeginterventie is trouwens niet enkel het voorkomen dat ze naar de hulpverlening moeten. Als we bepaalde jongeren kunnen toeleiden naar hulp is het 10-wekelijks traject voor ons evengoed geslaagd.

Positief gedrag belonen

Heather: We motiveren de jongeren ook door hen te belonen. Zo geven we hen de kans om per week maximaal 15 euro te verdienen. Door stipt aanwezigheid te zijn en goed mee te werken. Dit beloningssysteem (2) werpt goede vruchten af. We trachten de ouders van die kracht te overtuigen en de gedachte hierachter verder te zetten in het eigen gezin na de deelname aan dit project.

Tom: Een van onze doelstellingen is het “empoweren” van de context, van de omgeving van de jongere. Dit lukt nu beter. Het gebeurt veel intensiever omdat we parallel met een familiewerker aan de slag kunnen zijn. Ons beloningssysteem is ook niet resultaatgericht . We eisen geen cleane urinecontroles. We richten ons echt op aanwezigheid en inzet.

Heather: De gezinsgesprekken worden structureel ingebed. Zo krijgen we de opvoedingscompetenties van de ouders onder de loep en krijgen de ouders ook inzicht in wat goed en minder goed loopt. Zo spreken we bijv. over het belang van toezicht, van grenzen stellen, van interesse tonen in de bezigheden van hun kind.

Is dat niet confronterend?

Heather: Dat kan zo lijken. Maar de ouders gaan daar heel goed mee om. Ouders doen vaak ook nog heel wat goed en dat verdient ook erkenning. Ouders kunnen de tips ook onmiddellijk toepassen omdat hun kind nog thuis woont. Zo kunnen we telkens verder bouwen aan een positief gezinsklimaat. 

Verwijzers

Jongeren in dit Vroeginterventieproject worden via diverse kanalen doorverwezen. Sommigen al meteen via de drughulpverlening, anderen via een trajectbegeleider in de school, bijzondere jeugdzorg  meestal echter via onze partner Groep Intro. Het VIP-project moet echter nog groeien.

Heather: We hebben ons aanbod bekendgemaakt in de ruime Brugse regio: bij CLB’s, parket, instellingen bijzondere jeugdzorg, zelfstandige psychologen,… Bij intakegesprekken vragen we aan de verwijzer om mee aanwezig te zijn. Ook op de wekelijkse bespreking op het multidisciplinaire team nodigen we alle partners uit.  De aanwezigheid is echter niet voor alle verwijzers haalbaar. De verwijzer wordt gedurende het traject wel op de hoogte gehouden van de evolutie van de jongere.

Hoe wordt het 10 weken durende VIP-traject afgerond?

Heather : We kozen voor dit groepsprogramma bewust voor een grote afsluitende dagactiviteit waarbij we ook de verwijzers en de familie uitnodigen.  Ze kunnen dan tonen wat ze kunnen.

Tom : Het is echter veel meer dan een demonstratie. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de sessie smet paarden. Zo laten we de jongeren ook samen met hun vriendin of opa oefeningen doen. 

Heather : Achteraf  valt het moeilijk in te schatten of we erin geslaagd zijn om de jongeren na die 10 weken effectief voldoende inzicht hebben leren krijgen in hun gebruik. Zoiets is moeilijk af te toetsen, je kan er geen examen over afnemen. Wel stippelen we altijd een vervolgtraject uit waarvan we de opvolging bewaken. Ouders brengen we bij de afsluiting vaak in contact met partnerorganisaties waar ze voor opvoedingsondersteuning terecht kunnen. Op die manier kunnen ze verder bouwen aan het versterken van hun opvoedingscompetenties. 

Reageer : [email protected]

(1) voor meer info zie http://www.eagala.org.uk/

(2) gebaseerd op evidenced based Contingency Management-methodiek die therapietrouw stimuleert