Invloed van media op het uitgaansleven

De keuze voor het thema ‘invloed van de media op het uitgaansleven’ lag voor de hand. Heel wat van de gediplomeerden van het departement Sociaal Agogisch Werk, dat opvoeders en sociaal werkers aflevert, gaan immers als preventiewerker aan de slag. Peer van der Kreeft, die het vak preventie geeft op dat departement, leidt enkele internationale onderzoeksprojecten in verband met drugpreventie. Eén daarvan is ‘Club Health’, waarin de Hogeschool samen met 14 andere organisaties partner is om tot een tot een reeks aanbevelingen te komen die het uitgaansleven veiliger en gezonder maken voor de uitgaanders. Een van de aspecten daarvan is de invloed van de media. Veiliger en gezonder, dat betekent ook vermindering van geweld en onveilige of ongewenste seks, maar vooral een vermindering van alcohol- en andere drugproblemen. 

De conferentie (overigens helemaal in het Engels), vooral gericht op een buitenlands publiek, lokte zo’media_influencen tachtigtal deelnemers, waaronder toch ook een aantal Belgen.

Club Health bracht experts samen rond drie thema’s:

1.       Sociale  normen versus realiteit. Tieners hebben een verkeerde perceptie van het aantal jongeren dat regelmatig drinkt, dronken wordt, comazuipt, drugs gebruikt, elke dag een joint rookt enzovoort. Ze overschatten dit schromelijk. En precies die overschatting leidt ertoe dat ze zelf ook dit gedrag gaan vertonen, omdat ze denken dat het verwacht wordt. Dat heet ‘sociale norm’. Die perceptie komt maar voor een klein deel van stoerdoenerij, een ander klein deel van goedbedoelde maar verkeerde waarschuwingen van ouders en leerkrachten die er op drukken dat er ‘veel te veel wordt gedronken en drugs gebruikt’. Een grote invloed op deze overdreven perceptie komt van media: zowel krantenartikels die liever berichten over grote aantallen dan kleine, als ‘i like it’s op Facebook bij foto’s over drinkpartijen. 

2.       Regulering versus open flow. Reclame is een belangrijk onderdeel van media. Als het over alcohol, tabak en andere drugs gaat moet reclame zich aan regels houden. Er zijn mensen en meer nog, hele lobby-netwerken, die vinden dat de industrie zichzelf moet reguleren. Maar er zijn ook heel gesofisticeerde wetten en controlemechanismen om de advertenties te reguleren. Gelukkig maar, want dat is ook effectief. Met sociale netwerken als Youtube, Facebook of Netlog echter, wordt er toch gecommuniceerd wat jonge mensen willen (onafhankelijk van elke regulering). Een leuk Marlboro-filmpje mag nog zo verboden zijn, het wordt via deze sociale media toch verstuurd. Die ‘open flow’, communicatiekanalen zonder grenzen, is ook iets waar veel mensen achter staan. Een moeilijke evenwichtsoefening.

3.       Schadebeperking versus gezondheidszorg. Als we het over het nachtleven hebben, weten we wel dat universele boodschappen van gezondheidszorg daar niet veel aarde aan de dijk brengen: ‘niet dronken worde,’ en ‘beter geen drugs nemen’ is niet erg effectief. Veel interventies in het nachtleven proberen de schade die er zal zijn, te beperken. Dat is maar goed ook, want liever weinig schade dan veel: als er toch ecstasy wordt gebruikt, combineer het dan niet met iets anders, als er kans is dat je teveel drinkt, zorg dat je niet alleen bent. Dat zijn voorbeelden van harm reduction boodschappen. EHBO-medewerkers of peer-to-peer werkers die jongeren met problemen tot rust proberen te brengen en ermee praten merken dat er vaak achter het drank- en druggebruik diepere problemen schuilen, zoals eenzaamheid of depressie. Zo moeten ze toch een beroep doen op hun talenten als gezondheidszorgwerkers.

 PalmaertsTrendwatcher Tom Palmaerts: ‘In de klas zullen jongeren over een paar jaar gerust hun Smartphone mogen laten aanstaan. In sommige lessen zal het zelfs het nodig zijn’

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Deze drie keuzen vormden een rode draad doorheen de boeiende presentaties en discussies. Trendwatcher Tom Palmaerts zette de toon met een synthese van houdingen en attitudes bij jonge mensen naar media toe. Over een paar jaar, betoogt Palmaerts, zullen jongeren in de klas gerust hun Smartphone mogen aanlaten want het zal in sommige lessen nodig zijn. De industrie begint meer en meer aan het onderwijs te vragen de jongeren gewend te maken aan e-technieken. En in hun hoofd zijn veel tieners deze weg al aan het opgaan: ze denken niet meer in termen van ‘op internet gaan’ om iets te zoeken. Met Facebook, Twitter en heel wat games zijn ze voortdurend en heel vlot in contact met elkaar. Het lijkt iets anders dan internet want je hoeft er niet voor op een computer te gaan en  in te loggen. Je hand gaat in je zak, je klikt op een applicatie en je stuurt iets naar je vrienden. Tijdens het uitgaan kun je met een applicatie op voorhand zien wie van je vrienden in die dancing, of op dat event, of in dat café zit, en zo kies je waar je naartoe gaat. Sneller en gemakkelijker dan sms’jes rondsturen ‘waar zit jij’ en ‘ik ga daar naar toe’. Zo wordt een waarschuwing van mama ‘je mag maar één uur op internet’ ook een beetje zinloos want voor zoon- of dochterlief is Facebook helemaal geen internet.

Ton Nabben stelde zijn boek ‘High Amsterdam’ voor, een aanrader voor wie nieuwe trends in het uitgaansleven wil leren kennen. Het is een boeiend en gedetailleerd  historisch overzicht van het nachtleven en druggebruik van de jaren 70 tot nu. Hij ziet vier groepen media met invloed op het uitgaansleven: massamedia (globaal, nationaal), nichemedia (lifestyle, The Face, Mix Mag, Vice etc.), micromedia (fan magazines ) en sociale media (Facebook).

Ulrik Solberg van het Europese Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction (EMCDDA) deed uit de doeken hoe drugs via het internet verkocht worden en hoe daar in samenwerking met het Psychonaut en Rednet project (met De Sleutel als partner) een Early Warning System voor wordt opgezet. Jochen Schrooten van VAD stelde het in Vlaanderen erg populair geworden Party Wise project voor dat nu ook sociale media in het concept integreert. Ook Tom Evenepoel van VAD stelde het gebruik van online tools voor als media om druggebruikers en jongeren adequater te bereiken. Professor Nico Van de Weghe van de Universiteit Gent liet zien hoe media niet alleen boodschappen naar de doelgroep stuurt maar ook omgekeerd informatie van hen krijgt… of tevoorschijn tovert. Hij testte op de Gentse Feesten 2010 een systeem uit waardoor de Bluetooth functie op bijna alle gsm’s automatisch doorgeeft hoeveel mensen op een bepaalde plek zijn, en verder nog, waar ze dan naartoe gaan. Een perfect instrument voor ‘crowd control’ om kleine opstootjes maar ook catastrofes als in Duisburg eerder dit jaar te voorkomen.

Tina Van Havere van Hogeschool Gent stelde de resultaten van haar onderzoek naar druggebruik in het Vlaamse uitgaansleven voor. Johan Jongbloet, ook  van Hogent rapporteerde een uitgebreide literatuurstudie naar invloed van de media op het nachtleven, vanuit een interessante antropologische invalshoek. Jan De Smet van het Antwerpse VAGGA, Bart Van de Kerckhove van Vitalsounds uit Menen en een groepje Franstalige peer-to-peerwerkers uit Lille namen het thema peersupport onder de loep.  Nog enkele andere buitenlandse en binnenlandse sprekers belichtten diverse aspecten van het thema. De presentaties en verwijzingen van deze verfrissende en fascinerende conferentie zijn te vinden op http://www.club-health.eu/.

Peer van der Kreeft, december 2010