Project moet koudwatervrees tussen gehandicaptensector en verslavingszorg wegwerken

Sven Cole heeft 18 jaar ervaring in de drughulpverlening en werkt als casemanager bij PopovGGZ en als liaison hulpverlening Drugbehandelingskamer Gent. De voorbije 3 jaar werkte hij ook als Casemanager binnen het project ‘Optimalisatie van zorg voor mensen met een verstandelijke beperking en verslavingsprobleem’ (2).  

Sven Cole: “Vanuit onze casemanagement-positie kregen we in 2009 te horen dat de diensten begeleid wonen van het Vlaams Agentschap Personen met een Handicap (VAPH) tegen gesloten deuren aanliepen indien het ging over cliënten met een alcohol- of drugprobleem. Bij aanmelding werd er steevast verwezen naar exclusiecriteria: personen met een te laag IQ (beneden 85) kunnen niet worden behandeld”.

Met zijn ruime ervaring als casemanager had hij zelf wel 2 jaar lang een cliënt begeleid zonder te weten dat het om iemand ging met een verstandelijke beperking. “Tot men me ermee confronteerde dat ik die persoon aan het overbevragen was, dat ik te veeleisend was. Ik was ervan geschrokken dat die persoon een IQ van 65 had. Ik had dat ondanks mijn ruime ervaring in de verslavingszorg niet gezien, ik had het niet door”, zo vertelt Sven Cole.

 web sven cole 002Sven Cole : “Dankzij intervisie maakten begeleiders kennis met elkaars paradigma en methodieken en wisten ze naar wie ze konden verwijzen”

N.a.v. dit voorval werd op een daaropvolgend Oost-Vlaams cliëntenoverleg de vraag gesteld aan de andere drughulpcentra of zij mensen met een verstandelijke beperking in begeleiding hadden. Er werd meteen unaniem negatief geantwoord. Elkeen vertrouwde erop dat het exclusiecriterium werd toegepast: er worden geen cliënten met een verstandelijke beperking behandeld.  Sven Cole: “Maar eigenlijk was dit niet op objectieve diagnostiek gebaseerd. En zo is het project ontstaan. Het was de bedoeling ervoor te zorgen dat dankzij extra ondersteuning mensen met een verstandelijke beperking én een verslaving toch geholpen kunnen worden. We moesten de koudwatervrees proberen wegkrijgen zowel in de verslavingszorg als in de voorzieningen van het VAPH”.

Concreet werden er de voorbije 3 jaar dankzij dit project  zo’n 25 cliënten in verschillende voorzieningen ondersteund.

Ondersteuning in verslavingszorg
Dankzij het project werd het in eerste instantie mogelijk om de individuele cliënt, opgenomen in een centrum voor verslavingszorg,  persoonlijke ondersteuning te geven. “Meestal is het voor de cliënt immers nodig om de vertaalslag te maken van wat de begeleiding zegt, vergelijkbaar met de taak van een doventolk. Maar ik denk ook aan het uittekenen van therapeutische sessies, het helpen ontwerpen van een poster ter voorbereiding van een groepstherapie, het opzetten van een buddysysteem. Dit laatste hebben we onder meer in Therapeutische Gemeenschap (TG) te Merelbeke gedaan. Dat bleek heel verrijkend, ook voor de andere bewoners daar.

Het was in de beginfase niet zo evident om de verslavingszorg te overtuigen om zich open te stellen voor de nieuwe populatie. “Dat veranderde deels omdat een reeks tests aantoonde dat het gemiddelde IQ bij cliënten in de TG voor dubbel diagnose te Gent rond de exclusienorm schommelde. Dat betekende dat een aantal opgenomen TG-cliënten er eigenlijk te laag scoorde en mogelijks overbevraagd werd binnen die behandeling”.

Geleidelijk aan kwam men tot het inzicht dat mensen met een beperking mits enige aanpassing en individuele ondersteuning toch behandelbaar zijn. Sven Cole: “Dan blijken die personen wel vatbaar voor psychotherapie, voor groepsgesprekken, mits wat extra herhaling en ondersteuning. Denk aan het werken met een tekening bv om een traject duidelijk te maken, aan een mindmap om er ook emoties bij te zetten of aan non-verbale ondersteuning, bv een levensverhaal via een tijdslijn. Ook het concept motivatie vraagt bij deze doelgroep een andere insteek. Het is niet omdat ze het niet kunnen verwoorden, dat ze niet gemotiveerd zijn”.

In de verslavingszorg vertrekt men steeds vanuit de herstelgedachte, appelleert men aan de eigen verantwoordelijkheidszin. Binnen de gehandicaptenzorg vertrekt men eerder vanuit het burgerschapsmodel (emancipatorisch denkkader). Het ondersteuningsmodel brengt die twee samen. “Die cliënt kan er zelf niet voor zorgen dat die brief geschreven wordt, dat zijn budget in orde is”, zo verduidelijkt Cole. Deze doelgroep vraagt veel individualisering, meer voorspelbaarheid. Veel zaken moeten ook tijdig genoeg in gang worden gezet. Een traject naar beschut wonen start je al zes maanden voor de eigenlijke opname daar, een gespecialiseerd arbeidstraject bij GTB moet gestart worden drie maanden voor afronding van de opname. Anders dreigen cliënten in een gat te vallen.”
Vandaag hebben bepaalde TG’s hun opnamecriteria mede dankzij dit project bijgestuurd en ontstond er meer openheid t.a.v. mensen die zwakker begaafd zijn. Sven Cole: “We moeten trouwens stoppen met dit soort grenzen en exclusiecriteria.”

DSC 0898

Ondersteuning binnen VAPH
Ook binnen gehandicaptenvoorzieningen bleek het niet evident om personen met een verslaving te laten opnemen. Sven Cole: “Dankzij extra ondersteuning lukt het ook daar. Ik denk bijvoorbeeld aan een concrete casus in de Meander (3) waar een outreach-medewerker van het Dagcentrum De Sleutel om de 14 dagen langsgaat om te werken rond druggebruik en terugvalpreventie”. Zo komt de knowhow uit de verslavingszorg binnen in de VAPH-voorzieningen of psychiatrische centra.

Tevens kregen de voorzieningen ondersteuning via de introductie van de SumID-Q, een cliëntvriendelijk instrument waarmee het druggebruik in beeld kan worden gebracht. Sven Cole “In plaats van te focussen op probleemgebieden, deden we een dromen- en wenseninterview, werkten we meer rond kwaliteit van leven. Van daaruit werd dan een handelplan opgemaakt, gekoppeld aan teamondersteuning en -coaching, met de bedoeling hen te laten ondervinden welke ondersteuningsbehoeften die persoon heeft.“
Cole wijst er wel op dat het noodzakelijk is veel meer voorbereidend werk te investeren bij een opname van iemand uit deze doelgroep. In sommige gevallen moet de huisarts  erbij betrokken worden, moet de persoon eerst een  ontwenningsprogramma volgen,  moet worden samengezeten met de klinisch coördinator van die afdeling, moet de intake worden voorbereid: enkel zo kan je de koudwatervrees van dat soort voorzieningen doen wegebben.

websven cole 001

Intervisie en opleiding
Samenwerking, elkaar leren kennen en van elkaar leren was van bij de aanvang van het  project essentieel, zeker ook op het niveau van de basismedewerkers.  “Vier maal per jaar organiseerden we vanuit het casemanagement met hen een intervisiegroep. Per sessie werden 2 casussen besproken en stelde de dienst waar we op bezoek waren, zich voor. Zo leerden de begeleiders elkaar kennen, leerden ze elkaars paradigma en methodieken begrijpen, en wisten ze naar wie ze konden verwijzen”, aldus Cole. Op die manier werden gedurende het project een 50-tal cliënten besproken. De verkregen informatie en benaderingswijze wordt op die manier meteen ook toepasbaar bij andere cliënten.
Verder besteedde het project aandacht aan sectorgerichte opleiding. Begeleiders van VAPH kregen vorming o.m. over druggebruik en motivationele gesprekstechnieken. In de vorming op maat van drughulpverleners werd aandacht besteed o.m. aan het herkennen van een verstandelijke beperking en het omgaan met sociaal emotionele ontwikkeling.

Toekomst
Na 3 jaar dient nu werk te worden gemaakt van de integratie van de opgedane knowhow binnen de bestaande teams. Sven Cole: “Vandaag kunnen wij geen casemanagement meer doen. Het Riziv heeft gevraagd om de kennis en ervaring over te dragen naar de voorzieningen, zodat ze hier zelf mee aan de slag kunnen. Persoonlijk heb ik hier geen goed gevoel bij.  We hebben  slechts één jaar tijd om dit te doen. Bovendien vrees ik dat het zonder de concrete ondersteuning van de cliënt en de teams, niet langer werkt. Pas als teams de knowhow samen toepassen op een concrete casus, ontstaan er mogelijkheden. We boekten heel goede resultaten, maar vandaag verneem ik dat het  opnieuw moeilijk wordt om iemand aan te melden. De exclusiecriteria gelden opnieuw. Casemanagement voor deze doelgroep zou dan ook structureel moeten worden ingebed. De vraag is nochtans reëel.  We zijn nog maar pas gestart met de bekendmaking van ons aanbod teamcoaching. En we kregen al meteen aanvragen binnen van 8 verschillende voorzieningen waar we vroeger nog nooit voor gewerkt hadden”.

Paul De Neve

(februari 2012)

Reageer: [email protected]

Lees hier meer over Inclusie in de Therapeutiche Gemeenschap.

(1)    Overlegplatform Geestelijke Gezondheidszorg Oost-Vlaanderen vzw
(2)    Project met steun van het Fonds tot bestrijding van verslavingen (RIZIV) ingediend op vraag van het Netwerkcomité Middelenmisbruik  
(3)    Substance Use and Abuse in Intellectual Disabilities–Questionnaire (SumID-Q, Vander Nagel, 2011).  Men is ook  bezig met het valideren van de HASI, de Hayes Ability Screening Index (HASI, Hayes, 2001)
(4)    Behandelafdeling voor psychiatrische stoornissen bij personen met een licht verstandelijke beperking.