Welke drempels ervaart de allochtone druggebruiker binnen de hulpverlening?

Ontstaan project
Een vraag vanuit het Stedelijk Overleg Drugs Antwerpen (SODA) aan Antwerps integratiecentrum de8 om bij vier Antwerpse drughulpverleningscentra (De Sleutel, Free Clinic, Altox en Adic) een interculturaliseringstraject te begeleiden, resulteerde in een onderzoek op initiatief van de8, waarbij op een onderbouwde manier werd gezocht naar de specifieke noden van druggebruikers uit etnisch-culturele minderheden.
web 2005 05180012
De8 vzw wou met dit verkennend en praktijkgericht onderzoek de extra drempels in kaart brengen die allochtone druggebruikers en hun familie ondervinden alvorens ze zich met hun problematiek aanbieden bij een drughulpverleningscentrum. Het onderzoek had als doel om de verschillende visies, standpunten, drempels en spanningsvelden op het spoor te komen, vanuit alle betrokkenen (hulpverleners, ex-gebruikers en hun familie) en alle gezichtsvelden. Daarnaast werden een aantal pijnpunten en misvattingen die rond ‘drugverslaving’, en drughulpverlening in het bijzonder, bestaan bij deze doelgroep, blootgelegd. Het onderzoek van het Antwerpse Integratiecentrum de 8 bevestigde de vaststelling dat de Antwerpse drughulpverlening nog steeds worstelt met de groeiende diversiteit van haar cliënteel.
Om te eindigen deed de8 enkele aanbevelingen naar de verschillende drughulpverleningcentra, welke we beknopt kunnen samenvatten als het meer inzetten op een cultuur– en migratie sensitieve aanpak.

Cijfers Dagcentrum Antwerpen
Op basis van de eigen registratiegegevens werd vastgesteld dat 15% van de cliënten in het dagcentrum De Sleutel te Antwerpen niet over de Belgische nationaliteit beschikt (*). Bijna de helft van deze niet-Belgen (27/60) hebben de Marokkaanse nationaliteit. Een manuele telling op basis van de naam, (los van de opgegeven nationaliteit) levert een kwart ( of 25 %) cliënten op met een “niet-Belgische naam”.

Aanbevelingen en conclusie onderzoek de 8vzw
“Met dit onderzoek willen we geenszins suggereren dat een gebruiker van andere afkomst een eigen, specifiek behandelingstraject dient te krijgen in de drughulpverlening. Daarvoor zijn er binnen de vele gemeenschappen en achtergronden simpelweg té veel onderlinge verschillen. Een belangrijk aspect voor het welslagen van een hulpverleningstraject is bovendien het aanvaardingselement bij elke gebruiker, en dat staat los van eender welke afkomst of overtuiging. Elke gebruiker is daarenboven een individu, dat door zijn/haar persoonlijke geschiedenis gevormd werd”, aldus de onderzoekers.

De8 pleit wel voor een aanpak die rekening houdt met bepaalde culturele en migratie gevoeligheden en de bevindingen in dit onderzoek. Zoals het migratiethema kennen als hulpverlener en het bespreekbaar maken ook bij jongeren van de 2de en 3de generatie, respect en interesse tonen in de cultuur, traditie en religie van je cliënt en aandacht voor het meer sociale en praktische luik binnen de hulpverlening.
“Hulpverleners kunnen de slaagkansen van een behandeling aanzienlijk doen stijgen als ze met deze gevoeligheden bewust omspringen en het vertrouwen van de gebruiker daardoor kunnen winnen. Het inzetten van hulpverleners die zelf een migratieverleden hebben kan voor deze doelgroep uiteraard ook de slaagkansen verhogen”.

Informatie en voorlichting betreffende de reële werking van de hulpverlening, en vooral ook correcte informatie rond het beroepsgeheim binnen de sector zou allicht ook heel wat drempels lager kunnen maken.Samenwerking en dialoog met sleutelfiguren binnen gemeenschappen, verenigingen of religieuze instanties garanderen op dat vlak niet enkel het potentieel grootste succes, maar dragen bovendien bij tot het noodzakelijke taboedoorbrekende werk dat aangaande deze problematiek enkel maar positief kan zijn.
Aan aanbodzijde constateren de onderzoekers de laatste 10 jaren eerder een ‘status quo’. De vraagzijde is fundamenteel veranderd. Er wordt gesproken in termen van superdiversiteit. Het gaat al lang niet meer over lessen in het verschil tussen individu- en groepsgerichte culturen, het gaat niet over een confrontatie tussen christelijke en islamitische achtergronden, het gaat over veel meer. Dat maakt het complexer maar ook boeiender. Het toont aan dat gezondheidszorg en sociaal werk niet te vatten zijn in eenvoudige methodieken of techniekjes maar permanent op zoek  moet gaan naar een vernieuwende ontmoeting.

Volgens de onderzoekers kan de Antwerpse drughulpverlening op deze manier absoluut de optie zijn voor druggebruikers uit etnisch-culturele minderheden.. Mits de juiste aandachtspunten in acht te nemen kan de doorstroom van deze groep naar de hulpverlening zonder twijfel vergroten. Met deze informatie en de vormingsmodules die hieruit verder ontwikkeld worden kunnen deze centra hun aanbod optimaliseren en waar nodig aanpassen aan deze specifieke doelgroep.

 

Aanverwante informatie
Het volledige rapport van Het Antwerps Integratiecentrum de8 is hier te raadplegen.
Lees hier een getuigenis van een allochtone medewerker van onze sociale werkplaats
Lees hier een interview met Mohamed Ben Haddou, begeleider in de Therapeutische Gemeenschap Merelbeke

 

(*) aantallen per nationaliteit (op basis van ons registratiesysteem Dux).Cijfers op basis van het aantal aanmeldingen in ons centrum vanaf 1-1-09 tem 10-9-09. In unieke cliënten gaat het dus om 60 op 411 (=489-78 onbekend) of bijna 15% die geen Belg zijn. Bijna de helft van deze niet-Belgen (27/60) hebben de Marokkaanse nationaliteit.