“Ontwen om Werk” wil laaggemotiveerde cliënten van het crisisinterventiecentrum in traject naar werk en behandeling begeleiden.

We laten Elien Vanborm aan het woord over deze vernieuwende “Ontwen om Werk”-module. Elien is afgestudeerd als bachelor orthopedagogie en maatschappelijk werk en werkt momenteel drie jaar in het CIC. In de beginperiode was ze actief op de sociale dienst, de laatste 2,5 jaar als intake- en justitiemedewerker in onze crisisinterventie-unit.

Hoe is het nieuwe CIC-aanbod “Ontwen om Werk” gegroeid?

Elien Vanborm: Het idee is ontstaan eind 2011 na een oproep tijdens het ‘Drugscongres 2020’. Daar deed men een appel op residentiële hulpverleners om creatiever te zijn in hun aanbod naar laaggemotiveerde cliënten. Ons afdelingshoofd Geert Verhaege is hier toen mee aan de slag gegaan. Ook eigen cijfers van het CIC bevestigden dat er veel drempels waren. Te veel cliënten haken nog af na de eerste weken ontwenning en revalidatie (40 % na week 1, 20% extra na week 2) en geraken dus niet in een traject naar hulp. Die uitval is een uitdaging. Het gaat om mensen die ‘vastzitten’ in druggebruik, maar een langdurige opname niet zien zitten. Toch hebben ze allemaal het verlangen om een ‘normaal’ leven te leiden en dus ook een vaste tewerkstelling te hebben. Metingen van onze dienst wetenschappelijk onderzoek wijzen uit dat een gemiddelde stabilisatie d.m.v. detox of substitutie in het crisisinterventiecentrum 17,8 dagen duurt. De kans dat deze groep laaggemotiveerden niet stabiel het programma verlaat, is dus relatief groot.
Van daaruit groeide het idee om samen met de sociale werkplaatsen van De Sleutel en het dagcentrum te Antwerpen een nieuwe laagdrempelige tewerkstellingsmodule op te zetten  die het succes op stabilisatie vergroot en tegelijk een motiverend perspectief biedt aan die groep cliënten. We doen dit door arbeidstherapie te integreren in de revalidatie en op die manier reeds vroeg in de revalidatie een perspectief naar opleiding, tewerkstelling en legaal inkomen te bieden.  Tegelijk spelen we hiermee in op beleid rond W² waarin gesteld wordt dat welzijn en werk meer op elkaar moeten afgestemd worden.

web Elien VanbormElien: “Het Ontwen om Werk-programma zal cliënten ook sterker maken bij hun latere stappen naar hulp en re-integratie”        

 

 

  

Met welke problemen kampt de gemiddelde cliënt in het CIC ?
Elien: Het gaat om mensen met een verslavingsprobleem die er niet meer in slagen om de eindjes aan elkaar te knopen. Vaak kwamen ze terecht in de criminaliteit om hun gebruik te financieren. Hun administratie is meestal niet meer in orde, soms leven ze op straat. Er zijn problemen op meerdere levensdomeinen. Met dit nieuwe aanbod willen we de cliënt opnieuw perspectief bieden en hen een positieve ervaring bieden binnen de hulpverlening.

Komt elke CIC-cliënt in aanmerking voor dit proefproject?

Elien: We kunnen hiermee starten op beperkte basis dankzij de erkenning als proefproject door het RIZIV. Bij de start reserveren we 1 van onze bedden. We moeten wel voorwaarden stellen. Cliënten dienen in Antwerpen woonachtig te zijn, mogen niet illegaal in ons land verblijven, moeten in regel zijn met de mutualiteit,….
De meerwaarde is dat ze in een ruimer traject zullen zitten. Normaal verblijven cliënten een 6 tot 8-tal weken in het CIC. Bij dit project zullen ze al snel, parallel met het residentieel verblijf in het CIC, kunnen meedraaien op de activerende werkvloer van de Sociale Werkplaats. Dit moet hen ook sterker maken bij hun latere stappen naar hulp en re-integratie.

Hoe verloopt dergelijke aanpak in de praktijk?

Elien: De eerste twee weken bestaan uit stabilisatie, ontwenning, opvolging door de artsen inzake substitutiemedicatie. Vanaf week 3 start de prevocationele training op de activerende werkvloer. Dit beslaat vier namiddagen per week  gedurende een drietal weken.  De werkplaats werkt met goed afgebakende fasen. We starten op de werkvloer in Gent met fase 1, wat inhoudt dat ze vooral werken aan arbeidsattitudes zoals het nemen van kleine verantwoordlijkheden, op tijd leren komen en natuurlijk ook clean aan het werk zijn. Het  gaat dan om lichte arbeid zoals het renoveren van meubilair. Als alles goed loopt, laten we de cliënt tijdens week 7 kennismaken met het aanbod van ons netwerk in het Antwerpse: dagcentrum en sociale werkplaats, aangezien hij of zij daar een woonplaats heeft. Om het werktraject verder te zetten, voorzien we dan een kennismaking met de  sociale werkplaats te Antwerpen. Ze worden ook meteen ingeschreven bij de VDAB, als eerste stap richting arbeidsmarkt, in combinatie met een opvolging via ambulante therapie in het dagcentrum van Antwerpen.

Elien, hoe zorg je voor goede afstemming tussen begeleiders sociale werkplaats en CIC?
Dat wordt een mooie uitdaging. We werken immers met vier afdelingen rond één cliënt, waarbij ik de bindende factor zal zijn. De methodiek hebben we samen uitgewerkt. Alles start met de aanmelding in het CIC. Deze basisgegevens worden aan alle betrokkenen bezorgd. De cliënt wordt daarna voorgesteld op het indicatiestellingsteam in de Sociale Werkplaats waar ik mee aanwezig ben. Verder zullen er ook regelmatig informele contacten zijn die duidelijk maken hoe alles loopt. Op het einde van het traject in Antwerpen is er opnieuw een evaluatie, ditmaal met de cliënt.

Hoe ziet u de toekomst tegemoet?
Elien: Het proefproject is iets volledig nieuw. We starten bewust heel kleinschalig. We bekijken het cliënt per cliënt. Tussentijds blijven we evalueren en bijsturen waar nodig. Zoiets opstarten heeft ook veel praktische impact binnen het CIC:  het transport moet goed geregeld worden, cliënten die terug van het werk naar het CIC komen moeten gecheckt worden op illegale middelen, enz.  Ook de opvolging en de communicatie worden heel belangrijk. We werken met veel hulpverleners rond de cliënt en deze mag hiervan geen nadelen ondervinden. Nadat we dit traject een aantal maal hebben doorlopen, zie ik een mooi groeipotentieel voor latere cliënten.

Paul De Neve

(november 2013)