Cliënt is gebaat bij uitwisselingsprogramma’s

Hugo Colpaert werkt in juni 10 jaar in het dagcentrum van De Sleutel te Gent. Hij werkte de eerste vijf jaar binnen de oriëntatie en de groepswerking. De voorbije jaren ligt de klemtoon op oriëntatie en individuele begeleiding. In het kader van een uitwisselingsprogramma kon Hugo enkele maanden deeltijds meedraaien in de equipe van de VITA, de verslavingskliniek van Sint Jan Baptist  in Zelzate. ‘Ik heb die kans meteen gegrepen. Er was reeds een goede samenwerking met het dagcentrum, we hadden ook veel gedeelde cliënten’.

Terugblikkend ziet Hugo vooreerst het grote verschil tussen het ambulante en het residentiële. ‘In  opname ben je 24 u op 24 samen, leef je in groep, ben je clean. Dat is heel intens, maar wel beperkt in tijd.  In het ambulante zie je mensen soms jaren aan een stuk, één uurtje in de week.  Op die manier creëer je een ander soort band met de cliënt. Dat verschil ervaren was een verrijking. Tevens vertrekt de begeleiding binnen VITA vanuit hun eigen behandelmodel. De organisatie binnen zo’n ziekenhuisconcept is heel verschillend van hetgeen we binnen De Sleutel gewoon zijn. Binnen de VITA komt er bv een poetsploeg, wordt de maaltijd bijna elke dag gebracht.  Bij ons moeten de cliënten meer zelf opnemen’.

‘Er wordt ook veel meer appél gedaan op de begeleiding binnen VITA. Op elk moment van de dag kan een patiënt een vraag stellen,  in het De Sleutelconcept zit alles meer in een structuur. We werken aan uitstelgedrag waarmee we inspelen op de lage frustratietolerantie die mensen met een verslavingsprobleem kenmerkt’.

hugo DCG web‘Ik heb geleerd dat de twee concepten nodig zijn.  Niet iedereen heeft die strikt gedragsmatige aanpak nodig. Het aanbod is bovendien complementair. Indien het niet lukt in het ene concept, zullen mensen vlotter inzien dat het andere programma wel een betere optie kan zijn’.

‘Als je met cliënten over een opname praat, bots je vaak op weerstand. Als je dan uit ervaring kan vertellen wat zo’n programma juist inhoudt, helpt dat zeker om hen over de streep te krijgen. Doordat ik vanuit mijn vertrouwenspositie kan zeggen dat ik daar gedurende een periode gewerkt heb, kan ik die cliënt beter overtuigen. Het heeft dus impact op verwijzingen. Bovendien is de stap om te verwijzen sowieso sneller gezet, als je in die andere setting hebt meegedraaid. Als je in een andere setting hebt meegedraaid, is de stap om te verwijzen sowieso veel sneller gezet. Dat persoonlijk contact met de andere teams blijkt heel belangrijk voor het wederzijds vertrouwen. Door de kennis die je opgedaan hebt, kan je trouwens ook juister doorverwijzen,  je kan er een beter beeld opzetten’.

Het is belangrijk dat zo’n uitwisseling in een ruimere visie past: het personeel de kans geven om in andere settings te gaan meedraaien. En ook de opvolging is belangrijk. Zo volgde op de uitwisseling met VITA ook een uitgebreid wederzijds teambezoek.

‘De cliënt zelf heeft zeker baat bij zo’n uitwisselingen. Als ambulant centrum ben je immers ook een verdeelpost. Een begeleider moet dan toch weten waar men de nadruk op legt in die residentiële programma’s. Idealiter heb je dan in je team iemand die de psychiatrie goed kent, iemand die weet waar men terecht kan als iemand met een mentale beperking tegelijk een verslavingsprobleem heeft. Dankzij dergelijke samenwerking komen we ook makkelijker tot een goed traject voor de cliënt. Wie we gepast residentieel doorverwijzen komt ook vlotter nadien terug naar het dagcentrum voor de nazorg’.

 

Aanverwante info: Pleidooi voor verbinding tussen residentiële en ambulante verslavingszorg