‘Help, mijn partner is verslaafd aan cannabis’

‘Ik herken mijn eigen man niet meer. Hij heeft alle contact met de realiteit verloren. Ik durf het bijna niet luidop te zeggen, maar eigenlijk leef ik samen met een junkie.’ Tine (42) rookte vroeger zelf wel eens een jointje, samen met haar vriend. Het bleef bij recreatief gebruik: af en toe op een feestje of tijdens het weekend. Maar sinds een jaar is haar partner, met wie ze nu twaalf jaar getrouwd is en twee kinderen heeft, opnieuw cannabis beginnen roken, en ditmaal is zijn gebruik volledig ontspoord. ‘Ik zie het niet alleen bij hem, maar bij verschillende mannen in onze vriendenkring. Ik vermoed dat het iets met hun leeftijd te maken heeft. Ze zitten allemaal in dezelfde levensfase, hebben een gezin en een job, en lijken drugs nodig te hebben om aan de realiteit van alledag te ontsnappen. Telkens als ik Joris erover aanspreek, minimaliseert hij zijn gebruik. Hij zegt dat het onschadelijk is en hem helpt ontspannen. Maar ondertussen heeft hij ook een dosis nodig wanneer we bij onze ouders op bezoek gaan, of wanneer hij een andere sociale verplichting heeft. Dan zie ik hem snel een jointje rollen in de tuin, zonder dat de kinderen het merken. Hij wil ook alleen nog vrijen als hij high is, en dringt er dan op aan dat ik ook een joint rook. Hij beweert dat de ervaring anders minder intens is. Ik ben bang, want ik weet niet hoe ver hij zal gaan. Ik twijfel er niet aan dat het alleen bij cannabis zal blijven, maar de frequentie en de hoeveelheid die hij nodig heeft, lijken wel continu te stijgen. De vraag is hoe ik hem weer bij zijn verstand krijg zonder dat er conflicten ontstaan en ons gezinsleven eronder lijdt…’

Volgens Simon Raymaekers, medisch directeur van De Sleutel, is Tine lang niet de enige die met een verslaafde partner wordt geconfronteerd: ‘Er wordt veel cannabis gebruikt in onze maatschappij. Het is veruit de meest populaire van alle illegale middelen, en het gebruik is verspreid over alle bevolkingsgroepen tussen vijftien en vijfenzestig jaar. Het typische profiel is dat van een iets jongere man, maar er is zeker ook nog veel gebruik bij veertigplussers. Die hebben vaak een jointje gerookt toen ze jonger waren, en hebben door de jaren gezien dat cannabis maatschappelijk steeds meer werd aanvaard.’

Niet verboden, wél verslavend

Over cannabis bestaan best wat misverstanden. Zo is er nog vaak verwarring over het feit of het nu illegaal is of niet. Omdat het gebruik zo wijdverbreid en algemeen aanvaard is, vergeten mensen soms dat het nog steeds een verboden drug is. Er bestaat tot op de dag van vandaag geen wetgeving die het bezit van cannabis goedkeurt, ook al wordt het zelden vervolgd. Simon Raymaekers: ‘Wie minder dan drie gram wiet op zak heeft, zal zich waarschijnlijk geen zorgen hoeven maken. Die hoeveelheid heeft bij het gerecht de laagste vervolgingsprioriteit, maar is in principe dus nog steeds niet legaal. Iedereen weet dat dronken achter het stuur kruipen gevaarlijk kan zijn, maar ook cannabis heeft een invloed op ons rijgedrag.’ De effecten van gebruik worden wel eens geminimaliseerd, zeker ook de effecten van gebruik op lange termijn. ‘Af en toe een jointje kan geen kwaad’ is een veelgehoord excuus bij gebruikers. Toch is cannabis verslavend, en net als bij alcohol of nicotine geraak je er niet gemakkelijk vanaf en kan de ontwenning heel lang duren. ‘Het klopt dat er bij sporadisch gebruik een beperkt risico is,’ beaamt Simon Raymaekers, ‘maar cannabis blijft dagenlang in je systeem zitten en heeft wel degelijk een impact op het cognitief functioneren. Wie een joint heeft gerookt, kan moeite hebben om bepaalde intellectuele taken uit te voeren, ook al voelt hij dat zelf niet meteen. En bij veelvuldig gebruik zullen bepaalde risico’s, zoals het ontwikkelen van een psychose, toenemen, zeker bij mensen die sowieso al psychisch gevoeliger zijn. Vroeger werd er een duidelijk onderscheid gemaakt tussen softdrugs (zoals cannabis) en harddrugs (zoals heroïne en cocaïne), maar die opdeling is ondertussen voorbijgestreefd.’

foto simon Dr Simon Raymaekers: “We raden aan om vooral uit te leggen waarom jij het als partner of familielid moeilijk hebt met het gebruik, en duidelijk aan te geven wat je niet oké vindt en waar je de grens wilt trekken”

Ook Gilles Geeraerts, stafmedewerker van het VAD (Vlaams Expertisecentrum Alcohol en andere Drugs) geeft toe dat het roken van cannabis soms te vanzelfsprekend is in onze maatschappij: ‘Op zich is het een goede zaak dat mensen niet worden gecriminaliseerd omwille van hun cannabisgebruik, maar dat wil niet zeggen dat er geen problemen zoals afhankelijkheid kunnen ontstaan. Eigenlijk gaat het niet om de vraag of een genotsmiddel legaal of illegaal is, maar om de impact ervan. En net als bij alcohol wordt die bij cannabis wel eens onderschat.’

Een jointje bij het ontbijt

De vraag is dan wanneer cannabisgebruik problematisch wordt. Wie af en toe een jointje opsteekt, en zelfs wie het elke dag doet, zal zijn gedrag dikwijls minimaliseren, zoals blijkt uit de getuigenis van Tine. Ook Yana (31) stoort zich aan de gewoonte van haar vriend om elke dag te blowen: ‘Vroeger rookte hij alleen ’s avonds, wanneer onze dochter in bed lag. Maar nu betrap ik hem erop dat hij ’s morgens na het ontbijt al een joint opsteekt. Het lijkt wel alsof hij de dag niet meer doorkomt zonder zijn dosis cannabis. Hij functioneert prima, gaat naar zijn werk en doet nog alles wat hij vroeger ook deed. Maar ik zie dat hij steeds apathischer wordt en dat er een soort wazigheid in zijn blik is geslopen, alsof de buitenwereld niet meer volledig tot hem doordringt.’ Simon Raymaekers: ‘Eén op vier mensen steekt in zijn leven al eens een joint op. Daarvan ontwikkelt minder dan één op tien problematisch gebruik.

Er is dus een kleine minderheid die een steeds grotere dosis nodig heeft en een afhankelijkheid ontwikkelt. In de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) wordt er geen duidelijk onderscheid meer gemaakt tussen afhankelijkheid en misbruik. Er wordt alleen nog over een stoornis gesproken.’ Die stoornis begint wanneer er problemen in het dagelijkse leven van een gebruiker opduiken, op domeinen zoals werk, gezinsleven en relatie. ‘Zodra je als partner nadelen ondervindt van het cannabisgebruik van je geliefde, is er sprake van een probleem,’ aldus Gilles Geeraerts. ‘In een relatie ben je met zijn tweeën en moet je op dezelfde golflengte zitten, ook over gebruik. Als dat niet zo is, moeten jullie samen naar een oplossing zoeken of moet je je conclusies trekken over de relatie.’

 

freestocks kEK6JV642fQ web Yana: “Vroeger rookte hij alleen ’s avonds, wanneer ons dochtertje in bed lag. Maar de laatste tijd steekt hij ’s morgens na het ontbijt al een joint op.”

Roes tegen de stress

Experten geven toe dat er de laatste jaren een lichte toename is in het gebruik van cannabis, mede vanwege misverstanden over het gedoogbeleid. De drijfveren om er (opnieuw) aan te beginnen zijn heel uiteenlopend, maar bij gebruik op latere leeftijd is er vaak een link met stressgevoeligheid. Simon Raymaekers: ‘Jonge mensen starten dikwijls met cannabis vanuit een experimenteerdrang. Vroeger werd het om die reden wel eens een gateway drug genoemd, maar dat klopt niet helemaal. De meeste cannabisgebruikers houden het bij joints, wat niet wegneemt dat veel mensen die andere illegale middelen gebruiken ook al cannabis hebben geprobeerd. Wie op latere leeftijd begint, zou dat kunnen doen om een roes op te zoeken of om aan het hectische leven van alledag te ontsnappen. Typisch aan langdurig sporadisch gebruik is de nood aan rust en ontspanning. Maar de redenen waarom iemand een echte verslaving ontwikkelt, zijn heel complex. En net zoals bij roken geldt: hoe langer je het doet, hoe groter de rol van de verslaving wordt.’ De link tussen het cannabisgebruik van veertigplussers en mogelijke midlife-crisisgevoelens is niet bewezen, maar wel staat vast dat mensen die in het verleden al gebruikten er dikwijls naar teruggrijpen op momenten van stress. Wie gebukt gaat onder een teveel aan verplichtingen, gaat op zoek naar manieren om daaraan te ontsnappen. Cannabis staat bekend om zijn rustgevende werking en kan op zo’n moment een uitweg bieden, net zoals alcohol, wat in onze maatschappij nog steeds de meest gebruikte, maar ook de meest aanvaarde drug is. Het probleem met dit soort verslavingen is dat ze tijdelijk verlichting bieden, maar de onderliggende issues niet aanpakken, integendeel. Stressreductie door cannabisgebruik is misschien wel een effectieve, maar zeker geen actieve oplossing. Want zelfs wie beslist om zijn verslaving aan te pakken, maar geen nieuwe manieren leert om met stress om te gaan, belandt daarna opnieuw in dezelfde situaties. Mensen die problematisch gebruik ontwikkelen, hebben dikwijls onderliggende psychische problemen. Ze hebben vaak minder vaardigheden om met stress om te gaan. Ze zijn dus van nature al kwetsbaarder en kunnen dus baat hebben bij psychische hulp.’

Geen verwijten maar grenzen

In veel gevallen worden mensen in de omgeving van een verslaafde eerder ongerust dan de gebruiker zelf. Zij zien als eersten de effecten op hun functioneren, maar botsen vaak op een muur van onbegrip, wanneer ze het gedrag van hun partner of vrienden willen aankaarten. Toch is communicatie heel belangrijk om de verslaving van een geliefde aan te pakken, aldus Simon Raymaekers: ‘Probeer vanuit jezelf te vertrekken en helder te formuleren wat je ziet en hoe dat jou ongerust maakt. Verwijten helpen vaak niet. Mensen met een verslaving worden door de buitenwereld nog te vaak gezien als zwak en onwillig, maar we weten ondertussen dat het proces veel complexer is dan gedacht en dat er ingewikkelde mechanismen aan het werk zijn in de hersenen. Daarom raden wij aan om vooral uit te leggen waarom jij het als partner of familielid moeilijk hebt met het gebruik, en duidelijk aan te geven wat je niet oké vindt en waar je de grens wilt trekken, bijvoorbeeld bij roken in het bijzijn van de kinderen of rijden onder invloed.’ Iemand dwingen om te stoppen met cannabis werkt vaak contraproductief. Het allerbelangrijkste bij een verslaving is dat de gebruiker zelf inziet dat er een probleem is, en overtuigd is dat er iets moet gebeuren. Pas dan zal hij of zij gemotiveerd genoeg zijn om stappen te ondernemen. De steun van een partner kan helpen om die motivatie op peil te houden. Blijven praten is dus de boodschap, ook tijdens het afkickproces. Gilles Geeraerts: ‘Kies het juiste moment om het gedrag van je partner te bespreken. Vaak gaan mensen het gesprek pas aan wanneer de emmer al aan het overlopen is en ze emotioneel zijn, maar het is belangrijk om het probleem op een rustige manier aan te kaarten en niet meteen aanvallend uit de hoek te komen. Spreek je bezorgdheid uit en ga steeds in dialoog. Besef dat jij niet verantwoordelijk bent voor de afhankelijkheid van je partner en ga samen op zoek naar oplossingen voor de onderliggende problemen. Wanneer je er echt onder lijdt of wanneer er agressie in het spel is, moet je soms pijnlijke conclusies trekken en de relatie durven verbreken.’ Want radicaal afkicken lost zoals gezegd niet altijd de problemen op. De mogelijkheid bestaat dat na het stoppen tijdelijk meer stress en conflicten opduiken. Aarzel dus zeker niet om professionele hulp in te roepen wanneer de situatie onhoudbaar wordt.

Bron: Psychologies juni 2021, tekstcover psychologies: Ans Vroom