Terugblik op een intensief trainingstraject rond drugpreventie
De professionalisering van drugpreventie in Europa ging nooit zo snel. Dat is voor mensen buiten de sector niet of nauwelijks voelbaar, maar de aandachtige preventieprofessional merkt het. De reden daarvoor is hoofdzakelijk het Europees preventiecurriculum, kortweg EUPC. Dit initiatief heeft als doel een gestandaardiseerd curriculum voor preventietraining in Europa in te voeren, en de algemene doeltreffendheid van preventie te verbeteren. Preventiewerker Giovanni Laleman rondde in maart 2023 zijn opleiding bij het Europees Waarnemingscentrum voor Drugs en Drugverslaving (EMCDDA) af. Hij is nu national EUPC-trainer. In deze bijdrage geeft hij meer uitleg over het curriculum, blikt hij terug op zijn ervaring en maakt de brug naar De Sleutel.
EUPC: wat?
Het EUPC is speciaal ontworpen om preventiekennis bij te brengen over de meest doeltreffende, op feiten en wetenschap gebaseerde preventieve interventies en benaderingen. Het is in zijn huidige vorm niet gericht op eerstelijnswerkers, maar zal binnenkort ook voor hen beschikbaar zijn. Het Frontline Politea project van HoGent wil het immers toegankelijk maken voor onder andere leerkrachten en politiemensen. De huidige doelgroep bestaat uit preventiespecialisten en bepaalde beleidsmakers of -beïnvloeders. EUPC is het resultaat van een adaptatie van het Amerikaanse Universal Prevention Curriculum (UPC). In het project dat aan het EUPC voorafging (UPC-Adapt) werden elf partners uit negen landen betrokken. Het EMCDDA was hier één van. Centraal in het EUPC staat het handboek, dat in 2020 in het Nederlands beschikbaar werd. Het geeft een uitgebreid overzicht van meer dan twintig jaar preventieonderzoek en de toepassing ervan in de preventiepraktijk. Het handboek is tevens een naslagwerk bij de EUPC-trainingen. Wie de training volgt herkent snel de hoofdstukken uit het handboek. Het Europees implementatiemodel is simpel, maar effectief: een kortdurende behapbare opleiding met een cascademodel van trainers en trainers van trainers. Ondertussen zijn bijna 70 mensen uit een 20-tal landen opgeleid. Zij verzorgen, grotendeels in eigen land, de EUPC-trainingen.
Leertraject
Om national trainer te worden moest ik eerst een tweedaagse basisopleiding, verzorgd door geaccrediteerde nationale EUPC-trainers, volgen. Deze ging in september 2022 door te Brussel bij de VAD, het Vlaams expertisecentrum voor alcohol en andere drugs. Daarna volgde een zes maand durend gevorderd online traject. Hiervoor ontwikkelde het EMCDDA het online trainingsplatform genaamd PLATO.

Als trainer diende ik vijf modules te volgen, telkens rond één of meerdere thema’s of settings. Module 1 bestond uit de settings familie en school en het thema menselijke ontwikkeling. Module 2 betrof de setting werk en pleitbezorging voor preventie. Module 3 uit gemeenschapsgerichte preventie en het selecteren van effectieve interventies. Module 4 ging dieper in op omgevingsgerichte preventie en media. Module 5 stond stil bij monitoring en evaluatie. Elke module bestond uit het volgen van webinars, het lezen van artikels en het uitvoeren van opdrachten. Dit traject werd aangevuld met een vijfdaagse trainer of trainer (kortweg ToT) bij het EMCDDA in Lissabon. De bedoeling van de ToT is om de opgedane kennis te integreren maar ook om ze meteen in de praktijk om te zetten. We werden opgesplitst in duo’s en moesten elk een module geven. Ik kreeg pleitbezorging toebedeeld, één van de modules op dag drie. Het was de eerste keer dat werd gekozen voor deze formule van backteaching, waardoor ze echt aansporen om je de inhoud eigen te maken en eigen voorbeelden toe te voegen uit je eigen land en ervaring. Het is ook meteen een stevige test om je trainingsvaardigheden af te toetsen, want tijdens elke module werden er kaarten met karakters uitgedeeld. Als je een kaartje kreeg moest je je gedurende de uiteenzetting van je collega’s overeenkomstig gedragen met dit karakter. Bijgevolg kreeg je tijdens je sessie geregeld kritische vragen voorgeschoteld en werd je presentatie relatief vaak onderbroken. Het is een manier om te kijken welke argumenten je gebruikt om opmerkingen vanuit diverse hoeken snel te beantwoorden zonder daarbij de groep, timing en inhoud van de module uit het oog te verliezen. Elke module werd voorzien van een metareflectie en persoonlijke feedback. Het geheel maakte de trainingsweek intensief, maar leerrijk. In september 2023 geef ik voor het eerst (een deel van) de EUPC-training op VAD.
Kwaliteitscontrole staat hoog op de agenda bij de inrichters van de opleiding. In principe kan ik nu nog twee extra fases doorlopen: die van National Master Trainer en European Master Trainer. Met de eerste kan je EUPC-trainers trainen (en dus niet enkel reguliere deelnemers van de eerste tweedaagse). De tweede biedt de mogelijkheid internationaal EUPC-cursussen te verzorgen en op die manier meer rechtstreeks de EMCDDA te vertegenwoordigen.

Lessons learned
Op de vraag van één van de deelnemers wat nu eigenlijk de bedoeling is van EUPC zei Gregor Burkart, hoofd preventie bij EMCDDA en co-begeleider van het geheel, het volgende: “Het moet de deelnemers minstens verward achterlaten”. Dat is, naast de vele inhoudelijke zaken, eigenlijk het impliciete doel van de cursus. Het moet mensen aan het denken zetten en tegen heilige huisjes schoppen. Veel van de zaken die we in de trainingen voorschotelen aan participanten is contra-intuïtief omdat ze het anders zijn aangeleerd. Een EUPC-trainer gaat radicaal voor op feiten gebaseerde drugpreventie. Hij of zij is daardoor vaak de luis in de pels, wat weerbarstig of tegendraads. Immers, veel van wat binnen preventie gebeurt is gebaseerd op achterhaalde overtuigingen, persoonlijke gevoelens of praktisch opportunisme. Daar staat EUPC niet voor.
Een EUPC-trainer is onderlegd in het in vraag stellen van zaken die door anderen snel aangenomen worden. Hij of zij vraagt zich af of die aannames wel kloppen en zich (minstens) baseren op principes van kwaliteitsvolle drugpreventie. Ik illustreer met enkele voorbeelden. Vaak wordt individuele kwetsbaarheid aangehaald om niet in te zetten op preventie, maar kwaliteitsvolle preventie kan biologische kwetsbaarheid overstijgen. Onderzoek leert dat persoonlijkheidskenmerken je levenspad niet noodzakelijk hoeven te bepalen. Dat is erg hoopvol. Al enkele jaren wordt er gedweept met het IJslandse preventiemodel (*), terwijl het in essentie niets nieuws is maar de concrete en strikte toepassing van enkele bekende omgevingsgerichte preventieprincipes. Het is maar de vraag of de effecten in die specifieke IJslandse samenleving vertaalbaar zijn naar andere gemeenschappen. Op de opmerking dat drugs onder jongeren genormaliseerd zijn, gaat de EUPC-trainer de volgende vragen stellen: “Zijn drugs normaal, overal en altijd?” “Zijn alle middelen (op dezelfde manier) genormaliseerd en bij alle jongeren?” “Op welke determinanten baseer je je daarvoor?” Veel, dus niet alles, van de theoretische basis in de opleiding is terug te vinden in de theorie van gepland gedrag.
Toepassing binnen De Sleutel
Ik besef dat de preventie-aanpak van De Sleutel te sterk vertrekt vanuit een instructieve insteek. Leerkrachten kunnen heus wel een handleiding lezen en aan de slag gaan met een interventie. Vaak ontbreekt het hen echter aan kennis van de onderliggende principes en het belang van bepaalde oefeningen. Daar willen we voortaan meer op gaan inzetten. Leerkrachten meer duiden wat er achter onze methodieken schuilgaat, lijkt me cruciaal. Dat bevordert ontegensprekelijk kwaliteitsvolle implementatie, en daar draait het tenslotte om.
Ook binnen De Sleutel nemen we effectieve interventies over uit ander landen of contexten. Binnenkort vertalen we een Nederlands programma voor selectieve preventie, “Take it personal” naar het Vlaamse buitengewoon onderwijs. Eerder adapteerden we de nieuwe methodiek voor de late adolescentie “In Charge”. EUPC leert ons hier een belangrijke grondregel: “Voorzie in training om de deskundigheid te veranderen voordat je de interventie verandert.” De “Take it personal” methodiek is op casestudies gebaseerd en dus niet bewezen effectief. Trouw blijven aan de programmastructuur bij innovatieve adaptatieprojecten is desondanks een belangrijke reflex. De EUPC-getrainde preventieprofessional grijpt terug naar de Europese kwaliteitsnormen voor drugpreventie, de zogenaamde EDPQS Toolkit. Dit stelt o.a. het volgende principe voorop: we willen niet schaden. Dat je in het adaptatiewerk immers snel onbedoelde negatieve effecten genereert is ons recent duidelijk geworden bij “In Charge”. Evaluatie wees uit dat de laatste les – les 4 van het originele programma – leerlingen bleek aan te zetten tot gebruik. De les werd bijgevolg afgevoerd. Als je gestandaardiseerde effectieve programma’s wijzigt, moet je goed weten wat je wijzigt en welke gevolgen deze wijziging kan genereren. Unplugged, een evidence based programma dat we in De Sleutel al lang aanbieden, is dus niet zomaar aanpasbaar hoewel de huidige onderwijsrealiteit van ‘meer doen in minder tijd en met minder mensen’ dit wel lijkt aan te geven. Daarom experimenteerden we de voorbije jaren met aanpassingen van de methodiek, maar dat is allerminst vanzelfsprekend. Unplugged-lessen clusteren teneinde de drempel voor implementatie te verlagen laat een EUPC-getrainde preventiewerker gefrustreerd achter. Je weet eigenlijk niet meer wat je aan het doen bent. En het roept ethische vragen op. Het is dus zinvoller na te denken over de implementatiestructuur dan de kernonderdelen van een programma te wijzigen. Om dat even concreet maken: leerkrachten ontlasten door, bijvoorbeeld via hogescholen, in Unplugged getrainde studenten in te zetten om het programma uit te voeren in de klas.
Besluit
De aanpak van drugpreventie varieert van strategieën die gericht zijn op de samenleving als geheel (omgevingsgerichte en universele preventie) tot maatregelen die gericht zijn op risicogroepen en -personen (selectieve en geïndiceerde preventie). De belangrijkste uitdagingen zijn het afstemmen van deze verschillende strategieën op doelgroepen en contexten. We moeten er ook voor zorgen dat deze strategieën op feiten zijn gebaseerd en een voldoende groot bereik onder de bevolking hebben. De tendens die ik vaststelde doorheen mijn trainingsweek is het soortgelijke gewicht van omgevingsgerichte preventie. “Goede drugpreventie 2.0 is onzichtbaar”, dixit Gregor Burkart. Zijn pleidooi is:
1. minder druginformatie,
2. meer gestandaardiseerde programma’s en
3. meer onbewuste gedragsbeïnvloeding via de omgeving waarin mensen zich bevinden.
Ethiek en pleitbezorging nemen een zeer belangrijke plaats in, hoewel deze het nadeel hebben van minder afgelijnd en voorschrijvend te zijn. Het hoofdstuk omtrent pleitbezorging beslaat slechts 4 pagina’s in het Nederlandstalige 150 pagina’s tellende handboek. De EUPC-trainingen versnellen voelbaar de verspreiding van evidence based preventie. Het moet eerst en vooral enkele hardnekkige (en soms schadelijke) preventiepraktijken uit de wereld helpen. Bijkomend moet het ruimte bieden voor meer effectieve interventies. In een context waarin we ondertussen al aardig wat weten over wat wél werkt (of op zijn minst niet schadelijk is) zijn onethische preventiepraktijken onbegrijpelijk en compleet overbodig.
Giovanni Laleman (mei 2023)
Bronnen
https://www.emcdda.europa.eu/publications/manuals/european-prevention-curriculum_en
https://www.emcdda.europa.eu/drugs-library/edpqs-toolkit-4-adaptation-and-dissemination_en
(*) Het IJslandse preventiemodel is een gemeenschapsgerichte aanpak gebaseerd op wetenschappelijke inzichten om middelengebruik door jongeren te voorkomen en hun welbevinden te verbeteren.

