Consequent de context betrekken in de zorg

Hoe betrek je de ouder, de leerkracht, de dochter of vriend(in) van iemand in behandeling? Om de gebruikelijke therapievormen binnen De Sleutel regelmatig te toetsen en bij te sturen rekening houdende met de nieuwste inzichten en laatste goede praktijken, is er binnen de organisatie een klinisch forum actief. In deze bijdrage lees je hoe ze de recente multidisciplinaire richtlijn (MDR) om de “context” sterker te betrekken in de geestelijke gezondheidszorg hebben vertaald naar onze werking.

De maatschappelijke beoordeling over verslaving is vaak negatief. Verslaafd zijn botst met het algemene beeld dat leeft van hoe iemand hoort te zijn. Personen met een middelen gerelateerde stoornis worden bestempeld als zwak, tonen te weinig karakter, zijn beïnvloedbaar. Ook hun context krijgt vaak een negatieve stempel. Ouders hebben te weinig grenzen gesteld, partners zijn mee schuldig aan de verslaving, de appel valt niet ver van de boom, …. Door die negatieve beeldvorming blijven verslavingsproblemen vaak lange tijd onder de radar. Mensen en hun context kunnen daardoor geïsoleerd raken terwijl ze net erkenning en een netwerk nodig hebben om eruit te geraken.

In 2020 lanceerde het departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin een multidisciplinaire richtlijn (MDR) om de context sterker te betrekken in de geestelijke gezondheidszorg. We vroegen ons af hoe we met deze richtlijn aan de slag kunnen in de praktijk. In het Klinisch Forum van De Sleutel boog een groep van 10 medewerkers zich over dit thema.  Al van bij de start zijn twee zaken opmerkelijk: er is zeer veel goesting om hierrond aan de slag te gaan EN er gebeurt al veel met de context en de kinderen. Zo zijn we sinds een aantal jaren reeds goed vertrouwd met de kindreflex[1]. Door deze kindreflex toe te passen hebben we oog voor de kinderen in het verhaal en kan er bij verontrusting contact gezocht worden met gemandateerde organisaties. Bij mildere vragen stemmen we af hoe en waar we met partnerorganisaties steunend kunnen zijn naar de opvoedsituatie.

Er wordt vaak gedacht dat context betrekken vooral zinvol is voor de zorggebruiker, maar het is ook een verrijking voor de naasten en de hulpverlener. In de MDR worden we uitgenodigd om oog te hebben voor en zorg te dragen voor de noden vanuit de context. Dit sluit mooi aan bij de visie van De Sleutel. De Zorgwijzer [2] van De Sleutel, ons model van zorgorganisatie, toont dat de context of zorgpartners zorg of een aanbod vinden op zichzelf staand of gekoppeld aan een cliënt of – zoals in de richtlijn genoemd – zorggebruiker.

Naasten betrekken en aandacht hebben voor hun noden verbetert de kwaliteit van zorg voor de cliënt en heeft invloed op zijn herstel. Omgekeerd heeft goede zorg voor de zorggebruiker een positieve invloed op de band met naasten. Aandacht hebben voor naasten zorgt voor een perspectiefverschuiving, waarbij de focus verschuift van de zorggebruiker en zijn ziekte, naar een persoon in zijn omgeving. Dit sluit aan bij de eigentijdse kijk naar zorggebruikers binnen de visie op herstel en positieve gezondheid.

De beeldvorming over drugs is afhankelijk van de context, stelt Van Reybrouck[3]. “In sommige milieus is het heel gebruikelijk om drugs te nemen, terwijl het in andere helemaal uit den boze is. Sommige drugs en gebruikswijzen hebben een positiever imago dan andere. Het snuiven van een lijntje cocaïne wordt geassocieerd met hip, sexy en succesvol. Het inspuiten van heroïne staat eerder symbool voor verloedering, criminaliteit en overdosis. Sommigen vinden dat druggebruik belemmerend werkt op de individuele ontwikkeling, terwijl men in andere kringen druggebruik ziet als dé uitingsvorm van individualiteit.” Dit grote verschil in betekenisgeving tussen de druggebruiker en de familiale omgeving is een belangrijk aandachtspunt in de begeleiding. Veel drughulpverlening wordt immers opgestart onder druk van anderen.

“Vanaf de start, de eerste sigaret, de eerste joint, het eerste glas bier, zijn anderen betrokken bij het middelengebruik. En zodra er sprake is van een verslaving is er invloed op vele anderen én hebben anderen invloed op de verslaving. Er is een sterke wisselwerking.” (Van Reybrouck)

Als er van verslaving sprake is, lijken vertrouwde vaardigheden op de helling te staan, men ervaart een grote machteloosheid. Dit geldt voor familieleden, vrienden en professionals: leerkrachten, werkgevers, huisartsen en hulpverleners. Zolang de verslaving niet stopt, lijkt het alsof men twijfelt of men nog wel invloed heeft. Vaak zet men eigen verlangens opzij ten behoeve van de persoon met een verslavingsproblematiek. Zelfzorg wordt een luxe. Stilstaan bij de betekenis die het verslavingsgedrag voor hen heeft, is belangrijk. Net zoals het belangrijk is om stil te staan bij de vele inspanningen die geleverd zijn of bij de vele dilemma’s waarmee iemand geconfronteerd wordt.

In De Sleutel willen we ingaan op het appèl om bij elke medewerker het engagement naar de context toe te verwachten. Het zijn niet alleen de familietherapeuten die iets te betekenen hebben in het uitdragen van deze gedachte. Elke medewerker engageert zich om naasten sterker te betrekken.

Die contextreflex vormt de basis van de bejegening naar naasten, een van de vier pijlers[4] van de multidisciplinaire richtlijn. Binnen de afdelingen wordt zorg besteed aan een gastvrij, warm en kindvriendelijk onthaal. De context wordt benaderd op een respectvolle en vriendelijke manier, met aandacht voor een niet-oordelende en empathische houding. We hanteren een alledaagse en begrijpbare taal, hebben aandacht voor eventuele culturele verschillen. Deze houding trekken we door naar onze informatiedragers: folders en website.

We bespreken de voorkeur om betrokken te worden met cliënt en context. De samenwerking kan doorheen het traject een verschillende intensiteit en andere doelen hebben, voor de zorggebruiker en voor de naasten.

Vanuit onderzoek en uit de praktijk blijkt dit bij jongeren soms een uitdaging te zijn. Jongeren zijn sneller geneigd om de betrokkenheid van naasten te weigeren vanuit het verlangen naar autonomie en zelfbeslissingsrecht. Ze willen onafhankelijk zijn, maar dikwijls zijn ze nog financieel afhankelijk van hun ouders en/of hebben ze behoefte aan steun. Dit dilemma grondig bespreken is van belang, maar dwing hun er niet toe. Het is belangrijk om dit in het begeleidingstraject mee te nemen, en opnieuw op de agenda te plaatsen.

Een andere uitdaging binnen de verslavingszorg is dat een substantieel deel van de naasten van iemand met een verslaving ook zelf kampt met een verslaving. Wat dan? Met de groep van het Klinisch Forum werkten we een aanbeveling uit, waarin we de waarde van de contacten met gebruikende vrienden niet van tafel vegen. We kiezen voor een respectvolle bejegening van de context. Cliënten hoeven hen niet te “ont-vrienden”, samen zoeken we naar een gepaste afstand en nabijheid doorheen te traject.

De tweede pijler draait om informatie. Het uitwisselen van informatie is belangrijk. Het helpt om “de versmalde en probleemverzadigde identiteit” van de cliënt en de familie te verbreden. Dit betekent dat er ook aandacht is voor de kwaliteiten, sterktes, waarden en goedlopende terreinen (Roozen, H).[5] Door naar voor te halen wat mensen wel nog kunnen en waar ze goed in zijn, worden tevens de bereidheid en de hoop vergroot om de problemen aan te pakken. Om een complex probleem als verslaving aan te pakken, moet men ook voldoende geloof hebben in de eigen mogelijkheden. Dit geloof is vaak aangetast en moet hersteld worden. Enkel inzien wat er allemaal verkeerd loopt, is allesbehalve voldoende om het probleem aan te pakken. Dit geldt zowel voor de cliënt zelf, de omgeving als voor de hulpverlener (Van Reybroek, 2014).

Bij cliëntentrajecten met beperkte betrokkenheid kan er ingezet worden op het delen van niet persoonsgebonden informatie, zoals hulpverleningsaanbod, algemene informatie over het thema verslaving, de werking en de geldende regels en afspraken binnen de afdeling.

Het informeren van naasten is geen eenmalige gebeurtenis.

De derde pijler gaat over steun bieden aan de context. Dit is een belangrijke pijler in het werken met onze doelgroep. Een verslaving is ingebed in een sociaal gebeuren. Familie, vrienden, … kunnen steun gebruiken om zelf hun identiteit te verbreden van “moeder van of partner van” iemand met een drugverslaving naar iemand met eigen wensen, noden en verlangens. Opnieuw durven kiezen voor zelfzorg, opnieuw leren voelen dat men wel degelijk invloed heeft, verbeteren van de communicatie waardoor men niet uit contact hoeft te gaan maar in verbinding kan begrenzen. Hier kan op ingezet worden door gezamenlijke trajecten aan te bieden, parallelle trajecten voor de context op te zetten of om contacten met lotgenoten te faciliteren.

De vierde pijler draait om participatie van de context. De context kan zeer betekenisvol zijn in het individuele traject van de cliënt, om samen de richting en de accenten scherp te stellen, in trialoog[6]. Daarnaast kan de bril van de context sterker opgezet worden door de aanwezigheid van een familie, een ervaringsdeskundige. Beslissingen, keuzes, opzet van programma’s doorgelicht met de contextbril op zorgt ervoor dat we meer stilstaan bij de impact op de context, of er voldoende rekening gehouden wordt met hun noden en mogelijkheden.

Binnen De Sleutel is er reeds veel expertise in het werken met de context. De basis zit goed. Toch merken we bij de implementatie van deze visietekst kleine en grote uitdagingen. Als we de context sterker willen betrekken conform de multidisciplinaire richtlijn dan is er nog wat werk te doen. Denk aan het kindvriendelijker maken van het onthaal of gespreksruimten in de ambulante centra. Maar evengoed moeten de noden van de context worden meegenomen in de beeldvorming en indicatiestelling, moeten we de contextuele bril opzetten in dagelijks beleid en trajectbesprekingen, is het nodig om de vaardigheden bij teams en individuele medewerkers te versterken door in te zetten op KOAP-referentiepersonen[7] in elke afdeling en CRAFT-opleiding voor de medewerkers, of door de context te betrekken op beleidsniveau, of de bezoekregelingen te herzien en af te stemmen over afdelingen heen. Ook zal er lobbywerk nodig zijn om de financiering en conventievoorwaarden te verruimen, …

Els Vanneste (november 2023)


[1] De Vlaamse Kindreflex werd ontwikkeld in opdracht van het Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin door dr. Evelien Coppens, dr. Kathleen De Cuyper en prof. dr. Chantal Van Audenhove – onderzoekers van LUCAS KU Leuven.

[2] De Sleutel in verandering, een proces met richtingaanwijzers, De Sleutelmagazine, december 2020

[3] Van Reybrouck,  T. (2014), “Verslaving en systeemtherapie”, Handboek systeemtherapie, hoofdstuk 58, p 787-800.

[4] 4 pijlers: bejegening, informatie, steun en participatie

[5] Hendrik Roozen, (2023) CRAFTFull programma, opleiding voor “community reinforcement approach family training” in De Sleutel

[6] Trialoog: drie stemmen zijn aanwezig in het overleg: de cliënt, de context en de hulpverlener

[7] KOAP: kinderen van ouders met een afhankelijkheidsprobleem. Een KOAP-referentiepersoon volgt een opleiding en krijgt de tools en methodieken aangereikt om de noden van kinderen bespreekbaar te maken en zorg te organiseren. Deze kinderen hebben het vaak extra moeilijk om evenwichtig op te groeien. Ouders met psychische problemen kunnen het lastig hebben om optimaal te functioneren als opvoeder en om voldoende af te stemmen op de ontwikkelingsfase waarin de kinderen zich bevinden.

Bibliografie:

Roozen, H., (2023) CRAFTFull programma, opleiding voor “community reinforcement approach family training” in De Sleutel

Greeven, P. en Roozen, H., Een verslaving in huis, zelfhulpboek voor naastbetrokkenen

Van Audenhove, C., e.a., Een multidisciplinaire richtlijn om naasten sterker te betrekken in de geestelijke gezondheidszorg (2020), Welzijn volksgezondheid en gezin. 

Van Reybrouck,  T. (2014), “Verslaving en systeemtherapie”, Handboek systeemtherapie, hoofdstuk 58, p 787-800.

Hoet, J., (2001), Wanneer relationele bronnen droogstaan, een contextuele visie op verslaving.


Het klinisch forum is een werkgroep over de afdelingen van De Sleutel heen die samen een visie uitwerkt rond elementen van de zorg. De deelnemers aan dit forum werden genomineerd vanuit de afdelingen omwille van bekwaamheid en betrokkenheid op het thema. Het is een mix van medewerkers met verschillende functies en opleidingen.

We vertrokken vanuit de nood aan een betere betrokkenheid en brachten in kaart wat er reeds gebeurt rond het werken met de context. We bekeken welke obstakels we in de praktijk tegenkomen en waarom er soms kansen verloren gaan. We zochten naar heldere definities en aan de hand van subgroepen verdiepten we ons in de multidisciplinaire richtlijn (MDR). We vroegen ons af hoe deze toepasbaar is in onze organisatie en met onze doelgroep. We werkten samen een visietekst en een implementatieplan uit zowel op afdelingsniveau als organisatiebreed. Deze groep komt nog verder bijeen in verband met de opvolging van het implementatieplan.

Ook leerkrachten kunnen een sleutelfiguur zijn en worden als context meegenomen in het begeleidingstraject