De balans van een pilootproject in het BuSO

Eind juni 2024 rondde Florien Meulewater van Team Preventie van De Sleutel het pilootproject ‘Take it Personal’ in het buitengewoon secundair onderwijs (BuSO) af[1]. Het betrof een exploratief onderzoek om na te gaan in hoeverre de gelijknamige preventiemethodiek ontworpen door het Trimbos-Instituut bruikbaar was in Vlaanderen. Een terugblik op het traject dat we samen met enkele scholen liepen.

De opzet van het project en programma

Selectieve preventie focust zich op groepen die extra kwetsbaar zijn, bijvoorbeeld door bepaalde persoonlijkheidskenmerken. Dat is waar ‘Take it Personal’ op inzet. Er worden vijf lessen voorzien waar geselecteerde leerlingen tussen 12 en grofweg 18 jaar in groepjes van ongeveer 5 idealiter wekelijks een les volgen. De bedoeling is om handvatten aan te reiken en sociale vaardigheid te trainen waardoor het stellen van riskant gedrag (binnen het eigen risicoprofiel) vermindert of kan vermeden worden in kritieke situaties. Er zijn vier persoonlijkheidstypes opgedeeld in twee clusters: externaliserende (impulsiviteit en sensatiezoekend) en internaliserende (zorgen maken en angstgevoelig). In mei 2023 lanceerden we een oproep om deel te nemen aan het project. 7 scholen namen uiteindelijk deel, geografisch verspreid en divers inzake onderwijsaanbod en grootte. Het betrof leerlingen met een leerstoornis of lichte verstandelijke beperking (type 1/basisaanbod), gedrags- en/of emotionele problemen (type 3) of een autismespectrumstoornis (type 9), met uitzicht op het werken in een regulier arbeidsmilieu (OV3) of hoger onderwijs (OV4). In augustus 2023 werd een train de trainer georganiseerd door het Trimbos-Instituut. Tussen september 2023 en maart 2024 voerde men de lessen uit. In april en mei 2024 werd een procesevaluatie verricht. Er werden 8 criteria beoordeeld: profiel van de doelgroep, organisatorische aspecten, programmacomponenten, schoolklimaat, materiaal, screening van de doelgroep, ontvankelijkheid van het programma en het aspect van verduurzaming.

Algemene bevindingen uit de procesevaluatie

De leerlingen waren tussen 13 en 15 jaar oud. Het bleek voor jongeren in de zogeheten observatiefase (1e middelbaar, OV3) en integratiefase (6e middelbaar, OV3) minder aangewezen om deel te nemen. Een leerkracht uit Lier: ‘Op die leeftijd zijn ze zichzelf sowieso al in vraag aan het stellen (…) en als het in de oudere jaren zou zijn, zou er denk ik al te veel geëxperimenteerd zijn. Gesprekken zouden misschien al te veel in die richting gaan van: we delen info, we scheppen op.’  Het materiaal wordt als gebruiksklaar en toegankelijk ervaren. Een leerkracht stelde het zo: ‘qua preventiemateriaal is er al zo weinig voor BuSO-scholen. Wij geven ook les over verslaving, maar je wil net niet verslavingsinspirerend werken. Dat vind ik het fijne aan dit programma: het gaat erover en toch ook niet.’ Een andere leerkracht uit Gent benadrukt de actieve werkvormen verwerkt in de methodiek: ‘Zeker de doe-activiteiten waren zeer goed. Dit zou standaard in hun lespakketten moeten zitten!’

Belangrijke bevindingen inzake organisatorische aspecten bleken het belang van planning, vroegtijdige inroostering van de lessen en afstemming met het schoolteam te zijn. Van in het begin is er nood aan goede communicatie en gedragenheid bij alle leerkrachten en het medisch-pedagogisch team. De vraag naar een externe trainer kwam ook meermaals naar boven, ook bij een duo trainer leerkracht-leerlingenbegeleider. Een zorgcoach uit Brugge reflecteert: ‘De combinatie jij als leerkracht/zorgcoach die observeert, iemand anders die het geeft. Dan doet je veel alerter kijken naar leerlingen en dan kan je ook vanuit hun ervaringen observeren.’

Goede drugpreventie vraagt investering van onderwijsactoren. Dat is een uitdaging en soms moeilijk op voorhand goed in te schatten, stelden we vast. Een directeur uit Kortrijk verwoordt het als volgt: We staan achter het project, maar om het goed te kunnen doen hebben we onderschat wat de huidige impact is qua uren om de groepen samen te stellen en de lessen overschrijdend te organiseren en te geven.’ Een andere leerkracht benadrukt, naast tijd, ook het belang van geld: ‘Moest het betalend zijn, dan gingen wij het niet gedaan hebben.’

De screening van leerlingen, die via een gestandaardiseerde vragenlijst verloopt, zou in bepaalde secties vereenvoudigd of verduidelijkt kunnen worden. Ook stelden we een diverse aanpak vast: sommige scholen screenden eerst alle leerlingen om daarna over te gaan tot selectie, terwijl anderen het net omgekeerd hebben aangepakt. In de context van screening werd ook het belang van positieve framing geopperd. Leerlingen denken soms dat ze deelnemen omdat ze ‘anders’ zijn of omdat er iets ‘mis’ is met hen. Het is belangrijk hier voldoende aandacht voor te hebben.

Wat betreft de programmacomponenten is het vooropgstelde tijdskader van de lessen niet altijd realistisch, luidt het. Er kan ook meer aandacht gaan naar de overgangen tussen lessen. Verder waren er nog opmerkingen over de filmpjes die gebruikt worden in de training: ‘De  jongeren kunnen beter aan de slag met iets uit de eigen herinnering. Ze kwamen vlot met eigen voorbeelden.’ De psychomotorische oefeningen, waaronder een ‘jatspel’, werden positief bevonden: ‘Die oefeningen … uit die observaties háál je effectief wel dingen die aansluiten bij de inhoud waarmee we op dat moment bezig waren. Je kon er heel gericht feedback over geven.’

Het programma resulteerde in bepaalde gevallen in het beter oppikken van signalen bij de jongeren. Door voorbeelden uit de eigen leefwereld aan te halen, konden leerlingen soms gevoelige zaken naar boven brengen. Een leerkracht uit Gent ervaarde dat ook: ‘Eigenlijk maak je een soort brug tussen school en privé met dit soort programma’s, maar je moet ze als leerkracht zichzelf laten zijn.’ Het programma laat veel persoonlijke anekdotiek toe tijdens uitvoering, ook de niet druggerelateerde en dat is gunstig. Tot slot formuleerde men de nood aan herhaling, bijvoorbeeld in tweede semester of het volgende schooljaar. Er was ook een vraag naar verbreding van de implementatie binnen en buiten de eigen schoolmuren. Die suggesties zijn wezenlijk: we weten uit onderzoek dat boostersessies vaak werkzaam zijn.

Besluit

‘Take it Personal’  is voor de deelnemende scholen in Vlaanderen bruikbaar, haalbaar en uitvoerbaar. De procesevaluatie suggereert dat het programma verder moet worden geïmplementeerd in het BuSO en op grotere schaal moet worden geëvalueerd. Het is evenwel noodzakelijk om de implementatie op maat van de unieke school/leerlingengroep vorm te geven en schoolteams actief te betrekken in de uitvoering ervan (planning en organisatie).

Aanverwante informatie

Lees hier meer over dit pilootproject


[1] In Sleutelmagazine nr. 75 verscheen een artikel omtrent de opzet van dit pilootproject, getiteld “Preventie van middelenmisbruik bij jongeren uit het BuSO: een pilootproject.”

“De kracht van het programma is het (her)kennen van elkaars situatie.”