Waarom ik jaarlijks schenk aan De Sleutel? (column van een donateur)

De trigger:  ik kon moeilijk neen zeggen.  Op een dag werd ik aangesproken op de Korenmarkt te Gent, voor de Sint-Niklaaskerk, het moet zo’n 10 of 15 jaar geleden zijn. Er werd mij gevraagd of ik al van De Sleutel gehoord had en de werking kende. Ik wist dat het iets te maken had met drugs- of alcoholverslaving, maar niet meer dan dat.  De vriendelijke dame lichtte beknopt en helder de doelstellingen van De Sleutel toe, gaf een paar voorbeelden van de mensen die er geholpen werden en van de aanpak ervan. Ik ging akkoord om maandelijks een bedrag te schenken. Het feit dat de dame in kwestie er niet onaantrekkelijk uitzag en het feit dat ik daardoor nog moeilijker neen kon zeggen, zal we geholpen hebben. Maar ik maak mezelf nog altijd wijs dat ik vooral uit altruïsme besloot om te doneren.

Verslaving komt overal voor en iedereen kan erdoor getroffen worden, het verandert je, daar ben ik van overtuigd. Ik kan er zelf van meespreken. Ik herinner me nog een koude herfstnacht in november. Het regende pijpenstelen, geen weer om een hond door te jagen. Ik was nog maar pas terug vrijgezel en zat wat krap bij kas. Om geld uit te sparen had ik besloten om mijn auto te verkopen en al mijn verplaatsingen met de fiets of het openbaar vervoer te doen. Mijn hele huis had ik afgezocht, nergens nog een halfopgerookte sigaret een halve gram tabak, niets meer. Al mijn moed raapte ik bijeen, ik zou naar Gent fietsen en daar sigaretten vinden. Ik kroop op mijn fiets en stelde vast dat één van de banden lek was. Ik ging dus de te voet, 15 km door het guurste herfstweer dat een mens zich kan voorstellen.

Daarmee heb ik al één ding ontkracht, mensen die worstelen met een verslaving hebben geen ruggengraat, geen karakter, het ontbreekt hen de wil om te stoppen. Ze hebben niet meer of niet minder wilskracht dan iemand anders, alléén weten ze het van zichzelf niet en moeten ze eraan herinnerd worden dat ze die wel hebben, of ze zien geen reden om van hun gewoonte af te komen, er zullen wel tal van redenen zijn …. Ik ben geen socioloog.

Bij mij was het maar tabak, ik ben nooit door mijn gedrag – wat gezondheidsproblemen uitgezonderd – in de problemen gekomen. Maar wat als ik in een ander milieu was opgegroeid of terechtgekomen, wat als het alcohol, heroïne of cocaïne was geweest. Wat als ik door mijn gedrag het leven van anderen had bemoeilijkt of zelfs verwoest, wat als ik de gevangenis was beland …. Wat als ik mijn liefhebbende partner niet was tegen het lijf gelopen die toch, moet ik toegeven, een beetje een kompas is geweest om het noorden terug te vinden.

Ik ben uiteindelijk gestopt, maar ik heb het niet alléén gedaan, ik heb de kans gehad om me te laten helpen en had de steun van mijn gezin. Het was natuurlijk maar nicotine, tabak, maar het was een verslaving en het was duidelijk dat ik er gevoelig voor was, dus ik wist dat ik moest opletten.

Alleen en puur op karakter zou het nooit gelukt zijn, daarvoor waren sigaretten, tabak etc… veel te gemakkelijk te verkrijgen en was roken veel te gewoon.

Heel wat mensen uit mijn omgeving probeerden me te helpen: “ik at een wortel als ik zin had in een sigaret”, “ik ging wandelen”, “ik dronk een glas water” of ….. “ik ben twintig jaar geleden gestopt en ik droom er nog van”.

Allemaal goed bedoeld natuurlijk, maar wortels eten tijdens wandelingen door de wijk hielpen wel even maar na een tijdje greep ik toch terug naar de sigaret.

Op een gegeven moment startte men op het werk een rookstopprogramma op voor medewerkers. We kregen professionele begeleiding door een psychologe en konden vrij in groep over onze verslaving praten. De psychologe sprak zelf openlijk over haar eigen tabaksverslaving en deelde haar ervaringen met pogingen tot stoppen. De ervaringsdeskundige was dus hulpverlener, of dat nu de bedoeling was of niet weet ik niet meer. Wat ik wel nog weet is dat er niet over wortelen eten, wandelen of tabaksdromen werd gepraat, wat naar voren kwam waren echte analyses van ervaringen en de links naar de reacties van onze geest en ons lichaam op stoppen met een gewoonte.

Ik moest alleen maar stoppen, over al de rest moest ik me geen zorgen maken, ik had werk, een gezin, vrienden en het was maar tabak.

Velen hebben minder geluk, zulke mensen heb ik in mijn wilde jaren ook gekend, ze hebben bruggen opgeblazen of anderen hebben dat voor hen gedaan, hebben nooit rolmodellen gekend, ze kwamen in aanraking met het gerecht … Ze waren het spoor bijster en vinden maar moeilijk de weg terug naar een duurzame baan en een verrijkend sociaal leven. Stoppen en misschien nog lastiger: niet herbeginnen was voor hen bijna onmogelijk zonder hulp van ervaringsdeskundigen en professionele hulpverleners, of een combinatie van de twee.

Verslaafd zijn, werkloos zijn, niet meer aangesloten zijn bij een ziekenfonds, onderdak moeten zoeken bij kennissen die je bijna niet meer hebt, geen uitkering, schulden hebben … begin er maar aan zonder professionele hulp.

Professionele hulp door mensen die de weg kennen langs rechtbanken, OCMW, arbeidsbemiddeling,…in combinatie met ervaringsdeskundigen, met echte hulp en niet alleen tips in de zin van “ga daar of daar eens aankloppen”.

Goed dat ervaringsdeskundigheid en professionaliteit steeds beter aan elkaar gekoppeld worden, dat het besef dat de “tips” van goed bedoelende mensen “die het kunnen weten” deskundig gekaderd worden zodat ze waardevol worden en je niet de gordijnen in jagen.

Goed dat het zoeken naar zingeving grondig wordt aangepakt en geduldig een weg afgelegd wordt naar een zinvolle bezigheid waar mensen zich goed bij voelen.

Goed zo.

Thomas Leemans
Donateur De Sleutel