Ervaringsdeskundigheid: een hype? waartoe?
Aan de slag gaan met ervaringsdeskundigheid is geen doel op zich. Ervaringskennis inzetten via deskundigen past in het realiseren van een gelijkwaardigere en toegankelijkere zorg en ondersteuning voor mensen – in ons geval – met een drugverslaving. Het gaat over hulpverlening die uitgaat van een perspectief op herstel, t.t.z. gericht op de mogelijkheden om jezelf te herpakken en de regie over jezelf en je leven terug te krijgen, om je autonomie te “herstellen”. De weg ernaartoe is veel breder dan de therapie of medicatie op zich. De bron voor dat herstel ligt ook in je eigen leven zelf. Op zoek gaan naar je herstelkapitaal is de boodschap, naar kennis die ook verscholen ligt in ervaringen. Hoe kan zorgverlening dit proces ondersteunen?
De inzet van “ervaringsdeskundigen” binnen de drughulpverlening is niet nieuw (1). Bijvoorbeeld de drugvrije therapeutische gemeenschappen werden oorspronkelijk door groepen “ex-verslaafden” opgericht. De plaats van ervaringsdeskundige counselors als rolmodel binnen de AA (Anonieme Alcoholisten), de NA (Narcotics Anonimous) en het Minnesota behandelmodel van verslaving is gekend. De benadering van deze hulpverleningsmodellen berust op de overtuiging dat er een helende werking uit gaat van “verslaafden” die elkaar helpen.

Ook vandaag werken in diverse behandelteams van De Sleutel professioneel geschoolde medewerkers met een eigen ervaring vanuit een verslaving. We zijn als het ware nog steeds ingebed in de traditie van zelfhulp, van peer-werking vanuit diezelfde overtuiging dat er kracht schuilt in het lotgenootschap.
De tijd van de charismatische ervaringsdeskundigen die zich doorheen een hiërarchisch opgevat hulpverleningsmodel superieur weten t.a.v. cliënten en medewerkers die onderaan de ladder staan, ligt ver achter ons. Wanneer de Vlaamse verslavingszorg na het pionieren (1970-1980) professionaliseert en de zorg meer formaliseert, heeft dat ook effect op de ervaringsdeskundigen die binnen die hulpverlening werken. Ook De Sleutel legt in die periode geleidelijk aan de lat hoger bijvoorbeeld door enkel nog ervaringsdeskundigen met een bijkomende professionele scholing aan de slag te laten.
Ervaringskennis inzetten als bron van herstelkracht behoort dus tot ons DNA. We worden uitgedaagd om dit nog te versterken. We zijn immers deel van de integratie van apart georganiseerde verslavingszorg in de geestelijke gezondheidszorg waar de uitgangspunten qua behandeling ook wijzigen van ziekte en genezing naar herstelondersteunende zorg.
Er zijn veel mogelijke bronnen van herstelkracht of -kapitaal waarover iemand beschikt om herstel te bereiken, ondanks de kwetsbaarheid die soms blijft: de eigen omgeving, familie, vrijwilligerswerk, verenigingen, eigen hobby’s (plezierige activiteiten). Naast dat “sociaal” herstelkapitaal is er ook het individueel (persoonlijke eigenschappen en vaardigheden, sterktes van een persoon) en het maatschappelijk (hulpbronnen in de ruimere omgeving) herstelkapitaal. De mate waarin iemand een beroep kan doen op herstelkapitaal blijkt een belangrijke voorspeller van langdurig herstel (2).
Ervaringskennis, naast professionele en wetenschappelijke kennis
Ondanks de officiële erkenning in diverse beleidsstukken en ronkende verklaringen van voorzieningen binnen de GGZ krijgt ervaringskennis in de praktijk niet steeds de ruimte die zij volgens diezelfde verklaringen zou moeten krijgen.
Een aanbeveling (nr.3) uit het SUHMIT-onderzoek (3) leert ons: “het opnemen van ervaringsdeskundigen in zorgteams is een evidence-based methode die de persoonlijke herstelbenadering faciliteert, zowel in de generieke geestelijke gezondheidszorg als in de gespecialiseerde zorg voor mensen met stoornissen in middelengebruik. Er zijn meer trainingsprogramma’s voor ervaringsdeskundigen nodig.
Het breder opzetten van trainingsprogramma’s voor ervaringsdeskundigen op professioneel en academisch niveau is een mogelijkheid. Het opnemen van ervaringsdeskundigen in de personeelsomkadering van diensten is één van de evidence-based interventies ter ondersteuning van de persoonlijke herstelbenadering. Dit is een interventie met een positief effect op twee fronten, omdat het enerzijds de zorgverlening ondersteunt en anderzijds ook een positieve invloed heeft op het herstelproces van de ervaringsdeskundige zelf.
Bevindingen van SUMHIT geven aan dat ervaringsdeskundigen slechts actief zijn in ongeveer een derde van de bevraagde diensten. De waarde van het inzetten van ervaringsdeskundigen wordt erkend door de meeste professionals die ervaring hebben met dit soort van samenwerkingen, en er is ook vraag naar ervaringsdeskundigen door de zorggebruikers. Het is echter niet altijd gemakkelijk om geschikte ervaringsdeskundigen te vinden en op te nemen in het zorgpersoneel. Hoewel het werken met ervaringsdeskundigen opgenomen kan worden in trainingsprogramma’s voor professionals, is er ook behoefte aan voorbereiding, ondersteuning en supervisie van deze doelgroep.”
In de praktijk zien we inderdaad groeiend initiatief, zoals het ontwikkelen van het globaal plan ervaringsdeskundigheid (2018) dat bedoeld is om als leidraad voor iedereen die ervaringsdeskundigheid wil omarmen door aanbevelingen te formuleren voor de inschakeling op zowel micro-, meso- als macroniveau (4). Er ontstaan herstelacademies waarin steeds ervaringswerkers betrokken zijn als opleider. Het thema verslaving is hierin mee opgenomen (5). Er zijn systematische opleidingen voor ervaringswerkers.
“Ik ga de opleiding volgen tot ervaringsdeskundige, zodanig dat ik de ander niet belast met mijn eigen rugzak, en leer hoe ik anderen kan inspireren door mijn herstelverhaal.”
Bij de vraag hoe we ervaringsdeskundigen formeel kunnen inschakelen in de verslavingszorg, botsen we echter op een nog onaangepast financieringssysteem: er is nog geen Vlaams kader voor en de hoop is dat een volgende Vlaamse regering hiervan werk zal maken.
Hoe pakken we het aan?
De Sleutel neemt deze aanbeveling uit het SUMHIT-onderzoek ter harte binnen de reeds vermelde traditie van de verslavingszorg. We kijken zelfkritisch naar onze opgebouwde praktijk hierin en willen de expertise vanuit ervaring meer aan bod laten komen en deze deskundigheid inzetten bij diverse facetten op weg naar herstel. Samen werken we een kader uit om ervaringsdeskundigheid in elke afdeling structureler aan te bieden én te ondersteunen.
De aanwezige groep van professionals met een ervaring vanuit verslaving kwam bijeen voor onderlinge intervisie van waaruit de groep “ervaring werkt!” ontstaat. De nood aan regelmatige intervisie tussen ervaringsdeskundige medewerkers wordt er expliciet bevestigd. De nodige tijd vrijmaken om een vast ritme vol te houden blijft een uitdaging.
Het enthousiasme binnen deze groep en de goesting van enkele bewoners in TG bracht ons samen in o.a. een studiebezoek aan onze collega’s van Novadic Kentron in Vucht (NL), voorjaar 2021.
Hierdoor krijgt het project “samen herstellen” plots wind in de zeilen en starten we met twee enthousiaste ervaringsvrijwilligers wachtondersteuning op vanuit het detox- en oriëntatiecentrum (DOC) voor mensen die wachten op een opname in een residentiële behandelafdeling. Het is de bedoeling om verder te evolueren, ervaringen op te doen en wachtondersteuning te kunnen aanbieden na aanmelding in het geval er langere wachttijden voor opname in DOC ontstaan.

Vanuit deze positieve ervaringen groeit de projectgroep ervaringsdeskundigheid begin 2024. Er is veel goesting, de tijd is rijp om het grondig te hebben over wat onze visie is op de meerwaarde van ervaringskennis en inzet van die -deskundigheid: zeventien enthousiaste mensen vormen nu een gemengde groep waarin medewerkers met ervaringsdeskundigheid, cliënten van De Sleutel, ervaringsdeskundige vrijwilligers, medewerkers van verschillende afdelingen en directie samen nadenken over:
- hoe kijken we als groep naar ervaringsdeskundigheid (ontwikkel je visie)?
- wat willen we bereiken (bepaal je doelen)?
- welke signalen geeft onze organisatiecultuur (neem je cultuur onder de loep)?
- kunnen we het concreet genoeg maken aub? (6)
Met een leidraad van het Cliëntenbureau Gent en een checklist van het Vlaamse herstelplatform gingen we aan de slag.
Visie: het is voor de projectgroep ervaringsdeskundigheid snel duidelijk dat we qua visie de grote lijn in het globaal plan volgen: om zich als ervaringsdeskundige voor anderen te kunnen inzetten is er meer nodig dan alleen het hebben van een persoonlijke ervaring. Er zijn groeistappen nodig om van die ervaring tot deskundigheid te komen, zoals Hilko Timmer (7) beschrijft.
Deze clusters van items vindt de projectgroep belangrijk om na te streven:
- ervaringswerkers zijn een meerwaarde in het mee realiseren van een warme ontvangst van een cliënt/bewoner in een opname- of behandelafdeling
- Ervaringswerker wordt een “zuivere” job, als toegevoegde waarde bij professionals
- Stigma en zelfstigma is bespreekbaar. Ook intern moeten we kritisch blijven voor stigmatiserende uitspraken of gedachten. Ervaringswerkers hebben hiervoor een forum nodig dat met de rest van de organisatie is verbonden.
We ervaren onze cultuur als een die ontvankelijk is en nog steeds voldoende gegrond is in de traditie van inzet van ervaringswerkers en rolmodellen, vooral dankzij de praktijk in de therapeutische gemeenschappen en het DOC. Van daaruit kan ervaringskennis nog meer expliciet een systematische plaats krijgen, ook in de ambulante behandelplaatsen.
We willen erover waken dat ervaringsdeskundigheid niet wordt gereduceerd tot één of andere vorm van cliëntparticipatie. Er is immers een groeiende groep mensen die hun potentieel vanuit hun ervaring met verslaving willen inzetten. En dat kan heel divers. Zo willen we in het bestaande aanbod bv ervaringskennis aanwenden waardoor cliënten zich bij de start van hun begeleiding minder op hun ongemak voelen of sneller een antwoord krijgen op de vele vragen over wat er volgt. Vaak kunnen ervaringsdeskundigen hierin een verschil maken door bijvoorbeeld kort zaken explicieter te duiden. Op bewonersvergaderingen kan een ervaringsdeskundige aansluiten die mensen mogelijks sneller duiding en gemoedsrust kan geven. In ambulante groepswerkingen kan verder gebouwd worden op het reeds bestaande peter- en meterschap in de groep.
De drive en de reflecties vanuit gelijkwaardigheid in de groep wijst erop dat de tijd duidelijk rijp is voor het versterken van de plaats en het doelgericht inzetten van ervaringsdeskundigheid in De Sleutel.
Deze projectgroep kan evolueren naar een vastere groep die een plaats krijgt in het geheel van de organisatie die verder mee de noodzakelijke ondersteuningsstructuren van bijvoorbeeld inter- en supervisie kan ontwikkelen.
Koen Dhoore, juli 2024
[1] Weerman A., e.a.: Deskundig door de verslaving. Praktijken en dilemma’s bij de inzet van ervaringsdeskundigheid, 2012, Uitgeverij SWP, Amsterdam
[2] Vanderplasschen W., Vander Laenen F. (red.): Naar een herstelondersteunende verslavingszorg, Praktijk en Beleid, 2027, Acco, Den Haag-Leuven.
[3] Chantry M., Magerman J., Fernandez K., De Ruysscher C., Sinclair D. L., Goethals I., Antoine J., De Maeyer J., Gremaux L., Vander Laenen F.†, Vanderplasschen W., Delespaul P., Nicaise P.: Substance Use and Mental Health care Integration, a study of service networks in mental health and substance use disorders in Belgium, their accessibility, and the user’s needs. Samenvatting. Brussel: Federaal Wetenschapsbeleid, 2024 – 31 p. (Federaal Onderzoeksprogramma Drugs)
[4]http://www.herstelplatform.be/media/docs/Globaal%20Plan%20Ervaringsdeskundigheid_201909.pdf
(6) Vlaams herstelplatform: checklist ervaringsdeskundigheid
[7] Van Erp N., Boertien D., Scholtens G., van Rooijen S.: ervaringsdeskundigheid en herstelondersteuning, 2011, Utrecht, Trimbos-instituut
