Het cliëntenprofiel anno 2023
Voor personen die bij De Sleutel aankloppen met een vraag naar behandeling wordt een zorgdossier bijgehouden. Dit gebeurt in functie van een aangepaste behandeling of zorg, op maat van de hulpvraag en het profiel van de cliënt. Tegelijk worden enkele specifieke cliëntgegevens verzameld om te voldoen aan het TDI-protocol. Hier treden epidemiologische doeleinden op de voorgrond.
In onderstaand artikel gaan we – aan de hand van dat protocol – dieper in op de cliëntcohorte van 2023; dit zijn de cliënten die in 2023 een behandeling zijn gestart in De Sleutel. We schetsen het profiel, staan stil bij relevante verschillen tussen de types van centra (ambulant, detox en oriëntatie, langdurige opname in TG en residentieel kortdurend jongerenprogramma RKJ) en vergelijken de cohorte van 2023 met voorgaande jaren om aldus enkele evoluties doorheen de tijd te ontwaren (2018-2023).
De TDI of Treatment Demand Indicator is een minimum-set van gestandaardiseerde gegevens die bevraagd wordt in het kader van een eerste face-to-face contact binnen een nieuw gestarte behandeling. In 2023 werden in De Sleutel aldus TDI-gegevens verzameld bij een cohorte van 1801 cliënten. Onderstaande gegevens zijn gebaseerd op deze cohorte van 2023 en bevatten niet de gegevens van cliënten die hun behandeling al eerder waren gestart.
Geslacht, leeftijd en nationaliteit
Quasi vier op vijf cliënten (met name 79%) die in 2023 bij De Sleutel van start gingen met een behandeling zijn mannen. In vergelijking met voorgaande jaren merken we een daling van het aandeel mannen gezien dit voor de cliëntcohorten 2018-2022 steeds tussen 82% en 86% lag. Tussen de centra van De Sleutel is er voorts een duidelijk verschil: het Detox- en Oriëntatiecentrum (DOC) en de Therapeutische Gemeenschappen (TG’s) hebben een nog meer uitgesproken ‘mannelijk’ profiel (telkens 87% in 2023) dan de ambulante centra en het jongerenprogramma RKJ (resp. 78% en 69%).
Ruim een kwart van de cliënten (26%) is jonger dan 25. De gemiddelde leeftijd van de cliënt stijgt traag, maar gestaag verder: van bijna 30 jaar in 2018 tot bijna 32 jaar in 2023. In het DOC en de TG’s is de cliënt die een behandeling start gemiddeld iets ouder (respectievelijk 34 en 36j in 2023), terwijl het RKJ per definitie de jongste cliënten in behandeling heeft (gemiddeld 16j). In de ambulante centra is de gemiddelde cliënt bijna 32 jaar bij de start van de behandeling. Van alle nieuw gestarte cliënten in 2023 heeft 94% de Belgische nationaliteit. Van de niet-Belgen draagt 3% een EU-nationaliteit en eveneens 3% de nationaliteit van een land buiten de EU. In de periode 2018-2023 is deze nationaliteitsverdeling vrij stabiel.
Doorverwijzende instantie en behandelverleden
Het aandeel cliënten dat in 2023 op eigen initiatief naar De Sleutel komt, bedraagt 38%, terwijl 9% hiertoe werd aangezet door familie of vrienden. Binnen de verwezen cliënten zijn de justitiële verwijzingen met 27% het talrijkst in De Sleutel. Doorverwijzingen door andere zorgverleners scoren veel lager in 2023: 6% vanuit de drughulpverlening, 6% uit welzijnsvoorzieningen, 5% vanwege ziekenhuizen, en 4% door huisartsen.
Tussen de centra van de Sleutel treden behoorlijke verschillen op: het aandeel verwijzingen vanuit de drughulpverlening is veel groter in het DOC en de TG’s (resp. 21% en 34%) dan in de ambulante centra (4%), terwijl het omgekeerde geldt voor de verwijzingen door justitie (15% in DOC en 11% in TG versus 29% ambulant).

Belangrijk en relevant is het onderscheid tussen nieuwe cliënten (nieuwkomers of instromers) en cliënten die reeds eerder in behandeling zijn geweest (terugkomers). In 2023 behoort 42% van zij die een behandeling zijn gestart in De Sleutel tot de nieuwkomers of instromers; dit houdt in dat ze nog niet eerder in behandeling zijn geweest voor problemen in verband met middelengebruik. Sinds 2018 (met 45% nieuwkomers) tekent zich een beperkte en geleidelijke afname af van het aandeel nieuwkomers en toename van het aandeel terugkomers.Ook hier zijn er grote verschillen tussen de centra onderling. De ambulante centra en het RKJ bereiken in 2023 voor bijna de helft (resp. 46% en 45%) nieuwkomers terwijl in de TG’s en het DOC veeleer ‘gekende’ cliënten opnieuw in behandeling komen (met respectievelijk ‘slechts’ 9% en 19% nieuwkomers). Dit betekent dat er weinig of geen eerste behandelingen voorkomen in deze centra.
Opleidingsniveau en arbeidssituatie
Veertig procent van de cliëntcohorte in 2023 behaalde niet meer dan een diploma lager onderwijs, terwijl 12% hoger onderwijs heeft afgewerkt. Dit betekent dat 4 op 10 cliënten het secundair onderwijs niet met succes heeft afgerond. In het DOC en de TG’s is het opleidingsniveau lager dan in de ambulante centra. In de periode 2018-2023 is het opleidingsniveau van de cliëntcohorten geleidelijk gestegen: van 7% hoger onderwijs in 2018 naar 12% in 2023.
Ruim één op drie cliënten die een behandeling startten in 2023 (36%) is regulier tewerkgesteld, terwijl 26% arbeidsongeschikt en 21% werkloos is. In vergelijking met voorgaande jaren zijn er enkele verschuivingen: het aandeel tewerkgestelden onder de cliënten is toegenomen (van 32% in 2018 naar 36% in 2023) net zoals het aandeel arbeidsongeschikten (van 20% naar 26%), terwijl het omgekeerde geldt voor de groep van werklozen (van 28% in 2018 naar 21% in 2023). In de ambulante centra (41%) is het aandeel tewerkgestelden in de 2023-cohorte hoger dan in het DOC (12%) en de TG’s (3%). Eén op acht (12%) in 2023 is student. Het RKJ scoort hier uiteraard het hoogst (93% scholieren) terwijl het aandeel studenten in het DOC en de TG’s beperkt is tot respectievelijk 1% en 0%.
Voornaamste drug en spuitgedrag
Naast bovenstaande socio-demografische variabelen peilt de TDI ook naar een aantal druggerelateerde kenmerken; met name het voornaamste product dat aan de basis ligt van de vraag naar behandeling en het spuitgedrag zijn uiterst relevante gegevens.

Met betrekking tot het voornaamste product stellen we vast dat cannabis met 38% de koploper vormt binnen de 2023-cohorte van De Sleutel. Zoals blijkt uit bovenstaande grafiek steeg het aandeel cannabisgerelateerde hulpvragen tot 2013 om daarna enkele jaren stabiel te blijven en vanaf 2020 te dalen. De productgroep van opiaten (voornamelijk heroïne) is binnen de cliëntenpopulatie in vrije val. In 2011 vormde opiaten nog de tweede voornaamste productgroep met 23%. Sinds 2014 zijn opiaten weggezakt naar de vierde plaats met ‘amper’ 4% in 2023. Zowel cocaïne als stimulantia (resp. 30% en 17% in 2023) zijn sinds 2014 belangrijker geworden dan de groep van opiaten. Vanaf 2014 wint cocaïne stelselmatig en tot op vandaag verder terrein, terwijl andere stimulantia (voornamelijk amfetamines) binnen elk van de cohorten schommelt tussen 14% en 17%.
Behalve deze algemene evoluties stellen we vast dat de productprofielen sterk uiteenlopen naargelang het type centrum. De ambulante centra worden gekenmerkt door een sterk vertegenwoordigd ‘cannabiscliënteel’ (41% in 2023), terwijl de andere productgroepen op respectabele afstand volgen (30% cocaïne, 16% stimulantia en 3% opiaten). Bij het RKJ is het belang van cannabis als belangrijkste product nog groter (69%), terwijl stimulantia 28% uitmaakt in het RKJ. Het DOC-plaatje wijkt hier zeer sterk van af: cocaïne blijft anno 2023 de absolute koploper met 40%, terwijl opiaten verder terrein verliest (van 19% in 2018 naar 10% in 2023). Stimulantia en cannabis (resp. 16% en 14% in 2023) zijn min of meer even belangrijk als productgroep in het DOC. Ook in de TG’s zijn opiaten verder weggezakt (18% in 2023), terwijl het belang van cocaïne toeneemt (30%) en stimulantia (23%) eveneens vrij hoog scoort. Het aandeel ‘cannabiscliënteel’ blijft met 8% zeer laag in de TG’s.
De gemiddelde leeftijd van de aangroeiende cocaïnegroep is in de periode 2018-2023 gestegen met 4 jaar tot gemiddeld bijna 35 jaar. Voor de productgroepen opiaten en cannabis merken we een beperktere stijging, nl. met 2 jaar (opiaten: gemiddeld 39 jaar en cannabis: 28 jaar). De gemiddelde leeftijd van de ‘stimulantiacliënten’ bleef in 2023 stabiel op 33 jaar. De ‘cannabiscliënten’ zijn vaker cliënten die voor het eerst in behandeling komen (56% nieuwkomers of instromers), terwijl dit voor de andere productgroepen niet geldt (39% voor cocaïne, 37% voor andere stimulantia en slechts 6% voor opiaten).
10% van de cliëntcohorte in 2023 heeft ooit drugs geïnjecteerd, waarvan bijna een kwart dit ook in de afgelopen 30 dagen heeft gedaan (2% recente spuiters). Het aandeel injecteerders is in de periode 2018-2023 gaandeweg gedaald (van 14% in 2018 tot 10% in 2023). Het dalend belang van opiaten is hier ongetwijfeld niet vreemd aan. Ook hier zijn er duidelijke verschillen tussen de types centra. Binnen de ambulante centra is het aantal spuiters (7% ooit en 1% recent) veel kleiner, terwijl het DOC met 24% ooit- en 9% recente injecteerders veel hoger scoort. In de TG’s heeft 42% van de cliënten ooit gespoten terwijl het RKJ met 0% ooit-spuiters het laagst scoort.
Geert Lombaert (december 2024)
