Over “Dopamine, verlangen en verslaving”
In zijn nieuwe boek “Dopamine, verlangen en verslaving” – werken aan herstel legt auteur Paul Van Deun mooi uit wanneer we echt van een verslaving kunnen spreken. Van Deun is als klinisch psycholoog en verslavingsdeskundige goed geplaatst om het hier over te hebben. Zoals ook zijn vorige boek, “Het gekaapte brein” is dit een vlot leesbaar boek geworden.
Van Deun belicht verschillende aspecten van hoe verslavingsgedrag ontstaat en in stand gehouden wordt. Hij staat stil bij de impact op anderen en de wisselwerking met de context. Afsluitend filosofeert hij over de maatschappelijke en economische waarden en visie ten opzichte van roesmiddelen en hoe dit vanuit het gezondheidsperspectief anders zou kunnen. Het is een hoopvol boek, met de klemtoon op hoe we verslavingsgedrag weer onder controle kunnen krijgen.
De titels van de hoofdstukken doen enerzijds denken aan “zijn er nog vragen”, waarbij een computerstem aan ervaringsdeskundigen allerlei vragen stelt om een zo ruim mogelijk beeld te krijgen van het thema dat in de kijker staat. Anderzijds verwijzen de titels naar de theorie die Van Deun uiteenzette in zijn vorige boek. Van Deun illustreert de theorie met verhalen van echte mensen. Je voelt het diepe respect voor de mens en sympathie voor de weg naar herstel in zijn verschillende aspecten. Het boek gaat over verslavingsgedrag en niet over verslaafden.
Verslaving is meer dan vaak en veel
In dit boek wordt treffend en met veel voorbeelden omschreven wat een verslaving is.
“Gewoontes, een bepaalde structuur in het leven, … ze maken het leven gemakkelijker. … Gewoontegedrag lijdt niet persé tot een verslaving.” Bij verslavingsgedrag komt drang op de proppen, wat ervoor zorgt dat gedrag dat mogelijk schadelijk is toch herhaald wordt.
“Verslaving maakt blind”, zit je er middenin, dan merk je de impact niet op. Je merkt niet dat het verslavingsgedrag het haalt op andere gedragskeuzes. Je hebt niet door dat je waarden verschuiven in het teken van dat ene middel. Het verlangen naar dat middel wordt te sterk.
“Het gaat om middelen die ervoor zorgen dat je even loskomt van de dagelijkse sleur, je hoeft niet altijd ‘aan’ te staan.”
Ontspannen, ontsnappen, de-connecteren, … dit kan met reizen, wandelen, avontuurlijke activiteiten en ook met roesmiddelen. Wie kennis maakt met roesmiddelen, geeft Van Deun aan, ervaart een soort roes die soms krachtiger is dan wat men voorheen ervaarde. De roesmiddelmoleculen lijken sterk op de lichaamseigen neurotransmitters. Op deze manier gaan ze de hersenactiviteit activeren of remmen. Dit doen ze krachtiger en langduriger dan de natuurlijk aanwezige stoffen. De signalen zijn dan ook sterker en van langere duur. Roesmiddelen verstoren op een kunstmatige manier de gewone hersenactiviteit. Sommige mensen blijven gebruiken ondanks de negatieve gevolgen, men leert niet meer uit ervaring.
“Verlangens zijn de motor voor wat we willen. Een verlangen kan sterk zijn en energie mobiliseren.”
Bij verslaving is het verlangen te sterk. Het is geen gewoon verlangen meer naar iets wat prettig kan zijn, zin hebben in iets, het is een drang geworden. Een eerste glas wijn kan nog lekker smaken, maar na 5 glazen proef je dat eigenlijk niet meer. “Een verslaafde gokker speelt om te winnen en blijft spelen ook als hij of zij verliest. Dan is de opwinding zelfs het hoogst, het verlies wordt beleefd als een bijna gewonnen, een near miss. (citaat)”
Van Deun illustreert in zijn boek hoe dat sterke verlangen een belangrijke rol speelt in hoe we als mensen overleven. Het dopaminemechanisme dat verantwoordelijk is voor het verlangen dat voorafgaat aan de beloning speelt al meer dan 500 miljoen jaar een rol in het overleven van onze soort. Dopamineverhoging houdt langer aan dan de genotservaring. En de dopaminepiek die aan de beloning voorafgaat activeert het organisme om het zoekgedrag intenser te maken. Het associeert de context met de beoogde beloning, verhoogt de motivatie en het zoekgedrag en doet de drang toenemen.
Dopamine activeert gedrag dat essentieel is om te overleven. Maar roesmiddelen zoals alcohol, nicotine, drugs en activiteiten die onzekerheid reduceren (zoals gokken), verhogen die dopamine ook. Dopamine die vrijkomt, helpt om dingen te realiseren. Onze hersenen zijn er op gericht te herhalen wat we als positief ervaren. Dit speelt ook een rol in het sneller opmerken van triggers, zaken die verwijzen naar de mogelijkheid om het middel te kunnen gebruiken. Beschikbaarheid verhoogt eveneens de dopamine. Niet alleen drank, drugs of zoet in huis hebben, maar ook het gewoonlijke moment van gebruik dat dichterbij komt doet dopamine toenemen. Dit betekent dat als je telkens op vrijdagavond begint met gebruiken, dan kan er reeds op donderdag dopamine vrij komen in aanloop naar het moment waarop je kan gebruiken, om de kans te vergroten dat je zal gebruiken. Dopamine kan een verlangen doen omslaan in een drang. Dit maakt het moeilijker om verslavingsgedrag te doorbreken.
“Verslavingsgedrag kan veranderen, het is geen blijvend defect.”
Van Deun geeft aan dat de natuurlijke rem, in het dopaminemechanisme, werkt als er minder beloning is dan gehoopt, of helemaal geen. Hier vinden we toegang om verandering te brengen in een patroon. Hindernissen opbouwen, zoals prijsverhoging, geen middel in huis hebben, geen cash op zak hebben, contactgegevens van dealers verwijderen, plaatsen van gebruik vermijden, … kunnen helpen om het verslavingsgedrag te verhinderen.
Een verslaving voorkomen kan door de rol van roesmiddelen niet te belangrijk te maken in je leven en de frequentie uit het gebruik te halen. Een tip van Van Deun: stel je eigen richtlijnen op: met wie, hoe vaak en hoeveel je wil gebruiken. Daardoor wordt het verslavende product minder beschikbaar en word jij er minder gevoelig voor.
Als er sprake is van verslaving dan is de sleutel naar herstel jezelf slimmer maken dan het verslavingsmechanisme. Sterker worden dan drugs kan immers niet, stelt Van Deun. In een behandeltraject zitten best elementen van het verhogen van probleembesef, zicht op het concrete verslavingsgedrag, kleine stappen zetten en hindernissen opbouwen. Gaandeweg komt er ruimte voor andere verlangens in de plaats van die roesmiddelen.
“Een verslaving is niet over wanneer het gebruik is gestopt”
Het is een valkuil om verslaving te weinig als een ernstige stoornis te beschouwen, geeft Van Deun aan. De gevoeligheid voor middelen en hun effecten is niet plots verdwenen als je stopt. Symptoomvrij zijn is maar één vorm van herstel.
Een belangrijk onderdeel van herstel van verslaving is investeren in wat echt waardevol is. Verlangens zijn als een gps waarop je kijkt om te weten welke richting je uit moet. De gps moet opnieuw geüpdatet worden.
Herval betekent dat je weer de zichtbare tekenen van de stoornis vertoont. In de zorg is men niet verbaasd als dit voorvalt. Voor de cliënt en zijn omgeving is dit schrikken. Ze vrezen dat het nooit zal ophouden.
Herval is nooit de bedoeling, maar het kan voorvallen. “Praat erover, zoek samen uit hoe je de uitschuiver kan stoppen. Na een uitschuiver ben je extra gevoelig dat gebruik zich zal herhalen”, zo stelt Van Deun.
“Een verslaving is onvoorspelbaar, samenleven met iemand met een verslaving is dat eveneens.”
Gezinsleden delen dezelfde machteloosheid als de persoon met de verslaving. Familie weet vaak niet wat het is om verslaafd te zijn, hebben vaak geen hanteerbare theorie. De schuldvraag speelt een grote rol. Soelaas wordt vaak gezocht in controleren. Belangrijk voor de naasten is in eerste plaats goed voor zichzelf zorgen, zodat ze er zelf niet onderdoor gaan. Als de persoon met de verslavingsproblematiek in therapie gaat, dan gaat bijna alle energie daarheen en blijven gezinsleden vaak in de kou staan.
Van Deun geeft tips voor naasten, nl. kennis verwerven over wat verslaving is, kan helpen om niet gevangen te raken in een gedragspatroon dat zichzelf in stand houdt. Verslaving is het gevolg van de eigenschappen van het middel, het effect van gebruik op hersenverbindingen, de beschikbaarheid ervan in een sociale context en de betekenis ervan voor de gebruiker.
Naasten moeten zichzelf beschermen en grenzen stellen aan het gedrag van iemand die verslaafd is, zegt Van Deun. Dat is nodig om van het familielid met een verslaving te blijven houden. Het stellen van grenzen zorgt ervoor dat het verslavingsgedrag tegen de negatieve consequenties botst. Dit vormt vaak een motor tot verandering. Daarnaast is het belangrijk om rekening te houden met herval en hierrond een noodplan samen uit te bouwen. Het maakt je voorbereid, geeft ruimte voor gesprek en houdt de weg naar herstel open. En beklemtoont Van Deun, laat verslaving niet het enige zijn waar het gezin het over heeft!
Verslaving en de politiek-maatschappelijke context.
Van Deun pleit in zijn laatste hoofdstuk voor een gezondheidsbeleid met een ruime blik. We hebben niet enkel regels en beperkingen rond de middelen nodig, maar er moet ook ingezet worden op sociale omstandigheden. Een beleid met klemtoon op beperking en ontraden van roesmiddelen kan de gezondheid algemeen bevorderen. Mogelijks is er winst te halen uit het geleidelijk aan legaliseren van drugs, denk bijvoorbeeld aan beleid rond cannabis in onze buurlanden, waardoor men uit de criminaliteit blijft en mogelijks “gezondere” gebruikssituaties creëert.
Els Vanneste (mei 2025)

Paul Van Deun - Dopamine, verlangen en verslaving; werken aan herstel
Pelckmans Uitgeverij
247 blz
ISBN 978 94 6383 553 4