Nieuwe Psychoactieve Stoffen: risico’s en uitdagingen

Nieuwe psychoactieve stoffen (NPS) vormen een verzamelnaam voor nieuwe producten die als drugs op de markt komen. Ze worden ook vaak aangeduid als ‘research chemicals’ of ‘designerdrugs’. Het thema van de NPS staat hoog op de agenda, te meer omdat het zeer ‘aanwezig’ is. Het onderwerp stond ook op het programma van een recente Sleuteldag. 

Dr. Simon Raymaekers op een recente Sleuteldag, een studiedag voor medewerkers en direct betrokken partners

Een strikte definitie van NPS bestaat niet. Vaak hanteert men de afspraak dat alle stoffen die als drug gebruikt worden en niet vermeld staan in de VN-conventies van 1961 en 1971, als NPS kunnen worden beschouwd. Dit betekent dat ook ‘oudere’ drugs onder deze term kunnen vallen. Ketamine is bijvoorbeeld al lang in omloop, maar kan dus ook als NPS beschouwd worden.

Omdat het om een grote en diverse groep middelen gaat, proberen producenten vaak de lokale wetgeving te omzeilen. Nieuwe stoffen staan niet altijd expliciet in de wetgeving van een land vermeld. Daarom worden ze soms ‘legaal’ op de markt gebracht, bijvoorbeeld als ‘research chemical’. De verpakking is vaak creatief en vermeldt regelmatig dat het product niet bedoeld is voor consumptie (aangezien het anders onder andere wetgeving zou vallen). In België bestaat echter een generieke wetgeving waarin groepen van middelen worden opgenomen. Hierdoor hoeft de wetgever niet voor elk nieuw product de wet aan te passen. Bijgevolg zijn bijna alle NPS illegaal in België.

Het gaat om een zeer groot aantal verschillende middelen. Jaarlijks worden in Europa (en wereldwijd) meer dan 500 NPS geïdentificeerd. Zowel het UNODC (United Nations Office on Drugs and Crime) als het EUDA (European Drugs Agency) publiceren regelmatig uitgebreide rapporten over trends in drughandel en -gebruik (*). Daaruit blijkt dat de drugmarkt voortdurend verandert en dat het gebruik van illegale middelen zeker niet afneemt. Bekende tendensen, zoals de sterke toename in productie en consumptie van cocaïne, zijn al langer zichtbaar. Daarnaast is ook het groeiende aanbod van NPS een duidelijke evolutie.

Voor hulpverleners vormt dit een uitdaging. Het is onmogelijk om elk nieuw middel op de drugsmarkt grondig te kennen. Toch is het belangrijk om de vinger aan de pols te houden, zeker wanneer er zich belangrijke veranderingen voordoen in het druggebruik. Binnen De Sleutel merken we bijvoorbeeld dat cliënten steeds vaker aangeven NPS te gebruiken.

Om het overzichtelijk te houden, kunnen NPS in grote categorieën worden ingedeeld. Een mogelijke indeling is gebaseerd op de chemische structuur. Het UNODC onderscheidt daarbij negen categorieën:

  1. Aminoindanen
  2. Fencyclidine-achtige stoffen
  3. Fenethylaminen
  4. Piperazinen
  5. Cathinonen
  6. Cannabinoïden
  7. Tryptaminen
  8. Plantaardige stoffen
  9. Overige stoffen

De VAD hanteert een andere benadering en legt de nadruk op het beoogde effect van de middelen. Stoffen met een verschillende chemische structuur kunnen daardoor toch in dezelfde categorie terechtkomen. Deze benadering werd uitgewerkt in het nieuwe drugwiel (1).

Beide manieren van categoriseren (op basis van stof of effect) hebben hun voordelen en helpen om deze middelen beter te begrijpen. In België en Europa zien we binnen deze categorieën enkele duidelijke trends. NPS blijven winnen aan populariteit. Zo zien we dat ze ook steeds vaker een aandeel hebben in het zorglandschap.

De grootste groep van NPS wordt gevormd door de cathinonen. Op Europees niveau bestaat meer dan 90% van de in beslag genomen NPS uit deze stoffen. Binnen deze groep is er een grote variatie: de cathinonen die op de markt zijn, veranderen zeer snel. Wat vandaag als mefedrone verkocht wordt, kan chemisch verschillen van wat eerder onder die naam werd aangeboden.

Andere belangrijke groepen om op te volgen zijn de synthetische cannabinoïden en de zogenaamde ‘designerbenzodiazepines’. Deze stoffen lijken voor gebruikers onschuldig door hun associatie met bekende producten (i.e. cannabis en benzodiazepines), maar dat is misleidend. Ze zijn vaak zeer krachtig en het risico op overdosering is aanzienlijk. Momenteel zien we in België nog geen sterke toename in het gebruik van nieuwe opioïden. Toch blijft waakzaamheid geboden, aangezien sommige van deze NPS bijzonder gevaarlijk kunnen zijn.

Het is duidelijk dat het aanbod van NPS snel evolueert. Medewerkers van De Sleutel  detecteren soms als een van de eersten een probleem rond een nieuw product. We hechten er dan ook veel belang aan om nauwkeurig te rapporteren en te registreren wat er binnen De Sleutel wordt waargenomen.

Hoe presenteren deze NPS zich in de klinische praktijk?
Dr. Frederick Van Der Sypt:
Dat verschilt van groep tot groep, en zelfs binnen één groep kunnen er belangrijke verschillen bestaan. Nemen we bvb. de cathinones, dan vinden we hierin zowel bupropion, een middel dat o.a. als antidepressivum (Wellbutrin) wordt voorgeschreven, maar ook mefedrone dat een populaire uitgaansdrug is geworden. Flakka, een uiterst krachtig en verslavend stimulerend middel dat af en toe in de media komt omwille van zijn zeer heftige werking, is ook lid van dezelfde groep. We moeten dus erg specifiek zijn als het gaat om NPS.

Is er een verklaring voor de populariteit van mefedrone?
Door gebruikers ervan wordt aangegeven dat het kenmerken heeft van cocaïne en MDMA, dus zowel stimulerende als entactogene effecten. Met dit laatste wordt een toegenomen gevoel van verbondenheid bedoeld. Het middel is omwille van deze effecten in de eerste plaats een uitgaansdrug. Ook heeft mefedrone een deel van de markt ingenomen omdat het lange tijd ongereguleerd via het internet te koop werd aangeboden. Daardoor was het bereikbaar, betaalbaar en werd een illusie van veiligheid gecreëerd. Vooral voor jongere gebruikers werd de drempel naar gebruik hierdoor sterk verlaagd. Nadat mefedrone (4-methylmethcathinone of 4-MMC) verboden werd, kwam de ‘ondergrondse farmacie’ als snel met allerlei variaties op de markt die gebaseerd zijn op dezelfde chemische basisstructuur. Een recent afvalwateronderzoek van Sciensano toonde aan dat er in geen enkel staal nog 4-MMC kon gevonden worden.

En dat ondanks een stijgende hulpvraag hiervoor?
Inderdaad. Het toont aan dat gebruikers met een hulpvraag voor mefedrone zelf niet meer weten wat ze nemen. En bij uitbreiding de dealers ook niet meer. De inbeslagnames op Europees niveau betreffen nu nu vooral 2-MMC en 3-CMC en het zijn voornamelijk deze die nu als ‘mefedrone’ worden verkocht. Uit Europese cijfers blijkt ook dat Nederland en België belangrijke producerende landen zijn van deze stoffen. In die zin zitten we aan de bron en dat toont zich ook in de hulpvraag: België kent de hoogste hulpvraag rond NPS van alle Europese landen.

Nederland legde recent de online verkoop van NPS aan banden…
Nederland wijzigde in juli 2025 de wet zodat deze nu aansluit bij de Belgische wetgeving. Hier werd reeds vroeg in het verhaal van de NPS een generiek verbod ingevoerd, dat bepaalt dat alle afgeleiden van dezelfde chemische basisstructuur ook onder de verbodsbepaling vallen. Nederland heeft echter niet de verkoop van álle groepen NPS aan banden gelegd, en zelfs met het verbod in voege kan je zonder veel moeite met enkele klikken een kilogram a-PiHP (een vorm van Flakka) bestellen. We mogen ons geen illusies maken, de aanbodzijde van roesmiddelen is niet meer te controleren. Het verbod op één groep zal er enkel toe leiden dat andere, nog onbekende groepen op de markt worden gebracht. Een belangrijke aanzet tot het ontwikkelen van de huidige NPS-markt was immers de grote MDMA schaarste in 2008. Hoe een staat middelen reguleert heeft dus een directe impact op de aard en beschikbaarheid van andere middelen. En daarmee hebben we het nog niet over de vrije markt op het dark web.

Ook ketamine lijkt aan een opmars bezig?
Klopt. De inbeslagnames op Europees niveau zijn op 3 jaar tijd verveelvoudigd. De grotere beschikbaarheid en de beperkte preventie rond het gebruik maakt dat heel wat jonge mensen zich nu voor behandeling aanmelden. Wat begon als experimenteel gebruik op een feestje, ontaardde tot compulsief gebruik van meerdere grammen ketamine per dag. En dat blijft niet zonder gevolgen. Zo zijn er de ‘K-cramps’ die de gebruikers opzadelen met hevige pijn ter hoogte van het maag-darmstelsel en het urinair systeem. Deze laatste, de ketamine-uropathie genoemd, kan al op jonge leeftijd zeer destructief zijn. Zo is het geen uitzondering dat we cliënten, meestal twintigers, opnemen die pampers moeten dragen tijdens therapieën. Sommigen daarvan hebben ook niersondes omdat de afvloei van urine onmogelijk is geworden. Indien het ketaminegebruik niet tijdig wordt gestopt, kunnen deze jongeren hun blaas permanent verliezen. Dat cliënten zelfs met deze gevolgen hun gebruik van ketamine niet weten te staken, toont de onbetwiste verslavingskracht ervan aan. Daarbovenop zijn ze slachtoffer van een vicieuze pijncirkel. Ketamine is immers een krachtige pijnstiller, die de schade die het zelf veroorzaakt tijdelijk kan toedekken. Willen we dat de cliënt het gebruik ervan stopt, dan dienen we ook een antwoord te geven op deze functie ervan. En daarvoor worden we soms verplicht om opioïde pijnstilling voor te schrijven, wat een erg dubbel gevoel geeft bij deze jonge, verslavingsgevoelige doelgroep. De ernst en onomkeerbaarheid van ketamineproblematiek verdient dus meer gerichte preventie. 

Je raakt het gebruik van opioïden aan. Ook een groep die heel wat media-aandacht krijgt.
Inderdaad, het is een treffend voorbeeld van de invloed van geopolitiek op de drugmarkt. Afgahistan is steeds het producerend land geweest voor de meeste heroïne in Europa. Door een regimewissel is daar nu de teelt van papaver gestopt. Als ook de reserves daar opgeraken, vreest men dat de Europese opioïdenmarkt zich zal bekeren tot synthetische opioïden, zoals al lang het geval is in de Verenigde Staten. In 2022 was er volgens Sciensano in geen enkel Belgisch heroïnestaal fentanyl te vinden. Op hetzelde moment was dat wel het geval in 99% van de stalen in de VS. Het zou ons nu te ver leiden om de verschillende golven van overlijdens in de opioïd-crisis daar te bespreken, maar we dienen zeker onze lessen te trekken uit de omstandigheden en beleidsmaatregelen die daartoe hebben geleid. Ook België is immers een grootverbruiker van opioïden. Louter qua voorschriften staan we per hoofd van de bevolking op de 6de plaats wereldwijd, op 2 plaatsen onder de VS. We moeten dus waakzaam zijn en onze expertise ter beschikking houden voor deze brede maatschappelijke hulpvraag. Er wordt gezegd dat fentanyl en diens afgeleiden zich ook zullen verspreiden binnen de Europese gebruikersmarkt. Dat kan, al lijkt het erop dat nu andere groepen van even krachtige opioïden, de nitazenes en orfines, in opmars zijn. Dit moeten we goed opvolgen, want deze molecules hebben al heel wat overlijdens op hun naam staan. Een andere trend die jammer genoeg al overgewaaid lijkt te zijn, is die van xylazine-bijmenging in de heroïne, de zogenoemde ‘tranq’. In Berlijn zijn er al wijken waar gebruikers op straat overleven, met ernstige vleeswonden en schijnbaar bevroren in de typische, bevreemdende houdingen. Ik hoop van harte dat ons Belgisch sociaal vangnet een dergelijk uitzichtloos gebruik bij kwetsbare groepen kan voorkomen.

Zijn er nog andere verdovende NPS op de markt in België?
Ja, ook de groep van benzodiapines kent zijn nieuwe varianten. Bromazolam is momenteel het meest in omloop en net als bij de opioïden zijn er ook zeer sterk werkzame molecules beschikbaar, zoals flunitrazolam. Deze laatste is nog steeds online te koop en is maar liefst 100 keer krachtiger dan diazepam, wat maakt dat het risico op overdosering zeer reëel is. Voor spoeddiensten brengt dit extra uitdagingen met zich mee, want de meeste NPS zijn niet aan te tonen met sneltests. Ook bij het al dan niet voorschrijven van benzodiazepines in de zorg moeten we rekening houden met het bestaan van deze parallelle markt door ook de risico’s van niet voor te schrijven in rekening te brengen. Zal de cliënt zich in dat geval behelpen met NPS-benzo’s?

Hoe zit het met het gebruik van cannabis-vapes, zijn deze echt zo populair?
Ze zijn vooral populair in settings en bij gebruikers waarin cannabisgebruik te veel zou opvallen. Daarnaast zijn ze momenteel laagdrempelig online te koop, zeker de semi-synthetische cannabinoïden zoals HHC en THC-P. Soms wordt er gesproken over ‘synthetische cannabis’, alsof de actieve stoffen in cannabis synthetisch werden nagemaakt. Dit is niet correct. De kracht van de molecules die circuleren zijn van een totaal andere grootteorde, tot zelfs 200 keer die van THC. Dat maakt dat zowel de intoxicatie met als de ontwenning van deze stoffen ongezien hevig kan verlopen, tot overlijden toe. Nederland heeft relatief weinig last van deze golf toxische THC-analogen. Volgens het Trimbos instituut is dit omwille van de ruime beschikbaarheid van natuurlijke cannabis. Dus ook hier blijkt het beleid bepalend voor de speelruimte die we criminele organisaties bieden om hun producten in onze samenleving te verhandelen.

Dr. Simon Raymaekers (mei 2026)

Dr. Frederick Van Der Sypt

(1) Om structuur te brengen in de veelheid aan psychoactieve stoffen werd in 2013 in de UK het Drugwiel ontwikkeld. In 2016 vertaalde VAD dit naar de Belgische context. In 2025 werd een vernieuwde versie voorgesteld: het Drugwiel 3.0.

(*) Bron: World Drug Report – Drug market patterns and trends

Aanverwante informatie uit ons website-archief

Nieuwe psychoactieve stoffen: lettersoep of houvast? – De Sleutel

Spice, Ketamine en GHB, voorbeelden van drugs die een ander beleid vragen – De Sleutel