‘Communities’ als bruggen tussen zorg, justitie en samenleving
Op 6 maart organiseerde de Belgische federatie van therapeutische gemeenschappen een brede conferentie ‘Time to Recover: Bridging Health, Justice and Community in Addiction Care’ in Brussel. Hier kwam veel volk op af uit diverse hoeken waardoor meteen reeds bruggen verder werden gebouwd en verstevigd.
Community-based behandelprogramma’s – toen nog enkel therapeutische gemeenschappen – ontstonden in België eind jaren ’70, begin jaren ’80, als tegengewicht voor de gangbare psychiatrische verslavingsafdelingen. Dat was niet uniek: gelijkaardige bewegingen zagen we toen in Italië, Nederland, Spanje, Zwitserland. Deze programma’s waren er voor mensen verslaafd aan illegale middelen die in het reguliere hulpverleningslandschap vaak nergens terecht konden. Ze inspireerden zich op behandelprogramma’s uit de Verenigde Staten die al in de jaren 50 en 60 ontstonden. Wat vooral bijzonder was: mensen in herstel speelden er een centrale rol. Ze stonden niet langs de zijlijn. Ze stonden mee aan de wieg. Die ervaringsdeskundigheid – de kracht én de kwetsbaarheid samen – vormt tot op vandaag een van de belangrijkste fundamenten van onze sector.
Ondertussen zijn we meer dan een halve eeuw verder. De vorm van de programma’s veranderde, diversifieerden, de methodieken evolueerden, de professionalisering nam toe. Maar één principe bleef onveranderd en toont blijvend zijn kracht: community as method – de gemeenschap zelf als instrument voor verandering.
Voor wie?
Community-based behandelprogramma’s zijn geen universele oplossing. Ze zijn bedoeld voor een specifieke groep mensen met een zeer hardnekkige en vaak langdurige afhankelijkheid van illegale middelen. Veelal gaat het om mensen bij wie nagenoeg alle levensdomeinen grondig aangetast zijn en we zien, doorheen de jaren, dat het samenspel tussen al deze domeinen en problemen complexer wordt. Bij velen begint dit verhaal in de adolescentie, regelmatig zelfs al erg vroeg rond 10 à 12 jaar, waardoor belangrijke ontwikkelingstaken niet opgenomen werden, waarin identiteit zoekraakte, en waarin aansluiting gevonden werd bij anderen die drugs gebruikten. Voor deze mensen is een community-based programma vaak één van de weinige plaatsen waar ze terechtkunnen. En vooral: waar ze kunnen werken aan hun herstel in alle levensdomeinen en waar ze weer de brug kunnen maken naar de maatschappij.

Wat maakt een community-based behandelprogramma uniek? Hierbij enkele basiskenmerken van dergelijke behandelprogramma’s:
1. Bewoners zijn geen patiënten
Wie opgenomen wordt, wordt deel van een leefgroep. Een community die steunt wanneer het moeilijk gaat, die feedback geeft wanneer gedrag onveilig of ongezond is, en die samen een draagvlak vormt voor verandering. Een groep die draagt, containt maar ook grenzen stelt aan elkaar want grenzen creëren veiligheid.
2.Er is wederzijdse zelfhulp en gedeelde verantwoordelijkheid
Bewoners dragen samen de verantwoordelijkheid voor het leefklimaat en voor de dagelijkse gang van zaken. Ze bouwen mee aan de structuur van de dag. Ze zorgen ervoor dat het samenleven werkt en dragen de verantwoordelijkheid voor koken, tuin en onderhoud, de administratie en de was en plas in huis.
En die verantwoordelijkheid reikt zelfs verder: men is verantwoordelijk voor elkaars herstel. Concreet betekent dit dat bewoners elkaars behandelplan kennen, ze kennen elkaars traject, meer nog: ze geven elkaar feedback hierin en leren zelf uit het herstel van de medebewoners. Dit betekent dus dat ervaringsdeskundigheid en peer support een essentieel onderdeel vormen van de methodiek.
3. Een versnelde ontwikkeling
Naast individuele therapie, groepstherapie, familiegesprekken en terugvalpreventie is er een pedagogische lijn: correct gedrag wordt benoemd, asociaal gedrag begrensd. Verantwoordelijkheden worden opgebouwd en vrijheden groeien stap voor stap mee. Net zoals bij adolescenten. Zo wordt er gewerkt aan klinisch herstel, functioneel herstel, maatschappelijk herstel én persoonlijk herstel afgestemd op ieders eigenheid: Wie ben ik zonder mijn verslaving? Wat wil ik doen? Wat is mijn plek in de wereld?
Daarbij kijken we naar het individuele verslavingsprofiel en iemands specifieke noden: welke functie vervulde het middelengebruik in iemands leven en wat zetten we ertegenover? Waar bood heroïne, cocaïne, alcohol of andere middelen een oplossing voor en wat zegt dat over hoe het cleane leven eruit moet zien: moet er veel rust en regelmaat zijn, voorspelbaarheid of eerder gezonde positieve kicks bevatten zoals op hoogte werken of een erg sportieve uitdaging, of is er nood aan contact met veel mensen en veel zeggenschap zoals de cliënte die een volledige kantoortuin beheert in haar nieuwe job.
4.Het leven in een groep is een herstellende ervaring
Het lijkt soms op een groot gezin, met oudere en jongere leden, met wederzijdse verantwoordelijkheid, met steun én grenzen. Voor veel mensen biedt dit een ervaring die herstel van hechting en identiteit mogelijk maakt. Net die verstoorde fundamentele ontwikkelingstaken. En er wordt stevig geoefend op een gezonde separatie: klaar worden voor de stap terug in de maatschappij, met een eigen identiteit, los van en zonder middelengebruik. Een ex-bewoonster zei ooit tegen mij; het is de eerste keer in mijn leven dat ik mij ergens thuis hebt gevoeld.

5. Een veilige, drugvrije leefomgeving
Dat is een absolute voorwaarde. Alleen in een stabiele en veilige omgeving kunnen mensen oefenen met nieuwe copingvaardigheden, leren omgaan met gevoelens en gedachten zonder middelen, en hun gedrag echt veranderen. En we slagen erin om zo’n omgeving te bieden – dag na dag, jaar na jaar. Behandelprogramma’s in therapeutische gemeenschappen zijn intensief, integraal en van middellange of lange duur: 3 GGZ-functies worden geïntegreerd: intensieve residentiële zorg, psychosociale rehabilitatie met uiteindelijk toeleiding naar werk of opleiding, en wonen. Alles komt samen in één traject.
Dit integrale karakter en het community-based behandelmodel vormen een gespecialiseerd aanbod in de verslavingszorg.
Van federale wortels naar een plek binnen de Vlaamse en Waalse zorg
Onze sector kreeg ooit een financiële basis binnen de federale revalidatiesector – simpelweg omdat daar toen middelen beschikbaar waren. Zo groeiden we, jarenlang, parallel aan de geestelijke gezondheidszorg. Maar met weinig verbinding tussen de twee sectoren. Met de 6de staatshervorming in 2019 werden we overgeheveld naar Vlaanderen en Wallonië. Ondertussen ontwikkelden zich vanaf 2010 de netwerken geestelijke gezondheid. Het duurde even vooraleer onze organisaties daarin volledig hun plaats kregen. Die beweging is ondertussen sterk ingezet. De visienota over een geïntegreerde en herstelgerichte zorg voor mensen met een verslavingsprobleem – die toen mee o.a. door de Vlaamse overheid werd vorm gegeven – heeft hier in belangrijke mate aan bijgedragen.
Vandaag zijn we een volwaardig deel van de GGZ en is er veel meer samenwerking met partners. Stilaan kan de community-based verslavingszorg haar plek innemen in de GGZ binnen een visie van ‘one mental health’. Het kan uiteraard steeds beter. In sommige netwerkregio’s is er veel en nauwe samenwerking, maar er zijn netwerkregio’s waar nog een grote opdracht ligt naar structurele samenwerking in trajecten.
Duurzaam herstel gebeurt nooit alleen, dat vereist continue samenwerking.
Samenwerking
Samenwerking zit in het DNA van community-based werken. Maar het reikt verder dan de muren van onze eigen leefgroepen. We werken samen met:
- bewoners, ex-cliënten, familie en contextfiguren
- vrijwilligers en buurtinitiatieven
- partners in de GGZ, in zorgpaden van instroom tot doorverwijzing tot nazorg
- het forensische werkveld, binnen en buiten de muren van de gevangenis bewoners, ex-cliënten, familie en contextfiguren
- werk- en welzijnsactoren die begrijpen wat herstel betekent en wat iemand nodig heeft in de kwetsbare overgang naar zinvolle tijdsbesteding en werk
Herstel is nooit een individueel verhaal. Het is altijd relationeel. Altijd verbonden… “The opposite of addiction is not sobriety but human connection”
Waarom deze conferentie?
We organiseerden deze dag omdat we zichtbaar willen zijn. Omdat we verbinding met de GGZ belangrijk vinden. Omdat we willen tonen dat samenwerking niet alleen wenselijk is, maar noodzakelijk — voor duurzame verandering, voor blijvend herstel. Op de uitnodiging van deze studiedag staat een brug. Die brug staat voor wat ons vandaag samenbrengt: de verbinding tussen sectoren, tussen regio’s, tussen professionals, tussen mensen. Laat ons die brug vandaag versterken. En morgen verder bouwen.
Leen De Wit, verantwoordelijke TG-werking (juni 2026)

Aanverwante info
Herstelkapitaal en de rol van (therapeutische) gemeenschappen – Prof. dr. David Best. (klik hier)