‘Mijn moeder heeft de politie gebeld omdat ze vond dat het zo niet langer kon’, vertelt Bram. ‘Ze had weer eens een redelijk groot pakje heroïne in mijn kamer gevonden. Ik probeerde nog te liegen dat het van een vriend was, maar zij had een vermoeden dat ik dealde en belde de politie. Die hebben mij opgepakt. Ik was ontzettend boos op mijn moeder. Ik wilde geen hulp krijgen, ook al was ik zwaar verslaafd aan heroïne. Het enige waaraan ik dacht was dat mijn vrijheid werd afgenomen. Nu ben ik blij dat mijn moeder die moeilijke beslissing heeft genomen. Als zij niets had gedaan, zou ik nu nog steeds zwaar verslaafd zijn.’

Joël:‘Ook ik wilde helemaal niet stoppen met het slikken van pillen en het roken van cannabis. In die roes voelde ik mij goed. Nuchter voelde ik me helemaal niet goed in mijn vel.’
Karen:’Het enige dat in mijn leven telde, was me amuseren. Daar hoorde wiet bij. Een leven zonder kon ik me niet voorstellen. Maar van de jeugdrechter moest het.’

Hoe zijn jullie met drugs in contact gekomen?
Bram:‘Mijn kameraden rookten af en toe cannabis. Dat wilde ik ook wel eens proberen. Nadien nam ik bij het uitgaan al eens XTC of speed. Later kreeg ik wat heroïne aangeboden. Daar raakte ik écht aan verslaafd.’
Joël:‘Op school werd er tijdens de pauze wiet gerookt. Natuurlijk deed ik mee. Ook toen er nadien met andere drugs werd geëxperimenteerd. Of dat kwaad kon of niet interesseerde me niet. Ik was jong en wilde een interessant leven leiden.’
Karen:’Mijn broer en zus gebruikten drugs. Van alles, maar alleen cannabis rookten zij thuis met hun vrienden. Op een avond mocht ik meeroken. Ik dacht dat het ongevaarlijk was. Ik wist écht niet dat je ook verslaafd kon raken aan wiet.’

Gebruikten jullie ook thuis?
Bram:’Natuurlijk. Toen mijn moeder erop uit kwam, was ze boos. Ze verbood me om nog drugs te nemen. Ik trok me daar niets van aan. Als je gebruikt, hou je alleen rekening met jezelf en met de drang naar een volgende roes.’
Joël:’Mijn moeder wist ook al snel dat ik verslaafd was. Ook zij probeerde er iets aan te doen en gaf me huisarrest, maar ik negeerde haar en ging gewoon naar buiten. Naar mijn drugsvrienden.’
Karen:’Mijn ouders hebben wiet op mijn kamer gevonden, maar zij hebben er niets over gezegd tot ze door de jeugdrechter werden gehoord.’

Hét beeld van een drugsgebruiker is een looser die niets doet.

Bram:‘Ik werkte op leercontract. Als ik heroïne had genomen lukte dat. Zonder kon ik het werk niet aan. Dan kon ik niet uit bed. Dan ging ik niet werken en ook niet naar school. Ik functioneerde alleen onder invloed.’
Joël:‘Ik ging alleen naar school om mijn vrienden te zien en omdat je er makkelijk aan drugs kon geraken. Wat de leerkrachten vertelden, interesseerde mij niet.’
Karen:‘Ik ging niet meer naar school. Mijn dagen waren gevuld met cannabis roken en rondhangen. Het enige dat me echt interesseerde, was geld vinden om drugs te kunnen kopen.’
Bram:’In het begin kon ik de drugs nog betalen met mijn zakgeld of met het geld dat ik bij mijn grootouders ging schooien. Maar al snel was dat niet genoeg. Dan kocht ik heroïne, hield wat voor eigen gebruik en verkocht de rest met winst door zodat ik mijn eigen drugs gratis had.’
Joël:‘Als mijn vrienden niets meer hadden en mijn zakgeld op was, verkocht ik ook al eens XTC.’

Voelen jullie zich schuldig dat jullie anderen aan drugs hebben geholpen?
Bram:’Helemaal niet. Ik ben niet op straat gaan leuren met de drugs en ik ben ook nooit op iemand afgestapt met de vraag of hij heroïne wilde proberen. De verslaafden kwamen naar mij. Ik heb hen gewoon verkocht wat ze vroegen… en er goed aan verdiend.’

Beseften jullie dat jullie verslaafd waren?
Bram:‘Ja. Ik schrok toen ik voor het eerst merkte dat ik lichamelijk afhankelijk was van heroïne. Onmiddellijk probeerde ik te stoppen. 4 dagen heb ik dat volgehouden. 4 helse dagen. Ik kon niet eens uit mijn bed komen, zo ziek was ik. Na 4 dagen heb ik mijn afkickpoging opgegeven. ’s Nachts ben ik volle bak beginnen rondbellen om gerief te vinden. Sindsdien leefde ik weer van roes naar roes. Ik rekende uit hoeveel heroïne ik kon kopen, om de hoeveel uur ik iets kon nemen,… Mijn leven draaide alleen rond drugs. Elke dag nam me voor om te stoppen, maar altijd had ik een excuus om toch iets te nemen.’
Joël:‘Ik was lichamelijk niet afhankelijk. Ik moest geen drugs nemen om de pijn van het afkicken niet te voelen, maar ik had altijd zin om te gebruiken. Eén keer ben ik 2 dagen clean geweest, maar daar voelde ik me niet goed bij. Zo saai.’
Karen:’Een dag zonder wiet was ontzettend moeilijk. Twee dagen was onmogelijk. Dan moest ik iets hebben’.

Hoe reageerden jullie cleane vrienden op jullie verslaving?
Karen:’Ik ontweek hen zo veel mogelijk omdat ik wist dat ze zouden zeggen dat ik ermee moest stoppen. En dat wilde ik niet.’
Bram:’Mijn cleane vrienden waren de enige die rechtuit durfden zeggen dat ik slecht bezig was. Ik wist dat zij gelijk hadden.’

Jullie werden door de jeugdrechter verplicht om af te kicken. Hoe verliep jullie eerste dag in de RKJ, de jongerenafdeling van De Sleutel?
Karen:’Het was vreselijk. We werden écht volledig gecontroleerd op drugs’.

Bram:‘De eerste dagen in crisiopvang heb ik vooral geslapen en ben ik ontzettend ziek geweest, ook al kreeg ik medicatie om het afkicken makkelijker te maken. Ik had immers tot op het laatste ogenblik gebruikt. Ook in de cel in het politiekantoor. Ik was wel gefouilleerd toen ze me oppakten, maar niet erg grondig.’
Karen:’Oh, die eerste dag viel wel mee. Elke dag staan er gesprekken op het programma, maar ook les en sport is belangrijk. We worden zo veel mogelijk bezig gehouden omdat we dan minder aan drugs denken.’
Bram:’Overdag lukt dat redelijk. Maar vlak voor ik in slaap val en net nadat ik mijn ogen ’s morgens open, denk ik nog altijd aan drugs. Eigenlijk ben ik geestelijk nog verslaafd. Ik vrees dan ook dat ik nog een tijd in begeleiding zal moeten blijven. Maar ik weet dat ik vooruitgang boek en dat de begeleiders tevreden zijn want overmorgen mag ik voor het eerst een dag op bezoek bij mijn ouders. Dat is als er intussen niets meer gebeurt.’

Wat zou er kunnen gebeuren?
Bram : ‘Ik zou het op mijn heupen kunnen krijgen en het op een lopen zetten. Dat heb ik al eens gedaan. De drang naar drugs was te sterk. Samen met Joël ben ik ontsnapt. We hebben samen gebruikt, hebben buiten geslapen en zijn samen de volgende dag door de politie opgepakt. Twee dagen later, toen ik weer clean was, ben ik terug naar De Sleutel gebracht. Achteraf was ik boos op mezelf dat ik zo dom was geweest. Maar afkicken is niet gemakkelijk, dat gebeurt met vallen en opstaan.’
Karen:‘Ik heb me beter aan het programma gehouden en ben al verschillende keren op daguitstap naar mijn ouders geweest. Elke keer was de voorwaarde dat ik mijn drugskameraden niet zou zien. Dat was moeilijk. Ik heb zo lang met hen opgetrokken. Zij zijn de enige vrienden die ik heb. Andere zoeken, is niet gemakkelijk.’

Kan je een ex-verslaafde zijn?
Karen:’Ik hoop het. Ik wil geen drugs meer nemen. Mijn broer en zus zijn nog altijd verslaafd. Ik zie bij hen dat een drugsverslaafde geen goed leven heeft. Toch ben ik bang om weer in de gewone wereld te stappen, in de wereld waar de drugs zo makkelijk te krijgen zijn. Ik hoop dat ik sterk genoeg zal zijn om niets meer te gebruiken. Ik ben van plan om de eerste dagen buiten volledig vol te plannen zodat ik me geen seconde verveel en niet in verleiding kom.’
Joël:‘Ik kan niet beloven dat ik nooit meer een joint zal opsteken. Wel zal ik proberen om mezelf beter onder controle te houden en geen andere drugs te gebruiken. Mijn leven zal niet meer alleen om drugs draaien. Ik wil werk vinden, een studio huren, een hobby en een
relatie hebben.
Bram:‘Ik ben bang om te hervallen. Elke dag is een gevecht. De drang om iets te gebruiken is er nog altijd. Ik ben niet meer lichamelijk afhankelijk, maar in mijn hoofd hunker ik wél nog naar de roes van drugs. Ik vrees dat die drang nooit zal verdwijnen. Ik kan dan ook niet beloven dat ik nooit meer iets zal gebruiken. Maar ik zal nooit meer zo ver gaan (1) . Ik wil nooit meer lichamelijk van iets afhankelijk zijn. Ik wil ook niet meer liegen en bedriegen. Ik wil mijn ouders geen pijn meer doen. Ik wil eindelijk eens een gewone zoon
zijn die ze kunnen vertrouwen.’

Meer info : contacteer RKJ op tel 09 377 25 26

(*)om redenen van privacy gebruiken we fictieve namen

(1) opmerking van de begeleiding: het geloof dat je nog gecontroleerd kan gebruiken is een typische valkuil. Dat deze jongere hier nog in gelooft toont ook aan dat er voor hem nog heel wat werk aan de winkel is. Het toont eveneens aan hoe moeilijk het wel is om te stoppen als je eenmaal verslaafd bent.

Bron : Joepi, november 2006, met dank aan de auteur Hilde Engelen