Cliëntprofielen: gelijkenissen en verschillen per productgroep

Bij de start van elke nieuwe behandelperiode wordt – samen met de cliënt – uitvoerig ingegaan op de hulpvraag en worden problemen en verwachtingen in kaart gebracht. Op dat ogenblik wordt ook een “TDI-foto” genomen van de cliënt. TDI staat voor Treatment Demand Indicator en omvat een vaste set van gestandaardiseerde gegevens.

De verzamelde en geanonimiseerde TDI-foto’s vormen een “goudmijn” aan gegevens. Ze laten onder meer toe om evoluties in het cliëntenprofiel op het spoor te komen, om verschillen tussen behandelsettings te objectiveren en om De Sleutel te positioneren binnen de verslavingszorg. In deze bijdrage introduceren we een andere invalshoek en vertrekken we vanuit het voornaamste product dat de cliënt ertoe bracht om de huidige behandeling te starten. Met name stellen we de vraag in welke mate de gemiddelde profielen gelijkend dan wel verschillend zijn naargelang het voornaamste product waarmee de cliënt zich aanmeldt.

Voornaamste productgroepen sinds 2020

In onderstaande grafiek geven we – op basis van de verzamelde TDI-gegevens – weer wat het aandeel cliënten is per productgroep sinds 2020. Enkel de 4 voornaamste productgroepen zijn opgenomen in de grafiek. Productgroepen zoals hallucinogenen, vluchtige snuifmiddelen en hypnotica worden niet vermeld omdat hun aandeel als voornaamste product minimaal is (steeds minder dan 3%). Belangrijk om mee te geven is dat er binnen de stimulantia een onderscheid wordt gemaakt tussen cocaïne enerzijds en andere stimulantia zoals amfetamines en MDMA anderzijds.

In de periode 2020-2022 is cannabis (marihuana en hasj) met gemiddeld 39% dé absolute koploper binnen de populatie van De Sleutel, al is het aandeel cannabis-gerelateerde hulpvragen in deze periode licht gedaald. Na jaren van blijvende groei is de productgroep van cocaïne (inclusief crack) sinds 2020 gestabiliseerd rond 29%. De derde voornaamste groep wordt gevormd door de groep van andere stimulantia (i.e. (meth)amfetamine, MDMA, mefedrone). Ook het aandeel van deze productgroep binnen de populatie van De Sleutel is sinds 2020 stabiel en ligt op 17%. Tot slot is er de productgroep van opiaten (voornamelijk heroïne, maar ook substitutiemiddelen) die na jaren van aanhoudende daling blijft hangen rond 6%.

TDI-foto per productgroep

Voor elk van deze productgroepen geven we de voornaamste profielgegevens weer op basis van de TDI-gegevens uit de periode 2020-2022. In functie van de leesbaarheid gebruiken we de termen ‘cannabiscliënt’, ‘cocaïnecliënt’, ‘amfetaminecliënt’ en ‘opiaatcliënt’ om te verwijzen naar het voornaamste product waarvoor de betreffende groep cliënten in behandeling komt.

Enkele gelijkenissen en verschillen

Een vergelijking van de TDI-profielen tussen de diverse productgroepen legt enkele verschillen en gelijkenissen bloot. We lichten er de voornaamste uit.

Socio-demografisch profiel

Binnen élke productgroep is er een ruime meerderheid aan mannen, maar binnen de amfetaminegroep is het aandeel vrouwen het hoogst. De gemiddelde leeftijd en het aandeel minderjarigen lopen sterk uiteen naargelang het voornaamste product: de gemiddelde cannabiscliënt (27 jaar) is 11 jaar jonger dan de opiaatcliënt (38 jaar). Cocaïne- en amfetaminecliënten bevinden zich tussen beide uitersten in met gemiddeld 34 jaar. De meeste cliënten hebben de Belgische nationaliteit ongeacht het voornaamste product.

Opleidings- en arbeidsprofiel

De scholingsgraad van de cliënten is bij geen enkele van de productgroepen hoog. Toch valt het op dat deze bij de cocaïnecliënt beduidend hoger ligt. Er is voorts een duidelijke samenhang tussen het voornaamste product en de werksituatie. Het aandeel beroepsactieve cliënten is – met bijna de helft – het hoogst bij de cocaïnegroep en – met minder dan een kwart – het laagst bij de opiaatgroep. De jongere cannabisgroep wordt gekenmerkt door het veel hoger aantal studenten, terwijl het hoge aantal arbeidsongeschikte en werkloze cliënten in het oog springt bij de opiaatgroep.

Woon- en leefprofiel

Liefst een kwart van de opiaatcliënten heeft geen vaste verblijfplaats, terwijl dit bij de cocaïne- en cannabiscliënten significant lager ligt. De opiaatcliënt leeft ook meer dan de andere cliënten alleen. Treffend is het hoge aandeel cliënten dat samenwoont met minderjarige kinderen en dit binnen elke productgroep: van 20% bij de cannabiscliënten tot zelfs 28% bij de cocaïnecliënten.

Behandelings- en verslavingsprofiel

De cannabiscliënt blijkt het vaakst verwezen door een justitiële of politionele instantie; tweemaal zoveel als de opiaatcliënt. Ook met betrekking tot het behandelingsverleden tekenen zich enkele duidelijke verschillen af. Cannabiscliënten zijn – met 58% nieuwe instromers – het vaakst nog niet eerder in behandeling geweest voor een verslavingsprobleem. Voor de andere productgroepen overstijgt het aantal zogenaamde terugkomers steevast het aantal nieuwe instromers. Opiaten vormt daarbij de uitschieter met 6 terugkomers op 7 cliënten.

Cannabiscliënten hebben het vaakst een “geïsoleerd” probleemproduct in die zin dat ze niet zo vaak kampen met andere producten dan hun voornaamste product. Bij de andere cliëntgroepen daarentegen komt er vaker ook een ander probleemproduct op de proppen. Bij één op drie gaat het daarbij om cannabis. Bij de opiaatcliënten komt bovendien ook cocaïne in een derde van de gevallen in het vizier.

Er zijn nauwelijks verschillen tussen de productgroepen qua gemiddelde gebruiksduur van het voornaamste product. Voor elke groep geldt dat de nieuwe instromers gemiddeld pas 10 jaar na het eerste gebruik in behandeling komen. Naar verwachting is het risico-gedrag dat gepaard gaat met injecteren het hoogst bij de opiaatgroep: de helft heeft ooit gespoten en een kwart deelde ooit spuiten of naalden. Ook bij de amfetaminecliënt is er een aanzienlijk deel dat risicovol injecteergedrag heeft vertoond.

Tot slot

Bovenstaande bijdrage is gebaseerd op een weerspiegeling van de ‘gemiddelde’ profielen en toont duidelijk aan dat de TDI-profielen uiteenlopen naargelang het voornaamste product. Tegelijk moeten we echter op onze hoede zijn voor ongenuanceerde uitspraken gezien er binnen elke productgroep een grote verscheidenheid is.

Volgende vraag komt alvast bovendrijven: doen we er goed aan om een productgericht aanbod te overwegen?

Geert Lombaert (juni 2023)

Aanverwante info: klik door voor onze kwaliteitspagina