Liaison Illegale middelen: enkele casussen in de kijker

In de verschillende netwerken geestelijke gezondheidszorg lopen sinds enige tijd LIM-projecten (*) die inzetten op de ontwikkeling van zorgtrajecten voor personen met een primaire diagnose van zware en/of chronische mentale aandoening(en) die rechtstreeks verband houden met het gebruik van illegale drugs. Bedoeling is om de treatment gap te verminderen en het zorgaanbod te vergroten (2). Gewone spoeddiensten, PAAZ-, OCMW- of CAW-diensten worden op die manier ondersteund zodat hulpverlening extra zuurstof krijgt en effectiever kan werken met deze groep van kwetsbare (zorgwekkende) zorgmijders. Ook zij hebben immers recht op aangepaste zorg. We illustreren dit met enkele casussen

(*) LIM: Liaison Illegale middelen

Casus Voenke-project uit Noord-West-Vlaanderen (NOWE)

Samenwerking in de zorg – wanneer begeleiding dreigt vast te lopen

Binnen het netwerk van NOWE werd recent een casus aangemeld door een netwerkpartner die de zorg voor een man van in de dertig op zich nam. De aanmelding gebeurde telefonisch, waarbij samen het aanmeldingsformulier werd overlopen. Het gaat om een cliënt met een meervoudige problematiek: een langdurige afhankelijkheid van illegale middelen zoals cannabis, speed en cocaïne, en bijkomend een diagnose van autisme en ADHD.

Tijdens de aanmelding werd de voorgeschiedenis van de cliënt uitvoerig besproken. Zo kwam naar voren dat er al meerdere opnames zijn geweest, die telkens vroegtijdig werden stopgezet, wat leidde tot frustratie en gevoelens van machteloosheid bij zowel cliënt als begeleiders.

Zoals gebruikelijk werd de casus na registratie ingebracht in de wekelijkse teamvergadering van Voenke, in aanwezigheid van onze betrokken artsen. Na overleg werd een terugkoppeling gedaan naar de netwerkpartner, met wie ook een verdiepend gesprek plaatsvond om de situatie verder uit te diepen. Tijdens dat overleg gaf de netwerkpartner aan zich op een dood spoor te bevinden: “Ik weet niet meer wat ik nog kan betekenen in deze begeleiding,” klonk het. De opname die recent plaatsvond had immers niet het gewenste effect gehad, en de vroegtijdige stopzetting leidde tot het gevoel dat er geen passende hulp meer voorhanden is.

Het team van Voenke besloot daarop de casus verder op te nemen. Om de druk op de netwerkpartner te verlichten, sloten medewerkers van Voenke aan bij de huisbezoeken en namen die voor een korte periode deels over. Op die manier werd ruimte gecreëerd voor de netwerkpartner om even afstand te nemen en opnieuw overzicht te krijgen.

Daarnaast werd er gekozen om VZW Viktor te betrekken, een organisatie die expertise biedt rond autisme. Het doel was om meer duidelijkheid te krijgen over de specifieke noden van de cliënt binnen dat kader. Ook werd een ervaringsdeskundige van Voenke ingeschakeld om in gesprek te gaan met de cliënt, met bijzondere aandacht voor diens gevoelens en beleving.

Op het einde van deze intensieve ondersteuning werd opnieuw samengezeten met alle betrokken partijen. Tijdens dit gesprek werd het afgelegde traject geëvalueerd en werd nagegaan hoe de netwerkpartner zich op dat moment voelde in de begeleiding. Deze gezamenlijke reflectie hielp om opnieuw richting te vinden en het geloof in verdere samenwerking en mogelijke stappen in de begeleiding te versterken.

Deze casus toont duidelijk aan hoe belangrijk het is om binnen een netwerk de handen in elkaar te slaan, zeker wanneer situaties dreigen vast te lopen. Samenwerking, communicatie en het tijdelijk herverdelen van verantwoordelijkheden kunnen het verschil maken — voor zowel de cliënt als de hulpverleners.

Casus De Sleutel uit Oost-Vlaanderen (PAKT)

Een hart onder de riem

Op een van de diensten waarmee het project Liaison Illegale Middelen (LIM) nauw samenwerkt, werd een jonge man aangemeld met een verslavingsproblematiek in combinatie met psychotische kenmerken. De cliënt had zelf de hulpdiensten verwittigd omdat hij aanvoelde dat het niet goed ging en hij donkere gedachten had.

Binnen de dienst werd de casus uitgebreid besproken tijdens het multidisciplinair overleg, waar zowel artsen, verpleegkundigen, de sociale dienst als twee medewerkers van het LIM-project aanwezig waren. In het overleg kwamen de kwetsbaarheden en het middelenmisbruik ruim aan bod. De cliënt gebruikte cannabis, alcohol en experimenteerde met verschillende synthetische stimulantia.

De twee medewerkers van het project — in dit geval een psychiatrisch verpleegkundige en een ervaringswerker — sloten aan bij het overleg. Zij bieden mogelijk een extra blik op illegale middelen en verslaving, maar zijn er vooral om specifieker en cliëntgericht te werken. Tevens proberen zij zachtheid en bewustzijn te brengen rond het stigma dat vaak nog bestaat ten aanzien van mensen met een verslaving.

Tijdens het gesprek met de cliënt leek het aangewezen om de verschillende mogelijkheden voor vervolgzorg toe te lichten. Vanuit dat gesprek vond de cliënt zelf de kracht om stappen te zetten in zijn traject. Hij kreeg een intakegesprek bij het ambulant centrum van De Sleutel, waarbij hij zijn kansen greep en intussen de nodige ondersteuning krijgt van zijn individueel begeleider en de lotgenoten uit de herstelgroep.

Bij een later weerzien in het centrum van De Sleutel vroegen we aan deze jongeman hoe hij zijn motivatie had teruggevonden. Daaruit bleek dat het bezoek op de crisisdienst van de medewerkers van het LIM-project doorslaggevend was geweest. Hij voelde zich gezien en vond (h)erkenning bij de ervaringswerker. Door de uitleg over de verschillende mogelijkheden van vervolgzorg vond hij opnieuw hoop. Hij noemde het zelf “een hart onder de riem”, op een moment dat er echt toe deed.

Aanverwante info

Professionals ondersteunen zodat ze terug verder kunnen in een moeilijk traject : “We nemen de zorg niet over, maar ondersteunen professionals zodat ze terug verder kunnen in een moeilijk traject” lees meer