“We nemen de zorg niet over, maar ondersteunen professionals zodat ze terug verder kunnen in een moeilijk traject”

Hoe ondersteun je als OCMW- of CAW-medewerker een cliënt waarvan je weet dat er eigenlijk veel meer hulpverlening nodig is. Niet alle mensen staan immers open voor gespecialiseerde hulp. Zorgmijders vragen een specifieke aanpak.

We maken kennis met het Voenke-project in Noord-West-Vlaanderen en gaan in gesprek met liaison-medewerker Macy Notredame, één van de psychiatrisch verpleegkundigen binnen het project. Het project loopt sinds begin dit jaar binnen het NOWE-netwerk (1) en richt zich naar professionals die mensen begeleiden met ernstige psychiatrische aandoeningen in combinatie met gebruik van illegale middelen. Ook ervaringsdeskundige Mona vult aan. Aan het liaisonteam is eveneens een maatschappelijk werker, een verslavingsarts en een psychiater verbonden.

Welke aanpak hanteren jullie als liaisonmedewerker?
Macy Notredame
: We richten ons specifiek op de hulpverleners binnen het landschap. We werken dus minder op cliëntniveau. In de praktijk bieden we ondersteuning aan zorgverleners die vastlopen in bepaalde trajecten bij mensen met die dubbele diagnose. Bijvoorbeeld als men vastloopt in het reguliere zorgnetwerk. Of als cliënten de weg naar hulp niet (meer) vinden of hulp mijden. Concreet kan je als OCMW-medewerker, of vanuit een CAW bij ons terecht bijvoorbeeld omdat je het hulpverleningslandschap niet zo goed kent. Dan ondersteunen we waardoor er toch een concrete aanmelding kan worden gedaan.

Jullie aanbod heet Voenke, een West-Vlaams woord voor “vonk”…
Macy: Daarmee willen we niet alleen zeggen dat we er zijn voor de hulpverleners die soms vastlopen in een traject, die het niet meer weten, maar ook voor diegenen die soms opgebrand dreigen te raken. We willen m.a.w. het vonkje opnieuw aanwakkeren om met deze moeilijke doelgroep verder aan de slag te gaan.

Om welk soort cliënten gaat het meestal en hoe gaan jullie te werk?
Macy:  Hulpverleners doen een beroep op ons omwille van onze expertise over de dubbele problematiek. Vaak gaat het over cliënten die al veel geshopt hebben. Zo krijgen we regelmatig vragen bijvoorbeeld vanuit psychiatrische thuisbegeleiding of een mobiel team om een probleem te verhelderen. Of we krijgen vragen na een aanmelding vanuit een PAAZ of een adviesvraag rond een casus in een psychiatrisch ziekenhuis. Qua problematiek krijgen we bijvoorbeeld aanmeldingen voor mensen die kampen met psychose. Evengoed gaan we soms op vraag van de ambulante hulpverlening COVIAS, mee op huisbezoek bij een cliënt van hen. Vaak omdat ze het ook even niet weten. Op die manier bieden we  ademruimte aan de hulpverlener.  We krijgen ook vragen van thuisverpleging, huisartsen of OCMW’s. We houden de drempel laag en bekijken altijd eerst de ambulante piste. De doelstelling is dat hulpverlening die er al is, niet afhaakt. Indien nodig installeren we extra hulpverlening.

Macy (tweede van rechts, samen met enkele outreachcollega’s van het Voenke-team): “Kleine dingen kunnen een verschuiving in gang zetten waardoor iemand de kracht vindt om op een afspraak te geraken.”


Werkt Voenke dan vooral complementair?
Macy: Inderdaad. Er bestaat immers al heel veel en we willen daar een aanvulling op zijn. We sturen bij als iets niet goed werkt, stemmen ons aanbod af op de noden, op wat nodig is voor deze doelgroep. We willen de zorgcontinuïteit waarborgen, een brug slaan met GGZ én met welzijnsorganisaties en zo de samenwerking versterken. We zijn onze werking trouwens nog volop aan het bekendmaken. Denk aan een OCMW-medewerker die merkt dat bepaalde cliënten hun afspraken niet trouw nakomen. Vaak is dat gelinkt aan hun financiële situatie (niet evident bij onze doelgroep). We zorgen er dan voor dat die persoon wekelijks komt en zo leefloon of een weekbudget krijgt. We werken altijd in nauw overleg met netwerkpartners.

Welke andere opdrachten vervullen jullie?
Macy: We zoeken samen naar passende zorgprogramma en trajecten. Zo kunnen we iemand die zelf zijn budget probeert te beheren adviseren om naar OCMW te gaan, of als er veel schulden zijn suggereren we bewindvoering. We werken altijd met kleine tussenstappen. We gaan naar de plaatsen waar de doelgroep aanwezig is. We werken dus vindplaatsgericht en zijn aanwezig waar nodig. Zo is een collega op woensdag aanwezig in MSOC-Oostende (Instuif), doen we regelmatig een terugkoppeling rond specifieke casussen. Op andere dagen is iemand van het team in het inloophuis Sas in Brugge, in het doorgroeihuis in Oostende. We bekijken ook welke samenwerking kan gerealiseerd worden met de High Intensive Care (HIC) binnen het psychiatrisch ziekenhuis OLV in Brugge. Het is verder onze taak om noden en knelpunten in het zorgnetwerk en bij de cliënten te signaleren. We merken bijvoorbeeld dat er voor een korte opname weinig mogelijkheden zijn voor deze doelgroep. Bijvoorbeeld om enkele dagen rust te bieden voor bepaalde mensen (los van oplossing middelenproblematiek).

Wat is de meerwaarde van jullie aanpak?
Macy: Door onze aanwezigheid ondersteunen we de hulpverlener in zijn contact met een bepaalde cliënt. Als we tijdens zo’n contact mee aansluiten, leggen we vooraf onze werking uit, we maken aan de cliënt duidelijk dat het bijvoorbeeld over illegale middelen zal gaan. Voor hulpverleners is dat vaak een drempel. Ze hebben daar zelf weinig of geen handvaten voor. We stellen specifiekere vragen, waardoor er een toegangspoort gecreëerd wordt. Dankzij de aanwezigheid van een ervaringsdeskundige hebben we ook en extra ingangspoort.

Werken in duo met ervaringsdeskundige

Macy wijst erop dat er bijna steeds in duo wordt gewerkt. De aanwezigheid van een ervaringsdeskundige naast de hulpverlener zorgt ervoor dat het gesprek makkelijker op gang gebracht wordt. Er komen vaak nieuwe zaken naar boven die de vaste begeleider nog niet wist.  

Mona: Als ervaringsdeskundige begrijpen we de gevoelswereld van de cliënt beter, zeker als het gaat over verslaving. Wie nog in het gebruik zit, heeft vaak nog weerstand tegenover professionals. Het deurtje kan echter op een kier geraken als ze weten dat er gepraat wordt met iemand die zelf ook in verslaving heeft gezeten. Het werken met ervaringswerkers heeft ook voor teammembers een meerwaarde. Door bijvoorbeeld binnen te brengen hoe ikzelf bepaalde drugs of situaties heb ervaren,… Zo’n persoonlijke toelichting gaat soms dieper dan wanneer je dezelfde info leest.

Jullie nemen het traject niet over, maar zorgen voor een betere match tussen cliënt en hulpverlener?
Macy: Klopt: We werken ook nog niet meteen oplossingsgericht. Soms wil de cliënt immers (nog) niet in behandeling of hebben hulpverleners een andere visie op hulp dan de cliënt zelf. Zo kan harm reduction een optie zijn. Dat brengen we dan in kaart om met de bedoeling tot een traject te komen dat de cliënt ziet zitten en waarmee de hulpverlener akkoord kan gaan. Op die manier blijven ze aanhaken en blijft de hulpverlener ook gemotiveerd om nieuwe kansen te geven.

Kan je dat illustreren?
Macy: Gewoon door wekelijks in het MSOC aanwezig te zijn, maken we een brug. We proberen iets te betekenen voor deze mensen. Kleine dingen kunnen een verschuiving in gang zetten waardoor iemand de kracht vindt om op een bepaalde afspraak te geraken, om financiële hulp te vinden of om een contact met familie te herstellen,…  Ik denk ook aan onze tussenkomst bij een maatschappelijk werker. Door er vooraf met ons over te spreken heeft ze nadien durven doorvragen naar het middelengebruik (over welke middelen gaat het?). Achteraf was deze hupverlener dankbaar omdat ze het had aangekaart, ook al waren we er zelf niet bij. We hadden haar gewoon enkele tools aangereikt.

Zijn er ook uitsluitingsregels voor ondersteuning?
Macy: We kunnen geen hulp opstarten als ze jonger zijn dan 18 jaar of als het enkel om alcohol gaat. Het moet om illegaal middelengebruik gaan. Bij mensen in detentie bieden we pas ondersteuning eenmaal ze vrij zijn onder voorwaarden, dus niet in gevangenis.

Hoe ga je best te werk met mensen in dergelijke moeilijke trajecten?
Macy: Beluister steeds goed de client en bepaal als zorgverlener niet de te nemen stappen alleen. Hulpverleners willen bij voorkeur veranderingsgericht aan de slag. Maar wat als dat niet strookt met de wil van de cliënt? Bij aanklampende zorg gaat het vaak om zoeken naar motivatie. Motiverende gespreksvoering is hier een belangrijke methodiek. Het is belangrijk dat een hulpverlener niet gaat overnemen, te oplossingsgericht zaken plant. Denk aan het vastleggen van een afspraak met een bepaalde instantie,… Terwijl we weten dat die persoon daar niet zal opdagen. Met onze expertise en kennisdeling kunnen we samen tot een inzicht komen. Van deze persoon mag je misschien inderdaad niet meteen zo’n grote stap verwachten. Ook de inbreng van onze ervaringswerker is belangrijk. Als iemand die het zelf heeft meegemaakt uitlegt waarom iets niet gaat werken, dan heeft dat meer impact. Of als iemand zegt “ik wil in opname”, maar die hulpvraag fluctueert nogal. Dan wijs je die persoon er best op, dat je toch wel die en die stappen best zet als je echt in opname wil. Bijvoorbeeld: het lijkt ons beter om daarnaartoe te gaan. Als dat gelukt is, kan men daar dan aanhaken…. We nemen dus niet over. We staan er als dienst naast, We doen niet zelf de begeleiding. In de ondersteuning kunnen we dan de cliënt polsen over een bepaald traject en dat dan naast het voorstel leggen van de hulpverlener. Als de cliënt het voorstel niet ziet zitten dan gaan we dat niet bruskeren. Dat is ook mijn persoonlijke drive om aan de slag te gaan met deze mensen: ze verdienen aangepaste zorg. Ook zij verdienen het om geholpen te worden.

Paul De Neve (september 2025)

Aanverwante info

Maak hier kennis met enkele casussen

Het Liaison-model: een brug naar passende zorg voor mensen met een dubbele diagnose: Lees meer (vanuit Oost-Vlaams perspectief ism PAKT)

(*) LIM: Liaison Illegale Middelen

(1) NOWE is één van de 20 Belgische netwerken voor geestelijke gezondheidszorg voor volwassenen en zijn het resultaat van de hervormingen in de geestelijke gezondheidszorg voor volwassenen door de Interministriële Conferentie (IMC) Volksgezondheid

Macy Notredame: “Ook zorgmijders verdienen het geholpen te worden”
Hoe kwam het Voenke-project tot stand? (lees meer onderaan)

Het Liaison-model vanuit Oost-Vlaams perspectief: lees meer

Hoe kwam het Voenke-project tot stand?

In de verschillende netwerken geestelijke gezondheidszorg lopen sinds enige tijd LIM-projecten (*) die inzetten op de ontwikkeling van zorgtrajecten voor personen met een primaire diagnose van zware en/of chronische mentale aandoening(en) die rechtstreeks verband houden met het gebruik van illegale drugs. Bedoeling is om de treatment gap te verminderen en het zorgaanbod te vergroten (2). Gewone spoeddiensten, PAAZ-, OCMW- of CAW-diensten worden op die manier ondersteund zodat hulpverlening extra zuurstof krijgt en effectiever kan werken met deze groep van kwetsbare (zorgwekkende) zorgmijders. Ook zij hebben immers recht op aangepaste zorg.

“PC Sint-Amandus is penhouder van het Voenke-project in nauwe samenwerking met De Sleutel. De samenwerking past in de integratie van de verslavingszorg in de bredere GGZ. Het is meteen een hefboom om te komen tot een bredere en meer gepaste hulpverlening voor mensen met een verslavingsproblematiek en ernstige psychiatrische problematiek”, zo stelt Yves Vandekerckhove, afdelingshoofd van het Liaisonteam illegale drugs NOWE. Het is geen eenvoudige doelgroep. Soms zorgen mensen voor overlast of worden ze geweerd bijvoorbeeld op spoed.
De samenwerking met PC Sint-Amandus ligt voor de hand, gezien het ambulant centrum van De Sleutel in Brugge vanaf 2027 integreert met deze zorggroep opererend vanuit Beernem. We bundelen heel wat expertise en hebben een sterk complementair – ambulant en residentieel – aanbod voor deze doelgroep”, aldus Hilde Vandewoestyne, afdelingshoofd van ambulant centrum Brugge.

De Sleutel participeert ook in een soortgelijk LIM-project ism PAKT (GGZ-netwerk in Oost-Vlaanderen).  In elk netwerk wordt de methodiek op een autonome manier uitgewerkt. Dit betekent dat er in de aanpak regionale verschillen zijn. Op gepaste tijden is er wel intervisie en worden goede praktijken uitgewisseld tussen alle projecten.