Foto van de cliënt: het cliëntenprofiel op basis van de TDI anno 2024
Overeenkomstig de Wet op de Patiëntenrechten heeft elke cliënt/bewoner recht op een kwaliteitsvolle zorg, aangepast aan zijn of haar behoeften en zorgvraag. Diezelfde wet verplicht elke zorgverlener daarom ook tot het bijhouden van een zorgvuldig dossier. In dit dossier staan alle gegevens die nodig zijn om goede zorg te verlenen. De Treatment Demand Indicator (TDI) maakt deel uit van dit zorgdossier. De TDI is een minimum-set van gestandaardiseerde gegevens die bevraagd worden bij een eerste face-to-face contact van elke nieuwe behandelperiode.
De gegroepeerde TDI-gegevens bieden inzichten omtrent de bredere cliëntenpopulatie en evoluties doorheen de jaren. In onderstaand artikel beschrijven we de ‘foto’ van de cliëntcohorte van 2024; dit zijn de cliënten en bewoners die in 2024 een behandeling startten in De Sleutel. Deze foto is gebaseerd op 1863 cliënten. De ambulante centra staan in voor 86% van de gegevens, terwijl het DOC, de TG’s en het RKJ respectievelijk 10%, 2% en 2% vertegenwoordigen.
Geslacht, leeftijd en nationaliteit
Een op vijf cliënten (of 20%) die in 2024 een beroep doen op De Sleutel voor hun behandeling zijn vrouwen. In vergelijking met 2023 is het aandeel vrouwen stabiel gebleven. Naargelang het type centrum loopt dit echter uiteen: het Detox & Oriëntatiecentrum (DOC) en de Therapeutische Gemeenschappen (TG’s) hebben een nog meer uitgesproken ‘mannelijk’ profiel (resp. 85% en 89% mannen) dan de ambulante centra en het jongerenprogramma RKJ (resp. 79% en 78%).
Een kwart van de cliënten (25%) is jonger dan 25 jaar. De gemiddelde leeftijd stijgt langzaam verder: van ruim 30 jaar in 2019 naar ruim 32 jaar in 2024. In het DOC en de TG’s is de cliënt in behandeling gemiddeld iets ouder (resp. 35 en 36 jaar), terwijl het RKJ per definitie de jongste cliënten in behandeling heeft (gemiddeld 16 jaar).
Van alle nieuw gestarte cliënten in 2024 heeft ruim 96% de Belgische nationaliteit. Bij de niet-Belgen draagt 1% een EU-nationaliteit en ruim 2% de nationaliteit van een land buiten de Europese Unie. In vergelijking met 2023 merken we een afname van het aandeel niet-Europeanen.
Doorverwijzende instantie en behandelverleden
Ruim een op drie cliënten (37%) komt in 2024 op eigen initiatief naar De Sleutel, terwijl 8% hiertoe door familie of vrienden werd aangezet. De justitiële verwijzingen zijn met 30% zeer omvangrijk in De Sleutel, terwijl doorverwijzingen door andere zorgverleners veel lager scoren: 7% door de drughulpverlening, 6% door welzijnsvoorzieningen, 5% vanuit ziekenhuizen en 4% vanwege huisartsen.
Tussen de centra van De Sleutel zijn er merkwaardige verschillen: het aandeel verwijzingen vanuit de drughulpverlening is veel groter in de TG’s en het DOC (resp. 43% en 29%), terwijl het omgekeerde geldt voor de verwijzingen door justitie (9% in TG en 12% in DOC versus 25% in het RKJ en 33% in de ambulante centra).
Op basis van de TDI-registratie maken we het onderscheid tussen nieuwe cliënten (‘nieuwkomers’) en cliënten die reeds eerder in behandeling zijn geweest (‘terugkomers’). In 2024 is 41% van de cliënten in De Sleutel nieuw; dit houdt in dat ze nog niet eerder in behandeling zijn geweest voor problemen in verband met middelengebruik. In lijn met de voorgaande jaren is het aandeel nieuwkomers verder gestaag gedaald (zie grafiek).
Andermaal zijn er duidelijke verschillen tussen de centra. De ambulante centra en het RKJ bereiken voor bijna de helft (resp. 45% en 47%) nieuwkomers terwijl in het DOC en de TG’s weinig of geen eerste behandelingen voorkomen maar veeleer terugkomers in behandeling gaan (met respectievelijk ‘slechts’ 14% en 7% nieuwe cliënten).
Leef- en woonsituatie
Een op zeven cliënten (14%) had de afgelopen maand meestal geen vaste verblijfplaats, maar woonde op verschillende plaatsen, op straat, in een instelling of in de gevangenis. Drie op 10 cliënten (30%) woonde alleen, terwijl meer dan een kwart (26%) samenwoonde met een partner en een ander kwart (25%) met de ouders.
Opmerkelijk is verder dat 21% van de cliënten aangeeft dat ze gedurende de afgelopen maand samengewoond hebben met kinderen jonger dan 18 jaar, waarvoor ze verantwoordelijk zijn.
Opleidingsniveau en arbeidssituatie
Twee op vijf cliënten/bewoners in 2024 (40%) behaalde niet meer dan een diploma lager onderwijs, terwijl 12% hoger onderwijs heeft afgewerkt. In vergelijking met 2023 zijn deze aandelen stabiel. Het opleidingsniveau van de cliënten in de ambulante centra is het hoogst met 14% hoger opgeleiden.
Van de cliënten die in 2024 een behandeling zijn gestart is ruim een derde (36%) regulier tewerkgesteld, terwijl 27% arbeidsongeschikt is en 21% werkloos. In vergelijking met 2023 treden er geen verschuivingen op met betrekking tot de arbeidssituatie van de cliëntpopulatie. Het aandeel tewerkgestelden is in de ambulante centra (41%) hoger dan in het DOC en de TG’s (respectievelijk 11% en 0%). Een op acht (12%) is student. Logischerwijze scoort het RKJ hier het hoogst (89% scholieren) terwijl dit in het DOC en de TG’s beperkt is tot respectievelijk 1% en 0% studenten.
Voornaamste drug- en spuitgedrag
Naast bovengenoemde socio-demografische eigenschappen neemt de TDI uiteraard ook enkele druggerelateerde kenmerken onder de loep; met name het voornaamste product dat aanleiding geeft tot de vraag naar behandeling en het spuitgedrag zijn cruciale gegevens.
Met betrekking tot het voornaamste product blijft cannabis met 36% dé koploper binnen de populatie van De Sleutel, al is het aandeel cannabisgerelateerde hulpvragen sinds 2020 dalende (zie grafiek). Cocaïne daarentegen zet zijn opmars verder en vormt bij 31% van de nieuw gestarte cliënten in 2024 het voornaamste product dat aan de basis ligt van de hulpvraag. De productgroep van stimulantia blijft ook in 2024 schommelen rond 16 à 17%, terwijl de groep van opiaten (voornamelijk heroïne) met 4% nauwelijks nog vertegenwoordigd is binnen de cliëntenpopulatie.
De productprofielen lopen sterk uiteen naargelang het type centrum. In de ambulante centra is het ‘cannabiscliënteel’ sterk vertegenwoordigd (40% in 2024), terwijl de andere productgroepen op ruime afstand volgen (30% cocaïne, 16% stimulantia en 4% opiaten). Binnen het jongerenprogramma (RKJ) is het gewicht van cannabis als belangrijkste product nog hoger (63%). De ‘foto’ in het DOC is helemaal anders: de cocaïnegroep is veruit de grootste groep en neemt verder toe (tot 43% in 2024), terwijl ook andere stimulantia aan belang lijken te winnen (19% in 2024). De productgroep van opiaten verliest ook in het DOC verder terrein (9% in 2024), net zoals cannabis (11%). Ook in de TG’s zijn opiaten verder teruggelopen en voor het eerst gezakt naar de vierde plaats (9%), terwijl het belang van cocaïne sterk gestegen is (38%) en stimulantia (20%) op ruime afstand volgen. Net zoals in het DOC blijft het aandeel ‘cannabiscliënteel’ met 11% ook laag in de TG’s.
Een op acht (12%) van de nieuw gestarte cliënten in 2024 heeft ooit drugs geïnjecteerd, waarvan een vierde dit ook in de afgelopen 30 dagen heeft gedaan (3% recente spuiters). Ook met betrekking tot het spuitgedrag loopt het profiel tussen de types centra uiteen. In het RKJ vinden we geen enkele spuiter onder de jongeren, gevolgd door de ambulante centra (met 9% ooit- en 1% recente spuiters). Aan de andere kant van het spectrum vinden we het DOC (met 31% ooit- en 13% recente injecteerders) en de TG’s (met 45% ooit- en 9% recent gespoten).