Als justitie naar drughulpverlening verwijst… Goed blijven werken terwijl een stok achter de deur staat (interview)
Over onze ambulante afdelingen heen noteren we jaarlijks 2800 aanmeldingen. Daarvan werden er vorig jaar 26% verwezen via justitie. In 2022 waren dat er 28%. Wat zijn de uitdagingen bij deze cliënten? We spreken Miek in ambulant centrum De Sleutel Antwerpen, aan de vooravond van haar pensioen. Ze werkte er 27 jaar en fungeerde als aanspreekpunt justitie.
Miek vertelt dat justitiecliënteel haar altijd heel sterk heeft geïnteresseerd. “Ook al lijkt dat cliënteel verbazend hard op de niet-justitieklanten. Alleen komt er veel meer bij kijken.” Dan heeft ze het over de dubbele problematiek: de mensen die naar De Sleutel MOETEN komen, over mensen kansen geven. De samenwerking met de justitiehuizen vond ze altijd boeiend: niet alleen de procedures, ook elke betrokken partij de eigen job laten doen.

Miek: “Justitiecliënten komen naar ons na detentie en dit vooral op verwijzing van het Justitiehuis. We krijgen justitiecliënteel in allerlei statuten: van vrij onder voorwaarden – proces nog af te wachten – tot voorwaardelijk vrij na een lange detentie. Daarbij is er één constante: ze kregen als voorwaarde dat ze zich moeten laten begeleiden voor hun drugprobleem. Geïnterneerden zien we minder frequent”.
Is er een aparte aanpak voor mensen die worden verwezen door justitie, zo willen we weten.
Miek: ”Eigenlijk niet echt. Iedereen met een drughulpverleningsvraag is even welkom, ongeacht hun verwijzer. We beluisteren iedereen, en zoeken voor iedereen een gepast antwoord op hun vraag. Justitiële verwijzingen zijn hulpvragers zoals alle andere. Maar ik erken dat een justitiële verwijzing een aparte manier van werken vereist. Beide uitgangspunten zijn correct en hebben hun waarde. Iedereen die in een ontwenningscentrum langskomt, ‘moet’ op een of andere manier iets aan het druggebruik doen. Als er geen probleem was, als alles mét gebruik koek en ei was, zouden ze niet komen. Soms is er – ook bij eigen initiatief – steun en/of druk van derden. Ze moeten van hun geld, van hun lief, van hun ouders, van hun werk, van hun toekomst, van zichzelf, ….ze moeten/willen veranderen. Justitieklanten willen evengoed een beter leven, maar een derde partij – die macht heeft over iets belangrijk als hun vrijheid – kiest geheel of gedeeltelijk in hun plaats. De drugbegeleiding wordt hen uitdrukkelijk opgelegd.
Justitie-aanmeldingen zijn deels specifiek, omdat de aangemelde ‘justitiabelen’ – het is een term vanuit justitie voor de mensen die zij opvolgen’- die hulpvraag niet altijd zelf 100 % hebben. Sommige wel. Andere niet. Soms wordt de externe motivatie, interne motivatie. Soms is de belangrijkste hulpvraag zo snel als mogelijk van ons vanaf zijn, uiteraard zonder justitie kwaad te maken. Het MOETEN speelt voor de meesten ergens een rol. Soms zo’n belangrijke rol, dat het hun medewerking fel beïnvloedt.”
Dan is er eigenlijk wel een speciale aanpak?
Miek: ”Justitie, justitiecliënteel is een expertisegebied zoals een ander. Je kan daar ervaring en kennis in opbouwen, je hebt daar meer of minder feeling voor. Aangezien ‘de’ justitieklant niet bestaat, zomin als ‘de’ verslaafde of enig ander label. Ze zijn meer of minder gemotiveerd, meer of minder complex, hebben meer of minder dubbele diagnose, een bijkomend agressieprobleem, getraumatiseerd voor of getraumatiseerd door de gevangenis, antisociaal, detentieschade… we proberen gewoon het juiste profiel te matchen aan de juiste hulpverlener.
Het is bij justitieverwijzingen soms moeilijk uit de vooroordelen te blijven. De meest geventileerde: ze zijn niet gemotiveerd, ze komen alleen omdat ze moeten. Maar ook dan kan je proberen vanuit ‘goesting voor dit cliënteel’ een omslag te maken. Nog meer geduld hebben, mensen correct beluisteren. Vertrouwen schenken. Eerlijk en transparant zijn over de samenwerking met justitie. Mild kijken maar je niet laten manipuleren of overvleugelen of als excuustruus gebruiken. Een deel justitiemensen is meer dan doorsnee, op zoek naar onze evaluatie dat er géén probleem is, dat de behandeling niet nodig is of alleszins snel mag stoppen. Dan kunnen we problemen krijgen met onoprechte medewerking en niet waarheidsgetrouwe verhalen. Dan wordt het moeilijker. We zijn hulpverleners, getraind om goede dingen te doen. Dat maakt het ook soms moeilijker.
Verslaafde mensen die op eigen initiatief aanmelden, volgen evengoed hobbelige paden. Toch bepalen zij veel meer hun eigen speelruimte dan mensen waar justitie over de schouder meekijkt. Wie MOET van justitie, zit in een andere situatie. Aan de hulpverlener om daar de juiste weg in te zoeken.
Algemeen, komt de verwijzer justitie, met een paar extra afspraken over communicatie tijdens en na de behandeling.”
Hoe bouw je in dit soort trajecten een relatie op met de cliënt zonder in conflict te komen met justitie ?
Miek: “In het begin geven we veel uitleg en hebben we veel geduld. Je moet mensen correct beluisteren, vertrouwen schenken, eerlijk en transparant zijn over de samenwerking met justitie. Ik werk vanuit een driehoek op mijn bord: de cliënt, de hulpverlening, justitie. Drie partijen. Elk met hun eigen verantwoordelijkheden. Justitie legt voorwaarden op en controleert ze. Die voorwaarden zijn nogal stereotiep: geen drugs of alcohol, een vast adres hebben, naar de justitie-assistent gaan, werk houden of zoeken… Als hulpverlener ken je de voorwaarden doorgaans wel, maar ze zijn niet onze job. Het zorgt ervoor dat mensen naar ons komen”.
Maar alleen die voorwaarde, volstaat niet. Het is de hulpvraag van de cliënt die triggert om samen aan het werk te gaan, om het druggebruik te verminderen, alternatieven te zoeken zodat ze anders gelukkig kunnen worden.
Miek: ”Bij ons eerste gesprek leg ik uit hoe de begeleiding te werk gaat: wat is therapie, waarom vragen we alles wat we vragen voor we aan een behandelplan toekomen? Het moet niet altijd over gebruiken en stoppen gaan. Misschien winnen we eerst vertrouwen via andere domeinen waar de cliënt vragende partij is. Via die toegang kan de samenwerking dan starten”.
Miek wijst erop dat alle inhoudelijke informatie over de therapie in huis blijft. “Wat besproken wordt tussen cliënt en begeleider, blijft vertrouwelijk, blijft tussen de muren van het centrum. We doen urinecontroles, bespreken de uitslag, maar geven die resultaten niet mee. Het is voor strikt intern therapeutisch gebruik, onze controles mogen extern niet als drukkingsmiddel dienen. Zo proberen we ook fraude overbodig te maken. Sommige cliënten blijven ons verdenken van gekonkelfoes met hun justitie-assistent in hun nadeel. Dat doen we niet. We houden het bij formele informatie, een lijst van aan/afwezigheden. En daarnaast simpele attesten die we grondig uitleggen. Als iedereen op het eigen terrein blijft, loopt dat doorgaans goed. Ik ken trouwens ervaren justitie-assistenten die niet enkel hun job correct doen en maar ook goede hulpverleners zijn. Ik werk graag met hen samen.”
Is er verschil in output als cliënten door justitie worden verwezen?
Miek: “Sommigen doen het goed dankzij justitie, anderen ondanks justitie. Zonder die druk zouden velen niet komen, terwijl ze het absoluut nodig hebben. Dat is een belangrijke verdienste van justitie. Zo bedoelen zij de verwijzing in sé ook: liever iemand back-on-track via de hulpverlening, dan telkens weer in de gevangenis. Niet iedereen ziet dat als een kans. Ze dagen niet op of haken direct af, ondanks de gevolgen justitieel. Sommigen stoppen zodra de voorwaarden aflopen. Anderen blijven komen omdat ze inzicht hebben en vooruit willen… Of ze komen terug nadat hun eigen weg toch niet zo goed bleek uit te pakken. Of ze houden contact lang na de verplichte begeleidingsperiode.”
Het klopt dat mensen die via justitie komen dikwijls kampen met meer complexe problemen, ingewikkelder profielen hebben. Trauma, agressie, moeilijke jeugd, gebroken gezinnen. Ernstige bijkomende detentieschade. Relatie, werk, huis kwijt. Curriculum vitae met gaten en een strafblad erbij. Van nul herbeginnen. Slechte keuzes gemaakt. Iets gedaan dat volgens de wet niet mag. Naast afkicken van producten, moeten sommigen ook afkicken van criminele activiteiten en gemakkelijk geld (defiance).
TANDEM
Voor mensen verwezen vanuit de gevangenis is er een aparte toegangspoort?
Miek: “Klopt. TANDEM is er specifiek voor mensen die nog gedetineerd zijn en een bewijs nodig hebben dat ze na hun vrijlating bij ons begeleid gaan worden. Dat attest voor justitie is voor de gedetineerde een deel van een reklasseringsplan, een deel van het opstapje naar vrijheid.”
Miek werkte vroeger vanuit De Sleutel nog bij voorloper CAP (1), het Centraal AanmeldingsPunt voor drughulpvragers in de gevangenis van Antwerpen. “We zijn destijds met oriëntaties in de gevangenis gestart omdat alle drughulpaanbieders dezelfde brieven kregen van dezelfde gevangenen”. Die ervaring hielp Miek om zicht te krijgen op de speciale plaats die de gevangenis is. “Toen werkte ik vanuit De Sleutel, in een rooster met collega’s van andere Drugorganisaties. Iedereen deed intakes voor iedereen, niet alleen voor de eigen organisatie”.
Profielen
Miek: ”We krijgen andere verwijzingen, andere profielen al naargelang de gevangenis vanwaar ze komen. Antwerpen bijvoorbeeld, is een arresthuis. De mensen zitten daar in voorlopige hechtenis. Ze zijn nog niet veroordeeld. Een aantal van hen is voor de zoveelste keer opgepakt. Anderen zijn first-offenders: bij hen gaat het om een eerste contact met justitie in verband met drugfeiten. Merksplas, Wortel, Hoogstraten, Beveren zijn Strafhuizen, mensen zijn veroordeeld. Zij hebben gemiddeld langere geschiedenissen in zowel druggebruik als criminaliteit als detentie. We proberen zowel voor die first offenders als voor de mensen met een meer chronisch profiel een verschil te maken.”
“Ik ben blij dat ik opgepakt ben”
De meeste cliënten laten zich niet zo positief uit over justitie. Miek gaat zelden in op de inhoud van justitiedossiers. Ze beluistert het verhaal van de cliënt. “Hun houding, hun inzicht interesseert mij. Juridisch oordelen is mijn taak niet”. Velen vinden dat ze verkeerdelijk opgepakt zijn, te zwaar gestraft. “Je vrijheid verliezen is zeer zwaar. Het gevangenisleven is geen ponykamp. De uitzondering zegt: ‘het heeft me van richting doen veranderen’. Een enkeling zei me ooit: ‘Ik ben blij dat ik opgepakt ben, zonder justitie was ik dood’. “
Welke andere samenwerkingen lopen er nog?
Miek: “Het is heel divers. Naast de samenwerking met het justitiehuis werken we ook in de gevangenis met het project ‘drugs en detentie’. Op aangeven van de stad is er ook reeds jaren een samenwerking waardoor verslaafde veelplegers sneller in de hulpverlening binnengeraken via een crisisbed in het Detox & Oriëntatiecentrum. Met de Antwerpse drughulpverlening werkten we verder ook een gezamenlijk attest uit zodat we op een uniforme manier communiceren met justitie. Vermeld tot slot zeker ook de samenwerking via de drugsopvolgingskamer (2). Binnen die justitiemaatregel geven we een advies na een aantal oriënterende gesprekken. Het doel van die kamer is om snel in te grijpen waardoor daders van druggerelateerde feiten de kans krijgen om hun drugprobleem grondig aan te pakken”.
Paul De Neve (mei 2024)
(1) Het CAP had tot doel de hulpvragen van gedetineerden in een aantal Vlaamse gevangenissen te centraliseren met het oog op een vlotte overgang naar de meeste gepaste hulpverleningsvorm. Het was een project van de Vlaamse Vereniging Behandelingscentra Verslaafdenzorg, waartoe De Sleutel behoort.
(2) De drugopvolgingskamer (of drugbehandelingskamer): initiatief waarbij beklaagden de kans krijgen om eerst hun drugprobleem en andere levensgebieden die criminaliteit in de hand werken, aan te pakken. Pas daarna behandelt de rechter hun zaak ten gronde. Bij de strafmaat houdt hij rekening met de manier waarop de beklaagde het hulpverleningstraject uitvoerde. De gevangenisstraf is in deze gevallen de ultimum remedium en werkt als een stok achter de deur. Justitiehuizen zijn bij deze initiatieven de schakel tussen justitie en hulpverlening. Ze garanderen bovendien dat het hulpverleningstraject verdergezet wordt na het definitieve vonnis.


TANDEM : wat?
TANDEM geeft in de gevangenis informatie over de bestaande hulpverlening. Indien de gedetineerde dit wenst zoeken ze samen uit welke hulp het best bij de gedetineerde past.
Tandem is een letterwoord wat staat voor toeleiding en aanmelding na detentie en meer. ‘Meer’ verwijst naar motivationeel werken, empowerment, netwerking en samenwerking. Tandem wil gedetineerden met een geestelijk gezondheidsprobleem helpen met het vinden van de gepaste zorg- en hulpverlening na hun detentie. Ze gebruiken bewust de beeldspraak van een tandem. Een fiets voor twee personen. De cliënt zit vooraan op de fiets en bepaalt de koers en de snelheid. De TANDEM-medewerker kan er zich achteraan bijzetten, hij zorgt voor extra kracht en ondersteuning om de cliënt mee te helpen in zijn keuze voor hulpverlening. Zowel personen met het statuut van beklaagde (in voorlopige hechtenis), als gedetineerden die reeds veroordeeld werden, kunnen bij TANDEM terecht.