Contextwerking in verslavingszorg

In gesprek met 2 totaal verschillende werkingen. Ineke, familiewerker, vertelt over hoe er rond familie gewerkt wordt in de therapeutische gemeenschap van De Sleutel in Merelbeke. Cheyenne en Jasmien, referentiepersonen familiewerking, geven weer hoe er in Vàleo van PZ Guislain gewerkt wordt met de context. Er zijn heel wat verschillen maar ook wat raakpunten. Het wordt een boeiende uitwisseling.

We zitten in een spreekkamer aan het onthaal van campus Sint-Alfons van Zorggroep Guislain. We voelen dat contextwerking hier geen vaag idee is. Er is een kinderhoekje vol speelgoed, posters, kleine stoeltjes, … Er hangt een affiche met de gegevens van de familievertrouwenspersoon van het familieplatform waar naasten bij terecht kunnen.

Ineke vertelt dat ze reeds geruime tijd aan de slag is in De Sleutel. “Ik werk in de Therapeutische Gemeenschap in Merelbeke (TGM). Ik ben gestart op de sociale dienst en daarna als contextbegeleider in TGM. Vervolgens werkte ik 5 jaar in het Detox- en Oriëntatie Centrum (DOC) als groepswerker. Daarna kreeg ik de kans om terug te keren naar Merelbeke. Ik had er mijn hart verloren. Ik geloof erg in het model van de TG voor onze doelgroep. Sinds een aantal jaar ben ik opnieuw aan de slag als contextbegeleider.”

Cheyenne is onder de indruk van de ervaring die Ineke reeds opgebouwd heeft. “Ik deed stage als psycholoog in Vàleo en kreeg de kans om er verder aan de slag te gaan. Ondertussen ben ik hier aan het werk als therapeut. Samen met Jasmien ben ik referentiepersoon familie- en koppwerking op de afdeling.“

Cheyenne (rechts op de foto): “Er is een duidelijke visie, maar het zit vaak in de kleine details of mensen zich welkom voelen of niet”.

Jasmien is verpleegkundige en al sinds 2014 aan de slag binnen het ziekenhuis. “Ik ben ook gestart als stagiaire op deze afdeling. Ik heb op verschillende afdelingen meegedraaid, maar sta nu terug hier sinds enkele jaren en ben ook referentiepersoon.”

Een referentiepersoon familie- en koppwerking binnen de zorggroep Guislain maakt deel uit van een groep medewerkers die 4 tot 5 keer per jaar bijeenkomen. “We hebben samen de visietekst uitgewerkt en ijveren voor de implementatie van deze visie” vertelt Cheyenne. “Binnen onze afdeling zijn we het aanspreekpunt rond alles wat familie, kinderen en naasten betreft.” In elke afdeling wordt hierop ingezet. “Bij Vàleo is er ook een kinderhoekje. We hebben een aquarium, en daar gaan de kinderen vanzelf naartoe. Het is mooi om te zien hoe dit organisch groeit.” Ineke herkent de manier van werken. Ze sluit 5 keer per jaar aan bij een overleg met familiewerkers georganiseerd door VVBV (1). In dit overleg is er ruimte voor vragen, casusbespreking, we delen goede praktijken, werken nieuwe zaken uit. De groep is samengesteld uit familiewerkers van gelijkaardige afdelingen over verschillende organisaties heen. Ook binnen De Sleutel wordt er werk van gemaakt vult Ineke aan: “Een paar jaar terug werkten we met medewerkers van alle afdelingen van De Sleutel een visietekst uit rond het consequent betrekken van de context.”

In TGM is er ook een aparte kinderhoek boven. In de leefruimtes beneden is er crea-materiaal voorhanden zodat er snel kan ingespeeld worden op de noden van het kind. De bewoners weten waar het ligt. Als er kinderen op bezoek zijn, dan kunnen ze gebruik maken van de zithoek boven, daar hebben ze wat privacy en voelt het meer als een gezinssituatie.

Welke mensen komen bij jullie terecht?

Cheyenne (Vàleo): “We richten ons voornamelijk tot mensen met een stoornis in het gebruik van alcohol en/of medicatie. Ik zeg voornamelijk omdat we merken dat de doelgroep niet meer zo zuiver te definiëren is. We merken dat patiënten vaak alcohol combineren met cannabis en/of cocaïne. In principe is het gebruik van illegale drugs een exclusiecriterium. Als de cocaïne- of cannabisverslaving niet op de voorgrond staat, gaan we in de praktijk toch met hen aan de slag.”

Ineke (TGM): “De Sleutel richt zich tot mensen met een primaire verslaving aan illegale middelen en/of opioïde pijnmedicatie. Bij ons is het dan vooral een verslaving aan illegale middelen en bijkomend mogelijk alcoholverslaving of gedragsverslavingen.  Als het enkel om alcohol of gedragsverslaving gaat, verwijzen we door.”

Hoe wordt er gewerkt met familie?

Bij Vàleo werken ze vanuit de vernieuwde visietekst gebaseerd op de familie- en kindreflex. “We vertrekken vanuit 7 principes: familie zien, uitleggen van het belang van context betrekken, vriendelijk bejegenen, informeren, ondersteunen, betrekken in het zorgtraject en aandacht voor minderjarige naasten.” Dit komt sterk overeen met de visietekst vanuit De Sleutel.

Cheyenne: “Er is een duidelijke visie, maar het zit vaak in de kleine details of mensen zich welkom voelen of niet. We hebben een halfopen deur. Bezoek kan zelf binnenkomen. Sommigen bellen toch aan. We gaan dan naar de deur om hen te verwelkomen.”

Ineke: “We hebben een gelijkaardige visietekst. Binnen TGM is de basisattitude reeds goed aanwezig in het team. We werkten al langer met de kindreflex, en dat is nu uitgebreid met de punten uit de visietekst. Er is aandacht voor deze informele contacten. Ikzelf ben één zaterdag per maand aanwezig om bezoek informeel te ontmoeten of om kans te hebben om samen in gesprek te gaan. Ik werk ook een avond in de week, om context te kunnen zien.”

 “Bij Vàleo organiseren we 2x per jaar een ontmoetingsnamiddag waarbij we een gezellige namiddag op touw zetten met patiënten en hun context”, vertelt Jasmien. “De patiënten maken zelf taart voor dat moment. De focus ligt op informele contacten tussen team, patiënten en context.” Op het programma staat ook een rondleiding in de afdeling. Soms neemt een patiënt hierbij het voortouw. Dan worden ook de therapielokalen getoond en wat er daar gebeurt. “Bij een eerste bezoek van familie maken we hen al wegwijs op de afdeling,” vult Cheyenne aan.

Ineke: “In TGM kunnen ouders hun kind laten overnachten. Er is een aparte kamer beschikbaar waar de bewoner met zijn kind(eren) kan overnachten. Dit wordt vooraf goed doorgesproken en gepland. Soms zijn daar ook gesprekken met ex-partners voor nodig. Het gebeurt wel vaker dat de andere partner wil weten hoe dit concreet verloopt, of het veilig is, … We houden rekening met het contact voor opname. Als iemand al een jaar lang geen contact meer heeft met de kinderen, dan gaan we eerst werken aan contactherstel, en kan in het 2de deel van de opname misschien gebruik gemaakt worden van de kinderovernachtingen.” Op de vraag van Cheyenne of hier vaak gebruik van gemaakt wordt, antwoordt Ineke bevestigend. Enige beperking is dat er maar 1 dergelijke kamer is, dus er wordt een planning opgemaakt voor weekends en vakantieperiodes. “Afhankelijk van de fase in het programma gaat er een medebewoner mee op uitstap, dit vooral naar veiligheid en ondersteuning op vlak van gebruik. Dit is een weerspiegeling van de geleidelijke uitgang binnen het TG-model.”

Ineke vertelt over de ouderschapsgroep (2u) die om de 14 dagen doorgaat. Bewoners praten er over thema’s van het ouder zijn. Ze stellen er zich voor aan de hand van een aantal richtvragen (vb stel je kinderen voor, wie koos de naam, hoe verliep de zwangerschap, hoe loopt het contact met het kind,…). In de groep komen dan thema’s aan bod naargelang wat er bij de bewoners speelt: vb hoe omgaan met een nukkige 14-jarige, hoe spreek je met je (jonge) kind over je verslaving.

Cheyenne en Jasmien vinden dit erg inspirerend. Ze zijn een module rond ouderschap aan het uitwerken. “Momenteel komt dit in groep wel aan bod maar niet gestructureerd. Ondersteuning naar context wordt vooral individueel opgevolgd: in kaart brengen van de context, hoe is de gezinssituatie, wie is nog betrokken, wie kan er gecontacteerd worden, … We willen dit graag ook in de groep krijgen.”

Ineke vult aan dat dit ook aan bod komt in andere groepen. “Doorheen de verschillende modules komen ook contextthema’s aan bod. Daar worden zaken besproken waar je tegenaan loopt of waar je nog iets mee wil doen (Vb contacten naar ouders, partners, kinderen). Werken met de context maakt deel uit van het herstelproces.”

Cheyenne geeft aan dat ze van bij het begin de klemtoon leggen op het belang van werken met het netwerk. “We blijven aanmoedigen om iemand uit te nodigen. Als er weinig of geen netwerk is, zetten we in op de uitbouw daarvan. Dat kan via de buddywerking, of door samen naar het lokaal dienstencentrum gaan, …“Wordt er gestimuleerd om onderling contacten uit te bouwen en gezamenlijk uitstappen te doen?”, vraagt Ineke. “Dat gaan we eerder afraden, rekening houdend met het risico op terugval en uitdagingen in het stellen en bewaken van grenzen.”  In TGM worden exclusieve contacten niet aangeraden, maar wordt gewerkt met het peer-contact (2). In de eerste 5 maanden van het programma gaan bewoners niet alleen buiten, maar samen met een staflid of een medebewoner. Na die periode heeft iemand al wat stabiliteit verworven en is de keuze voor een clean leven al steviger. “In de buitengroep wordt dan besproken hoe het verlopen is op uitstap, wat liep goed, wat waren risico’s, hoe heb je het opgelost.”

Hoe gaan jullie om met contacten die roesmiddelen gebruiken?

Cheyenne haalt aan dat dit een moeilijk en vaak voorkomend probleem is. “In de weekendvoorbereiding wordt bekeken hoe men het weekend gaat aanpakken, welke risicofactoren er mogelijks zijn en hoe men met deze risicosituaties kan omgaan.”  Er wordt gestimuleerd om naar buiten en terug naar huis te gaan, ook al is het risicovol. “De behandeling is eindig en we willen werken met wat er in de buitenwereld gebeurt”.

Gebruikende familieleden kunnen op bezoek komen, mits ze zichtbaar nuchter zijn. Dit is zo voor zowel Vàleo als TGM. In TGM wordt het op bezoek gaan bij gebruikende familieleden afgeraden en gaan ze op zoek naar een zo veilig mogelijk bezoek. Bij een bewoner wiens vader ook verslaafd was, werd bijvoorbeeld samen gezocht naar de ideale omstandigheden. In dit voorbeeld ging het bezoek bij de zus door en in de voormiddag, opdat vader dan niet zou gebruiken in het bijzijn van de cliënt.

In Vàleo is men hier minder dwingend in, maar gaat men dit gesprek ook aan met de patiënt en context. Niet alleen met betrekking tot bezoek op de afdeling, maar ook wanneer het gaat om tijd doorbrengen in de thuiscontext. “Welke afspraken kunnen jullie maken, welke veiligheden kunnen jullie inbouwen zodanig dat er tijdens het bezoek en/of thuis niet gedronken zou worden. Het blijft een moeilijke zoektocht,” zegt Jasmien.

Kan je een voorbeeld geven van een geslaagd traject?

Ineke denkt aan een traject waarbij de cliënt eerst amper nog contact had met de familie. Enkel de jongste broer had iets van contact. Doorheen het traject was er zowel contact met de moeder als met de oudste broer. Ook in het tussenhuis-traject zijn er heel wat mooie momenten geweest. “De familie was heel dankbaar voor het herstelde contact met hun zoon/broer.

Ineke (links op de foto): “Een ouder terug zien connecteren met zijn kind en vice versa is mooi.”

Jasmien en Cheyenne denken terug aan een complex traject waar veel thema’s tegelijk speelden. “Geleidelijk aan zagen we nieuwsgierigheid, acceptatie en zorgzaamheid. Je zag het in de kleine dingen. Waar de familie bij het begin met gekruiste armen aan tafel zat, zag je naar het einde toe dat ze naar elkaar toe keken en dat er kleine zorgzame gesprekken waren. Het vertrouwen nam toe, en er was wederzijds begrip gegroeid. Deze patiënte is nog steeds nuchter.”

Els Vanneste (maart 2025)

Ineke: “In TGM kunnen ouders hun kind laten overnachten. Er is een aparte kamer beschikbaar waar de bewoner met zijn kind(eren) kan overnachten. Dit wordt vooraf goed doorgesproken en gepland. Soms zijn daar ook gesprekken met ex-partners voor nodig.

(1) VVBV: De Vlaamse Vereniging van behandelingscentra Verslaafdenzorg.

(2) Peer: verwijst naar een leeftijdsgenoot. Binnen een TG wordt dit gebruikt voor medebewoner, iemand waarmee je samen je programma doorloopt.